30-11-12

Het formule 1-rapport

Na acht maanden en twintig races zit het formule 1-seizoen van 2012 er weer op. Het was een spannend kampioenschap, waarin aanvankelijk geen favoriet wilde opstaan. Ook ditmaal haalde Fattle het kampioenschap binnen, maar bleef het tot en met de laatste race spannend. Toch waren er ook andere winnaars, zoals herintreder Räikkönen, of de teams van Lotus en Williams. Verliezers waren er uiteraard ook. Denk aan McLaren. En wat te denken van de roemloze aftocht van Shoeface? Hoewel Mercedes eindelijk een race won, behoorde het team eveneens tot de verliezers. Niets was te gek in 2012. Het was een te gek formule 1-seizoen, waarin de kijker de grootste winnaar was.
 
Coureurs
 
1. Sebastian Vettel (Fattle)
2012: wereldkampioen met 281 punten
Dat het dit seizoen zwaarder zou worden dan het uiterst succesvolle 2011, dat was nog wel te verwachten. Maar dat Red Bull in de eerste races door McLaren en zelfs Mercedes om de oren werd gereden, dat had echt niemand verwacht. We kregen een andere kant van Sebastian Vettel te zien: die van een verongelijkt jongentje. Wat baalde hij dat hij ditmaal niet de snelste bolide onder zijn kont had. Wel bewees hij het ongelijk van zijn criticasters met sterke optredens in de race. Al snel was hij weer titelkandidaat, maar pas na de zomerstop ging hij echt los en liet hij de verstikkende dominantie van vorig jaar zien. De laatste races verliepen minder voorspoedig en na de eerste ronde in Interlagos hing zijn kampioenschap aan een zijden draadje. Maar hij reed ook nu weer een ijzersterke inhaalrace en scoorde met een zesde plaats precies genoeg voor de titel. Zelfs teamgenoot Mark Webber was diep onder de indruk en dat zegt heel veel.
9

2. Mark Webber
2012: zesde met 179 punten
Voor Mark Webber begon het seizoen precies het tegenovergestelde als voor zijn teamgenoot: na zijn zwakke optreden in 2011 liet Webber zien dat hij het wel in zich had om Fattle flink partij te bieden. Zelfs meer dan dat. Waar de concurrentie faalde, bleef Webber constant presteren. Hij was Fattle regelmatig de baas. Helaas gold dat alleen voor de eerste seizoenshelft. Na zijn overwinning in Silverstone liet hij weinig meer zien om trots op te zijn. Hij werd met de race gefrustreerder, wat resulteerde in veel onnodige aanrijdingen. Het had dramatische consequenties voor de stand: van titelkandidaat degradeerde Webber naar de zesde plaats in het rijderskampioenschap.
6
 
3. Jenson Button
2012: vijfde met 188 punten
Het is bijna niet voor te stellen, maar Jenson Button heeft dit jaar het kampioenschap aangevoerd. Dat was na de eerste race, toen alles er nog geweldig uitzag voor de McLaren-coureur. Hij kon zich toen nog niet bevroeden hoe zwaar hij het in de daaropvolgende races zou krijgen, waarin WK-punten vaak buiten bereik bleven en de titel steeds verder uit zicht raakte. Pas tegen de zomerstop kreeg Button het lek boven, maar er viel niks meer te redden. Tekenend was dat Alonso de Grand Prix van Singapore verliet met meer punten dan Button aan het eind van het seizoen had. Button kende nog wel drie dagsuccessen: naast de openingsrace won hij de eerste race na de zomerstop en de laatste race van het seizoen, maar de rest was prut.
4
 
4. Lewis Hamilton (Luis)
2012: vierde met 190 punten
Lewis Hamilton moet ongetwijfeld veel hebben geleerd van zijn vechtseizoen 2011, want dit jaar kwam hij veel beter voor de dag. Hij liet zich niet meer zo gek maken als toen en daardoor wist hij in het begin van het seizoen aan de lopende band punten te scoren. Een minpuntje was dat hij zijn snelheid in de kwalificatie niet in zeges om kon zetten: keer op keer gingen er kleine dingen mis, waardoor het tot de Grand Prix van Canada zou duren voordat de McLaren met startnummer 4 een race won. Het was niet de voorbode van iets moois, want in de daaropvolgende races lukte werkelijk waar niks en dus raakte de titel uit zicht. Luis had genoeg gezien en kondigde zijn overstap naar Mercedes aan, waar hij meer kans denkt te hebben om nog een keer kampioen te worden. En geef hem eens ongelijk, want met zeven polepositions, vier zeges en twee keer aan kop uitgevallen was Luis over het hele seizoen de snelste man. Maar hij werd slechts vierde in het WK. Dat doet zeer.
7
 
