30-05-13

De Nederlandse spelling – een voorstel tot wijziging II

Talen veranderen door de tijd. In sommige talen, zoals het Engels, is dit niet terug te zien in de spelling. Het Nederlands valt in een geheel andere categorie: de Nederlandse spelling wordt om de zoveel tijd aangepast. Vaak zijn dit vrij pietluttige dingen, zoals de beruchte tussen-n die in 1995 ineens verplicht werd, of samenstellingen die met een trema geschreven moesten worden in plaats van met een koppelteken, of juist andersom.
 
Aan de basis van de Nederlandse spelling wordt echter niet getornd. In mijn vorige artikel had ik al een beginnetje gemaakt met een uiteenzetting om de spelling toch te veranderen. Dat deel had betrekking op de klinkers – het Nederlandse spellingssysteem kan op dat punt eenvoudiger. Ditmaal komen de medeklinkers aan bod.
 
Deel 2: medeklinkers
Medeklinkers zijn er in soorten en maten. Aan de ene kant van het spectrum zijn er de “halfklinkers” als de j en de Engelse w en aan de andere kant zijn er de harde plofklanken als de p en de k. Sommige klanken, zoals de Nederlandse g-klank, komen in de ons omringende landen weinig voor. In Nederland komen daarentegen weinig sj-klanken voor. Doordat het Latijnse alfabet eigenlijk niet genoeg letters bevat om al deze klanken mee aan te duiden, komt het soms voor dat een klinker of klinkercombinatie in de ene taal een geheel andere uitspraak heeft dan in een andere taal. Zo kijkt niemand meer gek op van woorden als champagne en journaal, hoewel de spelling van die woorden vanuit Nederlands perspectief sterk afwijkt van de uitspraak. Ik ben er geen voorstander van om ontleningen uit West-Europese talen “fonetisch” op te schrijven. Vaak leidt een fonetische spelling tot onmogelijke (en onooglijke) lettercombinaties en tot inktverspilling en wekt het meer verwarring dan duidelijkheid op.
 
‘t Kofschip
Het Nederlands is wat spelling betreft een makkelijke taal: de spelling is behoorlijk fonetisch en het spellingsysteem is erg systematisch. Het enige lastige is dat de spelling om de zoveel jaar wordt aangepast. De nieuwe regels zijn vaak weldoordacht, maar de logica is soms zo moeilijk te volgen, dat de meeste Nederlanders er niks van begrijpen. Wat in het Nederlands echter vaak verkeerd gaat, is het toepassen van de kofschipregel. Achter een werkwoord komt altijd een t ("stam + t"), achter een (zwak) voltooid deelwoord doorgaans een d, tenzij de stam ervan op een kofschipmedeklinker eindigt. Doordat een d aan het eind van een woord als t wordt uitgesproken, leidt dit bij sommige Nederlanders tot (hardnekkige) spellingsfouten. Een complicatie is bovendien dat de v en de z nooit aan het eind van het woord komen te staan, wat voor foute generalisaties kan leiden:
 
Straffen – gestraft
Leven – geleefd
 
Vissen – gevist
Verhuizen – verhuisd
 
Doordat sommige f’jes eigenlijk “vermomde” v’tjes zijn, moet de slotmedeklinker volgens de taalregels daarop aangepast worden. Dat gaat weleens mis en heel gek is dat niet: bij de uitspraak van voltooid deelwoorden is het verschil tussen de d en de t niet te horen. Het spellingsverschil is echter wel relevant bij de verledentijdsvormen, want kennelijk is ooit afgesproken dat de uitgang –de standaard is en de uitgang –te alleen voorkomt na een kofschipmedeklinker.
 
Je zou verwachten dat de Nederlandse spelling er alles aan gelegen is om het onderscheid tussen de kofschipmedeklinkers en de niet-kofschipmedeklinkers duidelijk te maken. Vreemd genoeg gebeurt dat bij de f/v en s/z niet. Dat heeft ermee te maken dat de f en de s tussen klinkers de neiging te hebben “stemhebbend” te worden (als een v of z uitgesproken te worden) en de spelling is daarop ooit aangepast. Op het eind van een woord worden ze wel weer als f of s geschreven, hoewel ze bij voltooid deelwoorden en in de verledentijdsvorm toch weer anders worden behandeld dan de andere kofschipletters.
 
De vraag is dus waarom de v en de z in de stam niet altijd blijven staan en niet veranderen in een f of s. In dat geval levert de spelling van woorden als verven of verbazen ook geen moeite meer op:
 
Verven: verv – gevervd/gevervde
Verbazen: verbaaz – verbaazd/verbaazde
 
In de tegenwoordige tijd komt er altijd +t achter de stam, dus dan krijg je uitgangen als hij vervt, zij verbaazt zich. Er is maar een uitzondering op de regel: als een werkwoord op een t eindigt, komt er niet nog een t achter. Vreemd genoeg gaat deze regel niet op als een werkwoord op een d eindigt, wat fonetisch gezien geen verschil maakt. Dit leidt tot die lelijke en overbodige dt-combinatie. Het zou logischer zijn om alleen een d te schrijven.
 
Beginletter
Het verschil tussen de s en de z en vooral tussen de f en de v is doorgaans niet of nauwelijks te horen in het Nederlands. In de spelling wordt er wel vrij consequent onderscheid tussen gemaakt:
 
f en s – aan het eind van een woord of na korte klinker (ff of ss)
v en z – aan het begin van een woord of tussen twee klinkers
 
Desondanks beginnen er veel woorden met een f of s. Voorafgaand aan een klinker komen de v en de z vrij vaak voor (vis en zon, maar: feit en siroop). Voor een medeklinker is dat niet gebruikelijk: de z komt dan eigenlijk nooit voor (alleen voor de w), de v in sommige gevallen (vlees, vrees, maar: fluit, fruit). Voor medeklinkers als ch, f en t kan om technische redenen alleen een s komen. Kennelijk is het makkelijker om een v of z uit te spreken voor een klinker dan voor een medeklinker – woorden als vlak en vrek worden mijns inziens vooral met een f uitgesproken. Waarom worden ze dan niet gewoon als zodanig opgeschreven? Dan kunnen woorden als wrak en wreed mooi met de “vrijgekomen” v geschreven worden.
 