5. Fernando Alonso
2012: vicewereldkampioen met 278 punten
Wat zat hij er doorheen: na eerdere ontgoochelingen in 2007 en 2010, waar hij in de laatste wedstrijd de titel verspeelde, ging de titel ook dit jaar aan zijn neus voorbij. Maar hoewel Fernando Alonso drie punten achter drievoudig wereldkampioen Fattle eindigde, eindigde hij 88 punten boven Luis, 90 boven Button en 99 punten boven Webber. En dat met een Ferrari die opnieuw niet best was. Maar Alonso zeurde niet en bracht iedere keer het maximale resultaat mee naar huis. Soms was dat een vijfde plaats, maar als de concurrentie steekjes liet vallen, dan was Alonso er als de kippen bij om ze af te straffen. Zijn overwinningen in Maleisië en Valencia waren om in te lijsten. Helaas zaten dergelijke buitenkansjes er na de zomerstop niet meer in en moest Alonso aan schadebeperking doen. Dat deed hij, want naast de startcrashes in België en Japan stond hij in elke race op het podium. Het was niet genoeg voor de titel, omdat Fattle vaak op de hoogste trede van het podium stond. Maar dat hij de titel in Brazilië korte tijd virtueel in handen had, was een prestatie van formaat.
10
 
6. Felipe Massa
2012: 7e met 122 punten
“Weg moet die man!”, dat was de reactie van de meeste formule 1-kenners na de eerste Grand Prixs van dit seizoen. En inderdaad: wat Felipe Massa in die races liet zien was beneden alle peil. De Ferrari was in die races geen prettige wagen om mee te werken, maar waar Alonso in Maleisië won, eindigde Massa bijna een ronde achter zijn teamgenoot, ver buiten de punten. En dat terwijl Sauber-coureur Perez die race gewoon tweede werd. Waarom bood Ferrari die gast geen contract aan? Niemand die het begreep. Massa’s prestaties verbeterden echter gedurende het seizoen en hij was de ideale waterdrager voor Alonso. Hoewel zijn status als nummer-2-coureur hem de nodige punten kostte, scoorde hij na de zomerstop meer punten dan Luis en Webber en daarmee beloonde hij het vertrouwen dat Ferrari in hem heeft gesteld.
6
 
7. Michael Schumacher (Shoeface)
2012: 13e met 49 punten
2012 had het oogstjaar moeten worden voor Michael Schumacher. Natuurlijk zou Mercedes niet meteen in het eerste seizoen een winnende auto hebben en ook 2011 was nog te vroeg. Maar voor dit jaar zag het er goed uit: de auto kon zich in het begin van het seizoen met de snelsten meten. Toch leverde dat niet meteen goede resultaten op: keer op keer stond de Mercedes met startnummer 7 langs de kant van de weg. Na de Grand Prix van Canada was Shoeface vier keer met pech uitgevallen, een keer had hij het volledig aan zichzelf te wijten: in Spanje klapte hij bovenop Senna. Het leverde hem meteen een gridstraf op voor de Grand Prix van Monaco, waar hij zich prompt op poleposition kwalificeerde – maar slechts als zesde mocht starten. Succes was er nog in de straten van Valencia, waar hij dankzij een goede strategie oprukte naar de derde plaats bij de finish. Het zou zijn enige Mercedes-podiumplaats worden, want naarmate het seizoen vorderde, zakten de grijze bolides steeds verder richting de staart van de grid, om in de races doorgaans nog verder weg te zakken. Shoeface bezegelde zijn lot in Singapore, waar hij opnieuw bovenop een andere wagen klapte, ditmaal Vergne. Een paar dagen werd Luis gecontracteerd bij Mercedes en moest Shoeface wijken. Een zevende plaats in zijn afscheidsrace voorkwam een afgang via de zijdeur, al was zijn laatste race bij Ferrari veel heroïscher. Nu zal zijn laatste race vooral worden herinnerd als de race waarin hij nadrukkelijk aan de kant ging voor Fattle, zijn opvolger. Erg spijtig.
5
 
8. Nico Rosberg
2012: 9e met 93 punten
Ook in 2012 was Nico Rosberg de beste Mercedes-coureur. In China had hij de eer om zijn eerste poleposition en Grand Prix-overwinning te boeken. Het was het succes waar het Mercedes-team al ruim twee jaar naar op zoek was. Het kreeg echter geen vervolg, al stond Rosberg ook in Monaco op het podium, ditmaal als tweede. Daarna was de koek echter op en kwam hij niet meer in de buurt van het podium. Rosberg moest het doen met nog een aantal puntenfinishes en in de slotfase van het seizoen was zelfs dat te veel gevraagd: hij bleef de laatste zes races droog staan. Het was een droevig einde voor een seizoen dat zo mooi begon. Maar die Grand Prix-zege nemen ze hem niet meer af.
7
 
9. Kimi Räikkönen
2012: derde met 207 punten
Het was geen nette manier waarop Kimi Räikkönen in 2009 Ferrari verliet. Hij kreeg een oprotpremie om plaats te maken voor Fernando Alonso. Na een paar jaar rallyrijden kreeg hij bij Lotus een tweede kans. Daar heeft Lotus geen spijt van gekregen, want Räikkönen was het afgelopen jaar ongelooflijk goed. Alsof hij nooit weg was geweest. Räikkönen was snel, gretig en vooral ongelooflijk betrouwbaar: hij finishte in alle races – slechts eenmaal buiten de punten. Hij was regelmatig op het podium te vinden, maar de overwinning wilde maar niet lukken. Tot de knotsknettergekke race van Abu Dhabi, waarin hij zijn engineer ijskoud duidelijk maakte dat-ie z’n kop moest houden, om vervolgens stoïcijns als eerste over de streep te komen. Een briljante race in een briljant seizoen als herintreder. Met een derde plek tussen de Red Bull- en Ferrari-coureurs overtrof hij alle verwachtingen.
10
 
10. Romain Grosjean (Schrootjean, First Lap Nutcase)
2012: 8e met 96 punten
Ook Romain Grosjean kreeg een tweede kans, nadat hij in 2009 de ondankbare taak had om halverwege het seizoen Piquet te vervangen. Daarmee hielden de overeenkomsten tussen de Lotus-coureurs op, want waar Räikkönen meer ronden aflegde dan wie dan ook, was Grosjean hekkensluiter. Veel te vaak ging het al bij de start mis. Keer op keer elimineerde hij zichzelf nog voor de race goed en wel onderweg was. Dieptepunt was ongetwijfeld de startcrash in België, waar hij in een actie vier man elimineerde. Voor straf moest hij de volgende race van de kant toekijken, om een paar races later in Japan Webber bij de start achterstevoren te tikken, dit tot grote woede van de Australiër. Door het gehannes bij de start zou je bijna nog zijn goede optredens vergeten. Zo was hij in de kwalificatie vaak erg snel en scoorde hij in Canada een zeer knappe tweede plaats. Hoogtepunt van het jaar had Valencia kunnen worden, maar toen beroofde een kapotte dynamo hem van een goed resultaat. Door de vele uitvalbeurten bleef een hoge klassering uit – teamgenoot Räikkönen haalde ruim twee keer zo veel punten. Dat moet volgend jaar echt beter.
5
 
11. Paul di Resta (DRS’ta)
2012: 14e met 46 punten
Net als in 2011 begon Paul di Resta sterk aan het seizoen. Hij profiteerde in de eerste races van de fouten van anderen en reed in Bahrein een slimme race, die hem een zesde plaats opleverde. Meer was op dat moment niet weggelegd voor de Force India, maar naarmate het seizoen vorderde, lieten de oranje-wit-groene bolides zich steeds meer van voren zien. In Singapore behaalde DRS’ta zijn beste resultaat uit zijn carrière: hij kwam in het kielzog van Alonso als vierde aan de finish. Helaas ging daarna het licht uit en werd hij continu overklast door teamgenoot Hülkenberg, die hem op de ranglijst passeerde en flink afstand nam.
6
 
12. Nico Hülkenberg
2012: 11e met 63 punten
Heel veel kon herintreder Nico Hülkenberg niet laten zien in het begin van het seizoen. De vervanger van de op non-actief gestelde Subtiel worstelde met de weinig competitieve wagen. In Valencia kwam de ommekeer en kwalificeerden beide auto’s zich in de top 10. Hülkenberg finishte die race als vijfde en verbeterde die prestatie na de zomerstop met een fraaie vierde plaats in België. In de tweede seizoenshelft was hij DRS’ta meestal de baas en sprokkelde daarmee de nodige puntjes. Het hoogtepunt had Brazilië moeten worden, waarin hij met Button het hele veld tot aan de safetycarperiode declasseerde. Door een ongelukkige aanrijding met Luis moest hij genoegen nemen met een vijfde plaats, dat had een beter lot verdiend. Met een beetje geluk had hij Force India eigenhandig voorbij Sauber, zijn nieuwe werkgever, in het kampioenschap kunnen tillen. Nu kwam zijn slotoffensief te laat. Gelukkig hoeft hij volgend jaar geen opstartproblemen meer te overwinnen.
8
 
14. Kamui Kobayashi (Co Biaggi)
2012: 12e met 60 punten
Wat was iedereen blij voor Kamui Kobayashi toen hij tijdens zijn thuisrace naar het podium mocht. Het was moeilijk voor te stellen, maar de man die in 2009 als invaller voor Timo Glock indruk maakte met zijn wilde rijstijl, moest er nu alles aan doen om een stoeltje voor volgend jaar te bemachtigen. 2012 was geen gemakkelijk jaar, maar wat wil je ook met een teamgenoot als Perez? Die stond drie keer in het podium en vergeleken hem was zelfs Co Biaggi maar een saaie pief. En toch scoorde de constant presterende Co Biaggi (33 punten in de eerste seizoenshelft en 27 in de tweede) maar zes puntjes minder dan Perez en kwalificeerde hij zich driemaal in de top 3. Zo’n coureur verdient toch nog een jaartje in de formule 1?
7
 