Verder blijkt het moeilijk te zijn veel medeklinkers achter elkaar uit te spreken. Zo verdwijnt de scherpe ch-klank van woorden als Scheveningen als er nog een medeklinker achter komt: zo wordt schrijven meer als “srijven” uitgesproken. Dat lijkt me een mooie reden om wat inkt uit te sparen door geen ch meer op te schrijven.
 
Tot slot moet ik nog iets opmerken over hoofdletters. In het Duits wordt het tekstbeeld vooral door het regelmatig opduiken van hoofdletters bepaald, in een sms-taal als het Frans zijn ze daarentegen erg zeldzaam. Het Nederlands lijkt in dat opzicht meer op het Frans. Het “tekstbeeld” is erg rustig in het Nederlands, ook omdat Nederlandse woorden weinig ontsierende tekens (zoals accenten en umlauten) bevatten. Desondanks staan de “onrustige” en “elitaire” hoofdletters in het Nederlands onder druk, wat ertoe heeft geleid dat gedurende de geschiedenis steeds minder woorden met hoofdletters werden geschreven. Nu zijn de afkortingen aan de beurt. Ingeburgerde afkortingen als “tv”, “cd” en “aids” worden opeens met kleine letters geschreven. Het vermommen van afkortingen als woorden lijkt mij geen goed idee. Bovendien worden sommige afkortingen (zoals DNA) wel weer met hoofdletters geschreven. Ingewikkeld! Laten we daarom alsjeblieft afkortingen met hoofdletters blijven schrijven – of desnoods met klein kapitaal zoals in veel boeken al gebruikelijk is.
 
Al met al zou ik het volgende willen voorstellen:
- de v en de z blijven in de stam staan
- vl- en vr- veranderen naar fl- en fr-
- wr- verandert naar vr-
- schr- verandert naar sr-
- stam + t niet na een werkwoord dat op een d eindigt
- afkortingen met hoofdletters schrijven
 
Dit was het tweede deel van suggesties voor een nieuwe, logischere spelling van onze taal. Binnenkort zal ik de spelling in praktijk testen.

26-05-13

Formule 1 op zijn smalst

Rosberg heer en meester in Monaco
 
Robin Frijns zei het al: de organisatie van de GP van Monaco is een ramp. De Grand Prix in het vorstendom liep dan ook uit op een enorme farce: het was 78 ronden lang treintjes rijden achter de onbedreigde winnaar Nico Rosberg.
 
Vrijdag: Donderdag: domme ongelukken
Hoewel het weer in Europa al tijden van slag is, was daar aanvankelijk nog weinig van te merken in Monaco: het was zonnig en warm. Wel regende het crashes. Zo klapte Felipe Massa nog voor de eerste bocht van het circuit in de vangrail, met een enorme crash als gevolg. Grosjean was eveneens bedreven in het afschrijven van bolides. Keer op keer parkeerde hij zijn Lotus in de vangrails, waarmee hij zijn monteurs de nodige overuren bezorgde.
 
Zaterdag: zwemmen
In de kwalificatie regende het dan echt. Massa's auto was nog niet gerepareerd, dus ging de kwalificatie zonder hem verder. Ook Bianchi kon al snel uitstappen na een technisch defect. De wisselende omstandigheden zijn voor Giedo van der Garde een mooie gelegenheid om zich flink in de kijker te rijden. Hij grijpt die kans dan ook met beide handen aan en kwalificeert zich knap als vijftiende, voor onder anderen Pastoor, DRS'ta, Gutiérrez en teamgenootje Pic. Daarmee was hij de verrassing van de kwalificatie. De pole ging uiteindelijk naar Rosberg, die Luis ("my pace was sucking") naast zich zag op de eerste startrij. Fattle was derde, voor Webber, Räikkönen en Alonso. Kortom: de grijze bolides hadden weer de eerste startrij ingenomen en de verwachting was dat ze op zondag het hele veld zouden ophouden - iedereen kent de bandenproblemen bij Mercedes inmiddels.
 
Pirelli gooit eigen glazen in
Die voorspelling kreeg een geheel nieuwe dimensie door een opzienbarende onthulling: bandenleverancier Pirelli zou in het geniep een bandentest hebben uitgevoerd met Mercedes. De teams van Red Bull en Ferrari waren ziedend over de gang van zaken en tekenden protest aan tegen het team van Roß Brawn. Geen beste beurt van Pirelli dus, dat na de Grand Prix van Spanje al de nodige kritiek kreeg te verwerken en bovendien nog geen contract voor volgend jaar heeft. Een breuk met de formule 1 dreigt.
 
Behoedzaam
Of we daar echt rouwig om moeten zijn, valt nog te bezien, want de Grand Prix van Monaco was niets meer dan een optocht. Bij de start behielden de grijze bolides ternauwernood hun leidende posities, waarna Rosberg het tempo bepaalde en zeer behoedzaam reed. In het achterveld deed Van der Garde zijn goede werk van zaterdag teniet door op Pastoor te klappen, die op zijn beurt zijn voorvleugel had beschadigd op de achterkant van Pic. Het betekende dat beide coureurs zich bij hun team kwamen melden voor een nieuwe voorvleugel en een setje nieuwe banden. Terwijl de rest van het veld - zoals voorspeld - achter de Mercedes-trein zit, kunnen Pastoor en Van der Garde op de limiet rijden, waardoor ze in de beginfase de snelste auto's op de baan zijn.
 
Steenezel
De eerste uitvaller van de race is Pic, die bij de pitingang met een rokende motor stilvalt. Het zorgt voor wat ongemak bij DRS'ta, die uit het gedrang probeert te komen door een vroege pitstop. De eerste reguliere pitstops vinden later plaats. In de middenmoot en achterhoede stoppen de eerste coureurs vanaf de 22e ronde en geven daarmee het sein aan de koplopers om de klepel maar eens goed omlaag te drukken. Zelfs Van der Garde komt binnen voor alweer zijn derde setje rubber. Vooraan komen Webber, Räikkönen en Alonso al vrij vroeg binnen. Ook Massa, die vanuit de achterhoede nog weinig had laten zien, komt binnen. Even later klapt hij op precies dezelfde manier als in de training in de muur. De klap is nu nog heftiger en helemaal groggy wordt de Braziliaan uit zijn wrak gehesen.
 
Blunderende Mercedes
Het ongeval zorgt voor een safetycarsituatie. Fattle stopt direct en wordt tot zijn stomme verbazing op de baan door de Mercedes van Bernd Mayländer opgewacht. Het duurt even voordat de bestuurder van de langzaamste wagen op de baan doorheeft dat dit een van die races is waarin Fattle niet domineert, dus gaat hij op zoek naar de Mercedes van Rosberg. Die staat op dat moment in de pits. Luis moet nog op de servicebeurt van zijn teamgenoot wachten en ziet zich tot zijn afgrijzen terug tot achter de Red Bulls, die kennelijk hebben gereden alsof hun leven ervan afhing. Een merkwaardige situatie. Achteraf bleek Luis een te groot gat naar zijn teammaat te hebben laten vallen, waardoor hij zijn plek aan de Red Bulls verloor.
 
Opwinding
Eveneens opmerkelijk is dat Van der Garde zich nog mag ontdoen van zijn rondje achterstand, waardoor de race pas na acht lange rondes wordt vrijgegeven. Het tweede deel van de race is erg opwindend, met veel auto's dicht bij elkaar. Zo probeert Luis Webber een oor aan te naaien, terwijl achter de rug van Räikkönen genoeg gebeurt: na Alonso getoucheerd te hebben, ziet Button zijn teammaat opeens voorbijvliegen. Chicko doet even later op hetzelfde punt een poging bij Alonso, die noodgedwongen de chicane moet afsnijden. De wedstrijdleiding is echter van mening dat Alonso voordeel heeft gehaald uit de actie en sommeert hem de plek terug te geven.
 
Pastoor de hekken in
Op dat moment is de race echter stilgelegd door een ander imposant ongeluk: Pastoor wordt door Chilton de muur in gedrukt en ontwricht meteen de hele bandenstapel. Bianchi kan niet meer op tijd stoppen en beschadigt de voorkant van zijn bolide, maar hij kan nog verder - net als zijn teamgenoot overigens. Wel krijgt Chilton een drivethroughpenalty als de race wordt herstart.
 
Inhaalacties
In het derde deel van de race is Subtiel goed onderweg: hij haalt achtereenvolgens Button en Alonso in. Beide keren is hij sneller in de haarspeldbocht. Chicko is daarentegen weer sneller op het snelste punt van het circuit: zijn auto accelereert goed en keer op keer kan hij bij het aanremmen voor de havenchicane zijn slag slaan. De inhaalactie op Räikkönen slaagt echter niet: beide wagens missen de chicane. Even later gaat het achterin helemaal mis als Grosjean op hetzelfde punt boven op Ricciardo knalt en zijn dramaweekend op een passende manier afsluit: hij haalt de pits nog wel, maar de schade aan de ophanging is te groot om nog verder te rijden. Ricciardo's auto is wel perte totale en door de brokstukken op de baan rukt de safetycar nogmaals uit.
 
Heethoofden
Met nog iets meer dan tien ronden te gaan maakt Rosberg zich op voor het staartje van de race. Fattle, Webber en Luis blijven hem trouw volgen, maar achter hen ontstaat een gat. Aangemoedigd door zijn teambaas en de inconsequente wedstrijdleiding probeert Chicko het opnieuw bij Räikkönen. Wat had hij immers te verliezen? De kans bestond dat Räikkönen om een aanvaring te verhinderen de chicane zou afsnijden, waardoor hij van de wedstrijdleiding zijn positie moest inleveren. Räikkönen was dat niet van plan en laat ditmaal geen ruimte meer over aan de binnenkant. Chicko rijdt zich klem tussen de Lotus en de vangrail. De onderdelen vliegen van zijn bolide, maar hij kan door. Zijn auto lijkt onbeschadigd, terwijl Räikkönen een slow puncture te pakken heeft en zich met het schuim om de mond bij zijn team komt melden voor nieuwe banden.
 
Heldendaad
Chicko is dan nog de held van de race, maar ook hij heeft schade opgelopen. Als Subtiel, de echte held van de race, hem passeert, is het hek van de dam. Button glipt meteen ook langs zijn teamgenoot, die hem bijna nog op een schouderduw trakteert, waarna hij Alonso nog even in de weg zit, om zijn bolide vervolgens maar naast de baan te parkeren.
 
Räikkönen rukt op
De race wordt doodeenvoudig gewonnen door Rosberg, voor een vrolijke Fattle en een dodelijk verveelde Webber. Luis werd vierde, voor Subtiel en Button. Alonso, die in de file achter Perez zijn plek aan Button was kwijtgeraakt, werd zevende. Vergne reed vrij onzichtbaar naar de achtste plaats, terwijl DRS'ta, die liet zien dat je best kan inhalen in Monaco, negende werd. De verbeten strijdende Räikkönen werkt zich in de slotfase nog omhoog. In de laatste ronde verdrijft hij Hülkenberg nog van de tiende plaats en pakt hij toch weer een WK-puntje. Voor Van der Garde eindigt de race in mineur: door zijn bandenproblemen ziet hij zelfs Chilton in de slotfase nog passeren - en heel hard bij hem vandaan rijden. Zijn geluk was dat Bianchi door een geëxplodeerde remschijf al was uitgevallen - er ging verbazingwekkend veel mis bij Maroussia. Nu bleef het bij een vijftiende (en laatste) plek bij de finish, dezelfde plek als waar hij gestart was.
 
Farce
Al met al was de Grand Prix van Monaco een optocht die slechts door een aantal domme fratsen van de usual suspects enigszins het aanzien waard was. Pirelli drukte wat al te nadrukkelijk zijn stempel op de race, terwijl de wedstrijdleiding ook een heleboel race-inzicht leek te missen. Nee, dit was de formule 1 op zijn smalst.