15. Sergio Perez
2012: 10e met 66 punten
Gefeliciteerd! Sergio Perez gaat naar een topteam. Niet naar Ferrari, dat na elke podiumplek de boot afhield, maar naar McLaren, dat Luis zag vertrekken. En zeg nou zelf: om de overwinning gevochten in Maleisië en van de middenmoot naar het podium opgerukt in Canada en Italië in een Sauber, dan ben je steengoed. Tot zover was McLaren tevreden, maar het slot van het seizoen bewees het gelijk van Ferrari: nadat hij het contract had getekend, scoorde hij niets meer. In de laatste zes races viel hij maar liefst drie keer door een spin of botsing uit en daarmee haalde hij de glans van zijn voorbeeldige seizoen af. Een kwestie van keer op keer te veel hooi op z’n vork nemen, wat nergens voor nodig was. McLaren zal inmiddels wel spijt hebben.
7
 
16. Daniel Ricciardo
2012: 18e met 10 punten
Het was geen makkelijk eerste volledige formule 1-seizoen voor Daniel Ricciardo. Het tweede team van Red Bull had na een leuk 2011 weinig in de melk te brokkelen. Ricciardo was erg constant, hij finishte bijna alle races. Meestal zat hij in de buurt van de laatste punten, wat betekende dat hij soms een of twee punten wegkaapte, maar vaak ook niet. Zijn beste resultaat was een negende plaats, een resultaat dat hij nog drie keer evenaarde. Samen met twee tiende plaatsen leverde het hem tien punten in de eindstand op. Daar wordt niemand warm of koud van.
6
 
17. Jean-Éric Vergne
2012: 17e met 16 punten
Dankzij vier achtste plaatsen kan Jean-Éric Vergne met een enigszins goed gevoel terugkijken op zijn debuutjaar: hij kon goed mee met zijn teamgenoot. Hoewel Ricciardo acht keer voor Vergne finishte en Vergne maar zeven keer voor zijn teamgenoot, deed Vergne het op de momenten waarop het telde: als ze in de punten reden. Door twee achtste plaatsen voor de neus van de Australiër weg te kapen, eindigde Vergne boven hem in het kampioenschap. De overige races reed Vergne een beetje voor spek en bonen mee. Dat waren er behoorlijk veel, aangezien hij slechts vier keer uitviel. Drie keer door domme pech, een keer door een onnozele botsing met Co Valainen.
6
 
18. Pastor Maldonado (Pastoor)
2012: 15e met 45 punten
De Williams was snel. Of Pastor Maldonado was snel. Of allebei. In ieder geval was de combinatie tot mooie dingen in staat, al beperkten de hoogtepunten zich vooral tot de kwalificatie. In de race was Pastoor vooral erg bedreven in het vergooien van goede resultaten. De toon werd al in de openingsrace gezet, toen hij in de laatste ronde crashte en daarmee een zekere zesde plaats verspeelde. En wat te denken van de botsing met Luis in Valencia? Pastoors roekeloze rijstijl leverde hem bovendien de nodige straffen op. Toch was er een Grand Prix-weekend waar alles op zijn plaats viel: in Spanje won hij op grootse wijze. In die ene race scoorde hij meer punten dan in de andere negentien bij elkaar. Hoezo wisselvallig?
7
 
19. Bruno Senna
2012: 16e met 31 punten
In Brazilië reed Bruno Senna waarschijnlijk zijn laatste race in de formule 1. Met zijn tien puntenfinishes was hij de tegenpool van teamgenoot Pastoor, maar echt veel indruk maakte hij er niet mee. Het ging al mis in de kwalificatie, want waar Pastoor zich vaker wel dan niet in de top 10 kwalificeerde, lukte het Senna maar een keer. Dat hij zijn auto in de vrije trainingen aan (zijn vervanger) Valtteri Bottas moest afstaan, hielp hem ook niet echt. In de races toonde Senna zich vaak op zijn minst gelijkwaardig aan zijn teammaat, maar door zijn slechte kwalificatieposities zaten er geen echte uitschieters tussen op zondag. Verder dan een zesde plek in Maleisië kwam hij niet.
5
 
20. Heikki Kovalainen (Co Valainen)
2012: 22e met 2 dertiende plekken
Zou Heikki Kovalainen het geploeter in de achterhoede zat zijn? Het lijkt er wel op. Waar een uitgebluste Jarno Trulli nog een perfecte teamgenoot was om zijn geschonden blazoen mee op te poetsen, zo is Petrov misschien wel de teamgenoot die hem definitief de das om doet. Naarmate het seizoen vorderde kreeg Co Valainen steeds vaker klop van zijn Russische teamgenoot. Ook kwam hij in de races vaak als achterste Caterham over de streep. Op deze manier zien de topteams hem in ieder geval niet staan.
5
 
21. Vitali Petrov (Petjerov)
2012: 19e met een elfde plek
Werd in zijn debuutjaar door Kubica afgemaakt en een jaar later door Lotus aan de kant geschoven toen hij zich kritisch uitliet over het team. Je zou je kunnen voorstellen dat Vitali Petrov met een zwaar gemoed aan het formule 1-seizoen begon. Maar 2012 was eigenlijk een prima jaar voor hem. Hij hield zich verrassend goed staande tegen Co Valainen en maakte Caterham blij door op de valreep Charles Pic te verslaan, waarmee hij zijn team de tiende plek in het constructeurs-WK bezorgde. Hopelijk is die prestatie voldoende om hem nog een jaar langer bij het team te houden. Toch moet Petjerov er waarschijnlijk niet aan denken waar hij had kunnen staan als hij vorig jaar even op z’n tong gebeten had…
8
 
22. Pedro de la Rosa
2012: 25e met vier zeventiende plekken
Je bent 41 en je wilt nog in de formule 1 rijden. Wat doe je dan? Juist, je gaat naar hrt. Over Pedro de la Rosa’s seizoen valt weinig te zeggen: de hrt’s konden de andere teams niet bijhouden en zaten alleen de snellere deelnemers in de weg. Hoogtepunten kende De la Rosa niet, wel dieptepunten, zoals de kwalificatie in Melbourne en de totaal onnodige botsing met Grosjean in de kwalificatie van Brazilië.
5
 
23. Narain Karthikeyan
2012: 24e met een vijftiende plek
Een trage coureur in een trage wagen. Toch scoorde Narain Karthikeyan met een vijftiende plek in Monaco het beste resultaat van hrt van het seizoen. Ook wist hij teammaat De la Rosa een aantal keer in de kwalificatie te kloppen. Daarmee was zijn seizoen naar behoren verlopen, hoewel hij van geluk mag spreken dat hij het ongeluk met Rosberg in Abu Dhabi nog kan navertellen.
5
 
24. Timo Glock
2012: 20e met een twaalfde plek
Ook voor Timo Glock zijn de druiven zuur: nadat Toyota in 2009 de formule 1 verliet, hoopte hij ongetwijfeld bij een van de nieuwe teams progressie te maken. Dat viel tegen, want voor het derde jaar op rij kwam hij er niet aan te pas. Wel scoorde hij in de chaos van Singapore een bekeken twaalfde plek, maar door aanrijdingen met snellere deelnemers kon hij niet nog meer voor zijn team betekenen. Had in Pic een snelle teamgenoot waarmee hij venijnige duels uitvocht.
6
 
25. Charles Pic
2012: 21e met een twaalfde plek
Wat had Charles Pic zijn team blij kunnen maken als hij Petjerov achter zich had gehouden. Helaas kon hij zich zonder KERS niet staande houden in het oerwoud van blauwe vlaggen, waardoor de Rus de belangrijke elfde plek pakte voor Caterham. Toch presteerde Pic best goed en dat was voor datzelfde Caterham een reden om hem een contract aan te bieden. Kortom: een minipromotie, maar wie weet waar dit gaat eindigen.
6
 
Teams
 
Red Bull-Renault
2012: kampioen met 460 punten
Het was geen gemakkelijk jaar voor Red Bull: topontwerper Adrian Newey had zich verslikt in het nieuwe reglement, waardoor de Red Bulls in de eerste races achter de feiten aan liepen. Vooral in de kwalificatie lieten de kampioenen het liggen en daar lag vorig jaar juist hun kracht. Toch verdient het team lof voor de manier waarop ze ook in slechte situaties veel punten wisten te pakken. De blauwe bolides wisten in de race altijd wel een weg naar boven te vinden, vaak geholpen door afwijkende pitstopstrategieën. Niemand kreeg de zege zomaar cadeau. Toch gingen er nog genoeg mis, variërend van kapotte dynamo’s tot slecht getimede pitstops bij Mark Webber, maar door de bank genomen gooide Red Bull weinig punten weg. De beloning voor het harde werken kwam in de tweede seizoenshelft, toen de auto weer de snelste van het veld was. De concurrentie kreeg vanaf dat moment geen kans meer. Uiteindelijk haalde Red Bull het constructeurskampioenschap vrij eenvoudig binnen en daar had na de seizoenstart waarschijnlijk niemand op gerekend.
9
 