24-05-13

Terugblik BSG-Pinkstertoernooi

Afgelopen weekend werd de 28e editie van het door BSG georganiseerde Pinkstertoernooi gehouden. Het toernooi stond in teken van een aantal experimenten om het spektakel te verhogen, waarmee het heel vernieuwend was. Het aantal deelnemers deed daarentegen oude tijden herleven.
 
Aanvankelijk was het voor mij nog onduidelijk wat mijn rol was tijdens het toernooi: wilde men dat ik verslagjes ging schrijven, of kon men prima zonder? De communicatie was niet helemaal helder en doordat er nog een trouwerij en een verjaardag tussendoor kwamen, werd het er niet makkelijker op. Uiteindelijk heb ik me toch maar beziggehouden met de verslaggeving en het inkloppen van partijen. Ik heb er geen spijt van gekregen. Hoewel ik het idee had dat niemand de verslagen las, kreeg ik aan het eind van het toernooi van de deelnemers de nodige complimenten. Dat gaf me een erg goed en voldaan gevoel!
 
Het toernooi was uiteindelijk ook een succes: er waren significant meer deelnemers dan voorheen. De afgelopen jaren schommelde het deelnemersaantal rond de honderd of iets erboven, dus waren de 139 deelnemers van dit jaar een ruime verbetering. Mogelijk had dit ermee te maken dat het toernooi gefuseerd was met een regionaal kampioenschap. Anders kwam het vast door de afsluitende vluggertjes: om het spektakel te vergroten had toernooiorganisator Lennart Ootes bedacht om de top 8 in plaats van de slotronde een snelschaak-knock-outtoernooi te laten spelen. Het betekende dat de winnaar tot de laatste snik moest vechten voor zijn geld. Het maakte uiteindelijk weinig uit: Dimitri Reinderman stond na het reguliere toernooi bovenaan en won vervolgens ook het snelschaaktoernooi. Inclusief bonus voor het winnen van beide toernooien nam hij de helft van het totale prijzenfonds mee naar huis - afgezien van het geld dat de SGS ter beschikking had gesteld voor het Persoonlijk Kampioenschap. Dat kampioenschap werd gewonnen door verliezend finalist Robin Swinkels, die al bijna was vergeten dat hij lid was van een club binnen de SGS.
 
In ieder geval trok het snelschaakgedeelte veel bekijks, met een hele haag van mensen die zich in allerlei bochten wrongen om iets van de partijen te zien. Helaas veroorzaakte dit weer overlast bij de andere spelers in de A-groep, die nog wel een "gewone" partij speelden. Dat is nog altijd het nadeel van het Denksportcentrum: het is eigenlijk te klein voor een groot weekendtoernooi als dit: er is bijvoorbeeld geen analyseruimte of een extra zaal om de snelschaakpartijen in te houden. Je zou kunnen zeggen dat het toernooi een beetje aan zijn succes ten onder ging. Gelukkig heb ik weinig echte klachten gehoord over de toernooiopzet.
 
Wel blijven er altijd verbeterpunten over:
 
  • BSG-jeugd - de BSG-jeugd schitterde weer eens door afwezigheid. Zonde, want de B-groep van het Pinkstertoernooi is een prima opstartklasse om toernooi-ervaring op te doen. Ik weet niet of niemand kon, of dat ze niet van het bestaan van het toernooi afwisten. Het lijkt me een gemiste kans.
  • Prijzengeld - de verdeling van het prijzengeld was zo scheef dat zelfs de winnaar het vreemd vond. Vooral het gegeven dat de geldprijzen na het reguliere toernooi niet gedeeld werden, oogstte verbazing.
  • Bar - pas ter elfde ure werden de vrijwilligers voor de bar gepolst. Niet erg slim. Het aanbod was dit jaar redelijk divers - er waren alleen al tien soorten bier - en er waren voor zover ik weet geen tekorten (afgezien van het witbrood voor de tosti's op de slotdag). Wel klaagden sommigen over de woekerprijzen die gerekend werden.
  • Spektakelprijs - er was een prijs voor de spectaculairste, mooiste of beste partij van het toernooi. Helaas werd de prijs steeds weer met een andere naam aangeduid. Daarnaast waren er elke ronde themaprijzen, prijzen voor schaakpartijen die te maken hadden met een bepaald (abstract) schaakthema (eindspelen, paardenpaar, enz.). Misschien een tip voor volgend jaar om die thema's lang van tevoren te bedenken en eventueel vast te leggen. Hoewel de themaprijzen een stuk serieuzer waren dan de 23e-zetprijs van vorig jaar, leerde de ervaring dat niet alle thema's zich even goed lenen voor toernooipartijen.
  • ... - laat ik nog even open, eventueel in te vullen door iemand anders.
Dan nu nog een terugblik op de verslagjes die ik heb gemaakt.
 
Dit is duidelijk niet mijn verslag. Ik zal het oordelen maar aan een ander overlaten. Het openingsverslag is het belangrijkste verslag, omdat je het toernooi kunt introduceren en de veranderingen ten opzichte van het vorige toernooi kunt benadrukken.
 
2e ronde: In het eindspel laten de meesters hun kracht zien
Na twee ronden zijn er nog acht spelers met de volle honderd procent. Dat ging bij sommigen zonder al te veel moeite, terwijl het anderen heel wat meer zweetdruppels kostte. Ratingfavoriet Dimitri Reinderman behoorde tot de eerste categorie. Rob Witt had met wit niet veel in te brengen en werd vrij snel overspeeld. Ook Lars Ootes won zonder al te veel gekkigheid. Hij kende een redelijk voorspoedige partij tegen Melkpak, sinds het NK Internet beter bekend als Vesley Valsspeler.
 
Een lang verslag en meteen ging ik met een gestrekt been in op Wesley Vermeulen. Het verslag barst van de fragmenten ("maak er geen levenswerk van!"), met een vrij duidelijke lijn erin: van eindspelen (het thema van de ronde) via kwaliteitsoffers naar dameoffers, om af te sluiten met het paardenpaar (het thema van de ronde erna).
 
Tot slot nog de running gag om Waldemar Moes op de hak te nemen:
Eveneens in zijn nopjes was Вaлдэмap Мyc over zijn partij tegen Robbert Meijer. In het Russisch kwam hij geen moment in gevaar en koerste hij als een volleerd kapitein af op een stevige remise. Daar hadden de stuurlui aan wal niet van terug.
 
3e ronde: Reinderman en Ootes aan kop
 
Terwijl Sjoerd Plukkel op het kapotte livebord geplukkeld werd door Lars Vistisen, speelden de overige liveborden remise. Zo weigerde Jaap Vogel tegen Quang Long Le van het dak te vallen.
 
Tja, in schaakkringen is het werkwoord "plukkelen" wel redelijk bekend. Verder vond ik het nog wel grappig een verwijzing naar het Songfestival te maken. De derde ronde was tevens de ronde van het spektakelstuk Riemersma - Köhler (de twee smaakmakers van het toernooi) en twee fraaie slotzetten.
 
4e ronde: Een heleboel nieuwe Bosbomen
De vierde ronde was vooral een grote Bosboom-verering: nu vielen er bonuspunten te verdienen met de opstoot g2-g4 of …g7-g5. De spelers hadden dat goed in hun oren geknoopt.
 
De vierde ronde stond in het teken van Manuel Bosboom (een Bosboom, twee Bosbomen), een speler die bekendstaat om zijn creatieve en agressieve spel. Wel een beetje vreemd om een themaprijs te vernoemen naar een van de deelnemers... Overigens stelde Bosboom niet teleur door met zwart inderdaad de zet ...g7-g5 te spelen - weliswaar in een stelling waar dat heel gebruikelijk is, maar dat mocht de pret niet drukken. In ieder geval werden er veel aanvalspartijen gespeeld en die kwamen ook keurig in het verslag. Zelfs John Markus behaalde een mooie aanvalsoverwinning. Een mooie ronde.
 
5e ronde: Mat!
Jarenlang leidde het SGS-kampioenschap een wegkwijnend bestaan. Door het schrappen van de Halve Finales stond er weinig meer op het spel en dus hadden weinig spelers trek om in een of ander bejaardencentrum hun schaakkunsten te vertonen. Het toernooi integreren met een traditioneel weekendtoernooi bleek een gouden zet: beide toernooien werden er een stuk interessanter door. De strijd om de beide kampioenschappen ligt nog volledig open – al is dat ook de verdienste van de experimentele toernooiformule. Koploper Reinderman leed zijn eerste puntverlies en zag Riemersma langszij komen.
 
Hoewel het verzinnen een goede titel steeds lastiger werd, kon ik dat weer compenseren met informatieve inleidingen. Het thema was mat, wat natuurlijk het einddoel van het schaakspel is, en inderdaad werden sommige partijen op die manier beslist, vaak bewust mogelijk gemaakt door de verliezende partij - zie Riemersma - Klein, de uiteindelijke schoonheids-/spektakelprijs. Normaalgesproken geeft men lang voor het mat op, zoals Waldemar Moes deed:
 
Veel hoger lag het tempo in het SGS-duel tussen Jaap Houben en Wjaldjemjar Musk. De zwartspeler was amper uit zijn openingsboek toen hij gigantisch werd toegetakeld.
 
Verder hadden we in de B-groep ook nog een ongelukkige telefoonnul. Misschien dat de organisatie kan besluiten om het afgaan van een telefoon niet met een dikke nul te bestraffen, maar op een ludiekere manier. Ik ben nooit een voorstander van de regel geweest en om me heen hoor ik steeds meer mensen die het ook maar een k*tregel vinden. Iets om over na te denken.
 
6e ronde: 4½ punt is de norm
De slotdag is alweer aangebroken en dus wordt de spanning voelbaar. Hoe zou de nieuwe toernooivorm het houden? De koplopers in de A-groep hadden hun rekenmachines alvast paraat, want met welk resultaat zouden ze in de finale komen? Voor hen was de zesde ronde tevens de laatste van het toernooi.
 
Tijdens de prijsuitreiking had ik het verslag van de zesde ronde af. Uiteindelijk scoorden vier spelers vijf punten en vier 4½. Dat kwam dus mooi uit voor de snelschaakfinale. Die score was niet weggelegd voor Melkpak:
 
Door de overwinning kwam Klein op 4½ uit 6, genoeg voor de gedeeld 5e t/m 8e plaats. Diezelfde score was er voor Manuel Bosboom. Tegenstander Wesley Vermeulen had zijn gebruikelijke bravoure ingewisseld voor angst en ontzag. Gelaten liet hij zich door het snelschaakwonder aan alle kanten lekprikken.
 
Verder kwam Armen Hachijan zijn partij nog inleveren voor de schoonheidsprijs/spektakelprijs/bestepartijprijs. Helaas, voor zo'n prijs is meer vereist dan je stukken goed neerzetten en wachten op rare fratsen van de tegenstander.
 
Heel erg in zijn nopjes was Armen Hachijan over zijn partij tegen Frans Arp. Gezegd moet worden dat zijn tegenstander al snel in de selfdestruct-mode ging: (...)
 
7e ronde: Pinkstertoernooi 2013: Nieuwe toernooiformule, oude winnaar
De snelschaakafsluiting kon hem niet van zijn stuk brengen: Dimitri Reinderman won het 28e BSG-Pinkstertoernooi. Verliezend finalist Robin Swinkels werd SGS-kampioen. De B-groep werd door David Rutten, Seth van der Vegt, Kevin van Brummelen en Wayne Welch gewonnen.
 