McLaren-Mercedes
2012: derde met 378 punten
Het seizoen begon prachtig voor McLaren: de zilveren bolides stonden gebroederlijk op de eerste startrij in Australië, waarna Button de race won. Al snel bleek dat McLaren niet in de voetsporen kon treden van Red Bull, dat vorig jaar de concurrentie had vermorzeld: op zondag ging gewoon veel te veel mis. Dat had vooral met de vele verprutste pitstops te maken. Iedere race liepen er wel een paar volledig in de soep, waardoor de McLaren-coureurs veel tijd en posities verloren. Halverwege het seizoen vond men het eindelijk tijd om eens op pitstops te oefenen. Prompt had McLaren de snelste pitstops van alle teams en dat werd trots de wereld in getwitterd. Het leed was echter al geleden, want door de vele gemorste punten moest McLaren risico nemen om aansluiting te krijgen in het kampioenschap. Het betekende dat de zilveren bolides keer op keer met panne langs de kant van de weg stonden als de prijzen werden verdeeld. Het gevolg: zelfs Ferrari ging McLaren nog voorbij. Luis had genoeg van het chronische amateurisme en tekende bij Mercedes, waarmee hij McLarens rampjaar compleet maakte.
4
 
Ferrari
2012: tweede met 400 punten
Na de openingsrace zou het weleens een heel moeilijk jaar kunnen worden voor Ferrari. Waren de Italianen in 2011 te conservatief geweest, het ontwerp van de wagen van 2012 was juist weer te radicaal. De windtunnel deugde niet en de wagen was in de eerste races niet vooruit te branden. Toch won Alonso er nog een race mee. De Spanjaard pakte elk haalbaar puntje en dat was nodig ook, omdat tweede rijder Massa er in het begin helemaal niets van bakte. De Braziliaan vond echter langzaam zijn vorm terug en was de ideale waterdrager voor Alonso. De versnellingsbakwissel van Massa in Amerika zal nog een klassieker worden. Alles was geoorloofd om Alonso aan de titel te helpen. Het lukte net niet. Maar de tweede plaats in het constructeurskampioenschap is zo mogelijk een nog grotere prestatie.
8
 
Mercedes
2012: vijfde met 142 punten
In 2012 zou Mercedes de sprong naar de top moeten maken. De W03 blijkt aanvankelijk ook een erg snelle auto te zijn, maar dan over een ronde. In de races blijven de grijze bolides banden vreten, waardoor Shoeface en Rosberg gedurende de race vaak ver terugzakken. In China hebben ze er geen last van en prompt wint Rosberg de race. Daarmee was 2012 succesvoller dan de jaren ervoor: in 2010 werden drie derde plaatsen gepakt en in 2011 bleef het podium steeds buiten bereik. Uiteindelijk stokte de teller in 2012 op drie podiumplaatsen, maar wat teleurstellender was: de gebruikelijke vierde plaats in het constructeurskampioenschap was nu zelfs al te hoog gegrepen. 214 punten in 2010, 165 in 2011 en slechts 142 in 2012: ondanks alle goede bedoelingen gaat het ieder jaar slechter. Kind van de rekening is Shoeface. Nadat Luis bij het team had getekend, werd duidelijk dat hij na drie jaar trouwe dienst kan opkrassen. Hoogstwaarschijnlijk is toen direct alle aandacht naar de ontwikkeling van de wagen van volgend jaar gegaan, want het had niet veel gescheeld of het team was de laatste zes races puntloos gebleven. In 2013 moet Mercedes dan maar de sprong naar de top maken…
4
 
Lotus-Renault
2012: vierde met 303 punten
Na een succesarm 2011 besloot Lotus het in 2012 over een andere boeg te gooien: geen revolutionair uitlaatsysteem meer en twee nieuwe coureurs. Het pakte geweldig uit: de auto was vooral in de race erg snel en met name Räikkönen liet een ijzersterke indruk achter. Het hele seizoen waren de zwart-gouden bolides aan kop te vinden, dus de vraag is gerechtvaardigd waarom het team niet verder kwam dan een vierde plek bij de constructeurs. Dat had te maken met een gebrek aan gogme: te vaak kozen ze de verkeerde pitstopstrategie en te vaak bleven de Lotus’ in het verkeer steken. Hierdoor werd het sterke punt van de bolide, de geringe bandenslijtage, onvoldoende benut. Daarnaast had je nog Grosjean, die weliswaar snel was, maar ook bij talloze startincidenten betrokken was en fout op fout stapelde. Dat Lotus de Zwitserse Fransoos nog geen contract onder de neus heeft geschoven, is in dat opzicht wel te begrijpen. Ondanks de goede prestatie in 2012 is er dus nog voldoende ruimte voor verbetering. Zal het team weer net zo toonaangevend worden als toen het nog Renault heette?
8
 