Een minpuntje in het slotverslag is dat ik niks heb gezegd over de enorme haag van mensen die zich om de snelschaakpartijen vormde. Verder kwam ik er later achter dat ik niet erg consequent was met voorletters wel of niet noemen in de uitslagen. Ditmaal geen partijfragmenten - daar leent het snelschaken zich ook niet zo voor. De rest van het toernooi, het grootste gedeelte van de A-categorie en de B-categorie, heb ik maar een beetje links laten liggen. Alleen de strijd om de toernooizege was interessant. Ik denk dat de volgende fragmenten alles wel zeggen over het toernooi:
 
Winner takes almost all
“Een geweldig systeem”, knipoogde de winnaar na afloop. Doordat hij zowel in het reguliere toernooi als in de vluggertjes als winnaar naar voren kwam, leverde het toernooi hem nog een leuke bonus van 150 euro op, bovenop de 1000 euro aan prijzengeld. In ieder geval had Reinderman zijn status als hoogsteratinghouder waargemaakt en kreeg het Pinkstertoernooi een oude winnaar: na zijn zegetochten in 2009 en 2010 won de 40-jarige grootmeester opnieuw.
 
Swinkels werd tot zijn verbazing nog wel tot SGS-kampioen gekroond, en werd op het podium geflankeerd door Ootes en Riemersma. “En Bosboom dan?”, hoor ik u vragen. Het is inderdaad een wat gecompliceerd verhaal, maar het kwam erop neer dat de 50-jarige meester door zijn lagere eindklassering in het reguliere toernooi niet in aanmerking kwam voor de SGS-titel.

7e ronde
De overige spelers in de A-groep speelden nog één “lange” partij, hoewel het begrip “lang” in deze context een rekbaar begrip was: sommige spelers gaven al na enkele zetten remise, anderen (Quang Long Le en Fred Slingerland) zaten nog lang na het laatste snelschaakpotje te ploeteren.
 
(...)
 
Tot slot werden er nog wat extra prijzen uitgereikt, zoals verlate themaprijzen en een prijs voor de beste partij. Dit leidde tot ongeloof bij Riemersma, die eerst Köhler ervandoor zag gaan met zijn themaprijs en vervolgens werd opgescheept met een abonnement voor het tijdschrift New in Chess voor de beste partij van het toernooi (de partij Riemersma – Klein). Jammer genoeg had hij dat blad al.
 
Zo, dat was het weer voor dit jaar. Ik heb genoten van de verslagen en alle pogingen om met woordgrappen en absurde beeldspraak de aandacht van de lezers vast te houden. Natuurlijk kunnen deze verslagen altijd beter, dus als iemand verbeterpunten kan opnoemen, dan hoor ik het graag.

12-05-13

Alonso domineert, Hamilton diep triest

Bandenoorlog

Het formule 1-circus is weer in Europa aangekomen. Op het Catalaanse Circuit de Catalunya kwam Fernando Alonso als winnaar uit de slijtageslag. Hij won onbedreigd voor eigen publiek, voor Räikkönen en Massa. Lijstaanvoerder Fattle werd op grote afstand vierde.

Verrassingen op zaterdag
Voorafgaand aan het weekend waren de teams aan het pochen over de meegebrachte updates. In die drie weken tussen de Grand Prix van Spanje en die van Bahrein waren de nodige slimmigheden uitgedacht. De pikorde kon weleens helemaal anders zijn. Vooral het team van Caterham, dat in Bahrein al wat nieuwe onderdelen had uitgeprobeerd, kon optimistisch zijn. Die dekselse Maroussia's konden eindelijk verslagen worden! Opmerkelijk genoeg lukte dat alleen Giedo van der Garde. Charles Pic komt niet verder dan de laatste tijd. Au! Maar er zat in ieder geval een stijgende lijn in, in tegenstelling tot het team van Williams. Stond Pastoor vorig jaar nog op pole, dit jaar haalde hij Q2 niet eens. Ook bij Sauber lukt niks meer. En wat te denken van Button? Die is slechts veertiende, terwijl Chicko achtste is. Nee, de winnaars van de kwalificatie waren de Mercedes'. Opmerkelijk is dat Rosberg Luis opnieuw te snel af is. De Finse Duitser was eveneens verrast: hij had de auto juist meer afgesteld voor de race, zodat hij niet weer door iedereen om de oren gereden zou worden. Hij beschouwde de pole maar als een leuke bonus. Fattle was met zijn derde plek nog "best of the rest", voor Räikkönen en Alonso.

Grijze baksteen
Op de racedag zijn de omstandigheden goed voor Mercedes: het is niet heel warm, dus misschien viel de bandenslijtage nog mee. Ook bij de start gaat alles nog naar wens voor Rosberg. Hij behoudt de leiding, al laat Luis zich verrassen door Fattle. Achter hen gaat Alonso langs Räikkönen, om vervolgens Luis ook nog buitenom in te halen. Ondertussen is Massa naar een zesde plek opgerukt (hij kreeg drie startplaatsen straf omdat hij Webber in de weg had gezeten in de kwalificatie) en rijdt de top zes weg bij de rest van het veld, aangevoerd door Chicko.

Rosbergs tempo is niet erg indrukwekkend en het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat Fattle en Alonso hem passeren. Dat blijkt echter niet zo gemakkelijk te gaan: inhalen is nog steeds ontzettend moeilijk op het Spaanse circuit. Rosberg is bovendien erg snel in de laatste sector, waardoor hij op het lange rechte stuk van start/finish niet in de problemen komt.

Door de hoge bandenslijtage beginnen de pitstops al in ronde zeven. Een ver teruggevallen Webber komt zich als eerste bij zijn team melden voor nieuwe banden. Even later komt de rest ook binnen en dat brengt de als negentiende (!) gestarte Gutiérrez kortstondig aan de leiding. Achter zijn rug wordt Rosberg belaagd door Alonso, Fattle en Massa. Alonso, die Fattle bij de pitstops heeft verschalkt, DRS't zich langs de polesitter, die even van slag is en gelijk ook Fattle en Massa ziet passeren. Iets meer moeite heeft Räikkönen met de Mercedes, maar als hij er even later ook voorbij is, is Rosbergs rol vooraan uitgespeeld. Met de andere Mercedes gaat het niet bepaald beter: Luis is al naar de grijze middenmoot teruggezakt.