Force India-Mercedes
2012: 7e met 109 punten
Op financieel gebied was het een roerig jaartje voor de Indiase renstal. Een faillissement lijkt te zijn afgewend. Op de baan was er van de onrust geen sprake. De wagens waren erg betrouwbaar – zij het niet enorm snel. Aanvankelijk verliepen de kwalificaties matig, maar vanaf de Europese Grand Prix was dat probleem opgelost. Wel hadden de Force India’s moeite om hun goede kwalificatieposities om te zetten in goede resultaten: vaak zakten ze gedurende de race wat terug. Toch werden er vaak punten gepakt: slechts in vier races bleven beide Force India-rijders puntloos. Het constante presteren betekende helaas wel dat het podium buiten bereik bleef, al kwamen DRS’ta en Hülkenberg met allebei een vierde plek wel in de buurt. Al met al geen slecht jaar voor het voormalige Spyker.
7
 
Sauber-Ferrari
2012: 6e met 126 punten
Grilligheid typeerde het seizoen van Sauber. De ene race stond er een witte bolide op de tweede startrij, de andere race bleven ze achter in de middenmoot steken. Wel waren de bolides in de race vaak enorm snel – nog steeds heeft het team de Pirelli-banden het beste door van iedereen. Perez presteerde het om in Canada en Italië vanuit de middenmoot naar het podium te rijden, een ongelooflijke prestatie. Uiteindelijk pakte Sauber vier podiumplaatsen. De overwinning zat er helaas niet in, al was Perez in Maleisië dichtbij. Door een stuurfout in de slotfase moest hij met de tweede plek genoegen nemen. Zijn seizoen eindigde, ondanks de overstap naar McLaren, eveneens in mineur. Keer op keer vergaloppeerde hij zich en bewees zijn team daarmee geen dienst. Hoewel Co Biaggi in Japan nog een podiumplek scoorde, was het niet genoeg om Mercedes bij de constructeurs te passeren. Dat zal Monisha Kaltenborn, de nieuwe teambaas, ook niet lekker zitten.
7
 
Toro Rosso-Ferrari
2012: 9e met 26 punten
Kleurloos. Een ander woord is er niet om de prestaties van Toro Rosso in 2012 te omschrijven. De problemen bij Red Bull hadden hun weerslag op het tweede team, dat enkel als veldvulling leek te dienen. Natuurlijk doet het team dienst als opleidingsinstituut voor jonge coureurs, maar waar Alguersuari en Buemi vorig jaar in de races indruk maakten, reden Ricciardo en Vergne met een onzichtbaarheidsmantel om.
5
 
Williams-Renault
2012: 8e met 76 punten
Na Lotus was Williams het meest verbeterde team van 2012. In 2011 was de wagen nog hopeloos traag en scoorde het team vijf magere puntjes. Alles moest anders, dus werd ontwerper Sam Michael vervangen door Mike Coughlan en werden de Cosworth-motoren ingewisseld voor Renault-motoren. Gelijk ging het een stuk beter. In de kwalificatie liet Pastoor zien waar de auto toe in staat was: de Venezolaan kwalificeerde zich vaak in de top 10, met als uitschieter de poleposition in Spanje. Een dag later maakte hij de feestvreugde compleet door de race ook te winnen. Helaas werd het potentieel van de wagen vaak niet benut: Pastoor verloor veel punten door domme aanrijdingen, terwijl Senna in de kwalificatie veel te veel liet liggen. Het gevolg was dat Williams bleef steken op een wat magere achtste plaats in het kampioenschap. Is Valtteri Bottas de topcoureur die het team een gouden toekomst bezorgt?
8
 
Caterham-Renault
2012: 10e met 11e plek
Het had niet veel gescheeld of het seizoen 2012 was in een enorme teleurstelling geëindigd voor het ambitieuze achterhoedeteam. Het team had redelijk wat geld en is eigenwijs genoeg om op eigen kracht, dus zonder samenwerking met andere teams, naar de top door te stoten. Dat is in 2012 niet gelukt: de middenmoot bleef weer buiten bereik en tot de laatste rondes van de laatste race leek het team zelfs naast de gebruikelijke tiende plaats in het constructeurskampioenschap te grijpen. Uiteindelijk kwam alles nog goed, al bleef het team voor het derde seizoen op rij puntloos. Teleurstellend.
5
 
HRT-Cosworth
2012: 12e met 15e plek
Na drie seizoenen in de onderste regionen te hebben gebivakkeerd, lijkt het Spaanse team eindelijk op sterven na dood. Behalve Pedro de la Rosa zal niemand er rouwig om zijn. Hrt liet ook in 2012 helemaal niks zien. Het enige waar ze in uitblonken was de snellere deelnemers danig in de weg zitten. Het is een schande dat dit team ooit is toegelaten tot het elitekorps van de formule 1.
4
 