Al snel wordt er afgetrapt voor de tweede serie pitstops. Voor Van der Guard is de veelbelovende Spaanse Grand Prix dan ook maar meteen afgelopen: een wiel wordt niet goed gemonteerd en loopt eraf. Stom, stom, stom. Giga kon niet veel anders doen dan een driewieler bij zijn team afleveren, wat Caterham bovendien op een fikse boete kwam te staan: je mag een coureur niet instrueren om met een ondeugdelijke auto rond te rijden. Daarmee werd Van der Guard de tweede uitvaller van de race, nadat Grosjean door een kapotte achterwielophanging eveneens een hinkende bolide bij zijn team kon afleveren.

Vooraan proberen Fattle en Räikkönen de Ferrari's te verslaan door vast te houden aan een driestopstrategie, terwijl de Ferrari's wel vier stops gaan maken. In de paar rondjes die Fattle en Räikkönen langer op versleten banden moeten doorrijden, verliezen ze echter gigantisch veel tijd. Vooral Fattle lijkt aan het eind van de stints bijna stil te staan. Alonso heeft de twee al snel weer in het vizier, waardoor hij na de pitstops ruimschoots aan de leiding gaat, met teamgenoot Massa op de tweede plaats.

Räikkönen komt na zijn stop net voor de deur bij Rosberg op de baan. Wel zit hij vlak achter Fattle, die al snel weer alle kanten begint op te glijden en spoedig door the Iceman wordt ingerekend. Achterblijver Bianchi ziet het voor zijn neus gebeuren. Hij blijft rondenlang achter de Red Bull van de wereldkampioen aanhobbelen. Räikkönen maakt ondertussen jacht op Massa, die het moeilijk heeft op zijn versleten banden. Dus komen hij en Alonso in dezelfde ronde naar de pits.

De derde serie pitstops is in volle gang en dat zorgt ook nu weer voor brokken: Hülkenberg let bij het wegrijden niet op en klapt boven op Vergne, waardoor hij meteen nog een pitstop kan maken voor een nieuwe neus. Vergne krijgt even later merkwaardig genoeg een lekke band, die ook zijn race ruïneert.

Ondertussen is de stand vooraan ook wel bepaald: Räikkönen blijft na de laatste serie pitstops Massa voor, maar hij kan Alonso niet meer bedreigen. Ondertussen kiest Fattle alsnog eieren voor zijn geld en bezoekt hij voor de vierde keer zijn monteurs, om met een wat magere vierde plek genoegen te nemen. Het spektakel is verderop te vinden, waar de verschillende strategieën in de slotfase samenkomen. Webber heeft zich dankzij een agressieve strategie opgewerkt naar een vijfde plaats, maar achter hem moet Rosberg alle zeilen bijzetten om DRS'ta voor te blijven. De wat norse Schot jaagt op de Mercedes die in de kwalificatie zo snel was. Verderop doet de jammerlijk teruggevallen Subtiel (zijn eerste pitstop liep in de erwtensoep) hetzelfde bij Luis. De McLarens strijden voor de achtste plek. Button, die in de openingsfase zijn handen vol had aan Van der Garde, ligt door een uitgekookte driestopstrategie ineens voor zijn teamgenootje. Spannend! En ondertussen rijdt Gutiérrez op nieuwe banden de snelste raceronde.

Helaas (?) blijft alles zoals het was en wint Alonso voor Räikkönen, Massa, Fattle en Webber. Rosberg blijft DRS'ta net voor, terwijl Button en Chicko nog net in de "lead lap" komen binnenhobbelen. Een puik optreden van Ricciardo werd met één punt mager beloond, terwijl Gutiérrez de onbeloonde held werd van de race.

Door zijn overwinning voor eigen publiek doet Alonso weer helemaal mee in het kampioenschap. Eindelijk heeft hij een auto waarmee hij de Red Bulls kan uitdagen. En zelfs meer dan dat. Dat kan de Lotus ook. Door een bekeken tweede plaats naderde de totaal onverschillige Räikkönen Fattle op vier WK-punten. Alonso heeft nog altijd een gat van zeventien punten te overbruggen. Hij zal dus moeten hopen dat hem geen rare dingen overkomen als in Maleisië of Bahrein. Verder is Luis door zijn droevige nulresultaat (voorlopig) geen titelkandidaat meer. Een herhaling van vorig jaar dreigt voor Mercedes.


Rondetabel GP van Spanje 2013: gebaseerd op de lapchart (een lijnenspel dat dezelfde informatie geeft als de rondetabel, maar dan warriger.)

09-05-13

Advocaatje leef je nog?

 
Ja Dick, daar sta je dan. Met je handen over elkaar langs het veld als een advocaat die het vonnis van de rechter aanhoort. Levenloze blik in de ogen. Nog één wedstrijd en je bent vrij om te gaan. Weg bij die kudde zichzelf overschattende, verwaande jankebalken. Weg uit die met negatieve energie gevulde slangenkuil.
 
Het eindoordeel is hard: je hebt gefaald en niet zo'n beetje ook. Oké, de Europa-League werd bewust opgeofferd, die competitie leidde alleen maar af. Ik ben het niet met de afweging eens - en met mij waarschijnlijk de andere Eredivisie-coaches - maar soms moet je offers brengen om je idealen te realiseren. Het moet gezegd worden: jullie waren lange tijd goed op weg om landskampioen te worden. Maar toen werd de druk te groot en ging het opnieuw mis. Fred Rutten kan erover meepraten. De sfeer in de ploeg verslechterde met de dag en je viel helemaal uit je rol. Neem nou eens een voorbeeld aan je collega Frank de Boer, die laat zich nooit kennen. En laten we wel wezen: drie punten tegen Feijenoord, één tegen Vitesse en geen een tegen Ajax, met zulke slechte onderlinge resultaten verdien je het ook niet om kampioen te worden.
 
Teleurstellend is het dan ook dat jullie de bekerfinale amper serieus namen. Natuurlijk is het maar een derderangs toernooi, maar een prijs is een prijs, nietwaar? AZ keek al zowat een half jaar naar die wedstrijd uit. Natúúrlijk won AZ. Hoewel jullie de Alkmaarders in de competitie met 5-1 (in Eindhoven) en later nog met 3-1 (in Alkmaar) hadden geveegd, lukte dat op neutraal terrein merkwaardig genoeg niet. Het leek wel alsof jullie wilden verliezen, zo slap begonnen jullie. Met welke intenties waren jullie aan de wedstrijd begonnen? En in de jacht op de gelijkmaker dan. Dat was wel iets erger dan gewoon het vizier niet op scherp hebben staan. Hoe impotent kun je zijn? De klasse om AZ kapot te spelen was er, maar als je dan niet verder komt dan een paar schoten op de keeper en een schot op de paal, dan moet je je toch wel flink achter je oren gaan krabben. Pas nadat die zoutpilaar van een Bouma was gewisseld, leek de wedstrijd alsnog in jullie voordeel te kantelen, maar een overwinning zou natuurlijk veel te veel van het goede zijn geweest. En dus ging er weer een prijs aan jullie neus voorbij. De vraag die na de wedstrijd bleef hangen: vanwaar deze zelfkwelling?
 
Zo bleef de oogst van dit voetbalseizoen beperkt tot de Johan Cruijff-Schaal en het behalen van de voorronde van de Champions' League. Geen landskampioen, geen heldendaden in Europa en ook geen bekersucces: het seizoen 2012-2013 kan sportief als een rampjaar omschreven worden. Tel daarbij nog de imagoschade van het merk PSV op en het plaatje is compleet. Je hebt gefaald en je wordt veroordeeld tot levenslang achter de geraniums zitten.

08-05-13

Eén kaarsje

Mayday
 
Vandaag is het precies een jaar geleden dat mijn leven op z’n kop werd gezet. Een enorme aardverschuiving werd vorig jaar op die achtste mei in gang gezet. Ik werd erdoor overvallen, maar al snel drong het tot me door dat mijn leven nooit meer zoals vroeger zou worden. Ik voelde me machteloos en verslagen. Het leven had geen zin meer voor m’n gevoel. Wat had ik allemaal aangericht?
Vanuit de omgeving hoefde ik weinig steun en medelijden te verwachten. Ik was maar raar en vervelend; ik had alle ellende aan mezelf te wijten. Ik kon de veranderingen niet accepteren. Ik had nooit kunnen voorzien dat dit zou kunnen gebeuren. En nu stond ik er helemaal alleen voor. Het enige wat ik nog had was een enorm schuldgevoel. Wat had ik allemaal aangericht?
Ondertussen werd mijn bewegingsvrijheid steeds verder ingeperkt. Ik mocht niks, maar moest van alles. Ik voelde me als een hond behandeld. Mijn leven was in een hel veranderd. Ik ben nog altijd niet waar ik had willen staan. Ter nagedachtenis van deze trieste dag steek ik vandaag een kaarsje aan en troost ik me met dit warme licht.
 


01-05-13

Een kinderhand is gauw gevuld

Na maanden van wachten was het vandaag eindelijk zover: de nieuwe ratinglijst van de KNSB kwam uit. Ook verscheen de nieuwe FIDE-ratinglijst, met daarin de verwerking van de partijen van de afgelopen maand. In die korte tijd waren er toch de nodige mutaties te bewonderen. Voor mijzelf was het een heuglijk moment: door m'n goede resultaten van de afgelopen tijd behaalde ik mijn hoogste ratings ooit: 2183 (KNSB) en 2131 (FIDE). Dat maakte m'n dag weer helemaal goed!
 
 
Mijn ratingontwikkeling door de jaren heen. Vanaf eind 2000 heb ik een (Nederlandse) KNSB-rating en vanaf eind 2005 ook een internationale FIDE-rating.

Het is grappig om te zien dat mijn FIDE-rating nog altijd een stuk lager ligt dan mijn KNSB-rating. Dat zie je niet heel vaak: bij de meeste schakers zijn ze ongeveer gelijk en soms is de FIDE-rating zelfs (beduidend) hoger. Dat was aanvankelijk ook bij mij zo, maar door wat pech met de verwerking van de resultaten werden de ratings genivelleerd en sindsdien stijgt mijn KNSB-rating harder. Het verschil lijkt nog steeds te groeien.
 
In ieder geval heb ik nu een (KNSB-) rating van bijna 2200. Dat begint erop te lijken. Toch is mijn progressie gering vergeleken de andere BSG-beertjes:
 

Ratingverloop van mijzelf uitgezet tegen die van Ewood en Large.

Tot 2005 kon ik nog redelijk mee met de twee andere BSG-beertjes, maar daarna liepen ze flink bij me weg. Nog schrijnender wordt de vergelijking als ik de ratingontwikkeling uitzet tegen leeftijd:
 
 
Ratingverloop per leeftijd: waar Ewood en Large aanvankelijk gelijk opgingen, bleef ik behoorlijk achter. Ook nu lig ik zo'n tien jaar achter. Gelukkig zit ik nog steeds in een stijgende trend.
 
In ieder geval sloot ik weer een beetje aan bij de rest van het team. De nieuwe KNSB-ratings van BSG 1 van het afgelopen seizoen zijn:
  1. Alexander Berelowitsch 2541 (-6)
  2. Robert Ris 2404 (+1)
  3. Lars Ootes 2374 (+24)
  4. Frank Erwich 2358 (-7)
  5. Ewoud de Groote 2352 (-6)
  6. Alexander van Beek 2322 (+7)
  7. Tea Lanchava 2296 (-8)
  8. Ton van der Heijden 2288 (-4)
  9. Henk van der Poel 2246 (+10)
  10. Jesper de Groote 2183 (+25)
Dat brengt de gemiddelde rating op 2336. Nog steeds ben ik op papier de zwakste schakel van het team, maar het verschil met de rest is niet meer zo heel groot. Dat belooft hopelijk wat voor volgend jaar, als we weer in de meesterklasse zullen spelen. Wel zit ik er stiekem aan te denken om in de zomer toch een toernooi te spelen, om eventueel de 2200 te halen. Het succes van de afgelopen tijd smaakt naar meer. Kennelijk zijn die kleine kinderhandjes toch niet zo heel snel gevuld.