Maroussia-Cosworth
2012: 11e met 12e plek
Het enige waar Maroussia in Brazilië op hoopte, was een normale race. De sterren stonden echter verkeerd in de slotrace, want het werd een knotsknettergekke race, waarin Pic in de slotfase de cruciale twaalfde plek verloor aan rivaal Petrov. Zodoende liep Maroussia de lucratieve tiende plek in het constructeurskampioenschap kwijt. Een pluspuntje: Hrt werd dit jaar wel verslagen, in tegenstelling tot de voorgaande seizoenen. Maar daar koopt het noodlijdende Maroussia niks voor.
6

25-11-12

Briljant Brazilië

Fattle op het tandvlees naar derde wereldtitel

Hoewel het niet van een leien dakje ging, had Fattle in de tweede seizoenshelft wel de macht gegrepen en lag hij op schema om zijn derde wereldtitel op rij te pakken. Deze imposante reeks begon in 2010, toen hij uit een kansloos geachte situatie de titel wist te pakken. Toch was het binnenhalen van die titel een peulenschil vergeleken de halsbrekende toeren die hij ditmaal in de seizoensfinale moest uithalen om kampioen te worden. Hij redde het maar net.
 
Het wereldkampioenschap van 2012 leek bij het ingaan van de laatste ronde beslist: Fattle was in ieder geval al met twee wielen kampioen. Niet alleen had hij een snellere auto, ook stond hij dertien punten voor op rivaal Alonso in het kampioenschap. Maar in kampioensraces gaat alles anders, zeker als er af en toe regendruppels vallen. Nog altijd heeft men het over de finale van vier jaar geleden, toen Luis pas in de laatste bocht de benodigde vijfde plek pakte en wereldkampioen werd - daarmee Brazilië in rouw dompelend. Ditmaal ging het er nog veel wilder aan toe en kon Fattle met de grootste moeite het hoofd boven water houden.
 
In de kwalificatie is het circuit nat, om geleidelijk op te drogen. De titelkandidaten komen er niet aan te pas: Fattle is slechts vierde, Alonso komt niet verder dan de achtste tijd, wat door een straf voor Pastoor wordt omgezet in een zevende plek op de grid. De voorste startrij is voor deze gelegenheid ingenomen door de McLarens, die de laatste races weer op snelheid zijn. De voortekenen zijn niet erg gunstig voor Alonso, die in ieder geval op het podium moet eindigen om kampioen te worden. Hij is laconiek, wetende dat hij nog een joker achter de hand heeft: zijn trouwe teamgenoot Felipe Massa die er alles aan zal doen om hem aan de titel te helpen. Fattle heeft daarentegen alles te verliezen en de regendreiging in combinatie met zijn magere startplaats is een gevaarlijke combinatie.
 
Dat blijkt wel bij de start, want waar de Ferrari's goed van hun plek komen, komt Fattle meteen in het gedrang en wordt aan alle kanten om de oren gereden. Bij het aanremmen voor de vierde bocht klapt Räikkönen er bijna bovenop en tikt Senna hem achterstevoren. De Braziliaan komt vervolgens Perez tegen, waardoor de twee kunnen uitstappen. Fattle staat achterstevoren op de baan en heeft alle geluk van de wereld dat niemand per ongeluk tegen zijn bolide knalt. Als laatste kan hij zijn weg weer vervolgen, maar gerust is hij er niet op: de wagen is beschadigd, al weet niemand hoe erg.
 
Vooraan profiteert Alonso maximaal van de pech van zijn rivaal. In één beweging gaat hij zowel de gewiekste Massa als Webber voorbij, waardoor hij achter de McLarens de derde plaats inneemt en virtueel wereldkampioen is. Massa moet zijn opofferingsgezindheid bekopen: hij wordt ook nog door Webber en Hülkenberg ingehaald.
 
Alonso's goede gevoel is echter van korte duur: achterin laat Fattle zijn tanden zien en al snel heeft hij de staart van het veld weer in het vizier. Geduldig verwijst hij de tragere deelnemers terug. Vooraan werkt Hülkenberg zich ook nog voorbij Webber. Even later krijgt hij de derde plaats in de schoot geworpen als Alonso in de eerste bocht even van de baan glibbert. De Duitse Force India-coureur geeft zijn team een fraai afscheidscadeau met zijn doortastende optreden in de openingsfase. Niet voor niets had hij hier twee jaar geleden de pole gepakt in dezelfde omstandigheden.
 
Alonso heeft het daarentegen zwaar. Gelukkig krijgt hij alle hulp van Massa, die zijn bolide zo breed als de hele baan maakt en voorkomt dat iemand nog in de buurt van Alonso komt. Wel wordt de trein achter de Ferrari's steeds langer. Door de aanhoudende regen wordt het circuit steeds natter en daarom komen de eerste coureurs al naar de pits. Vooraan krijgen de duellerende McLarens gezelschap van Shoeface. De zevenvoudig wereldkampioen ligt dankzij twee pitstops al een ronde achter: eerst kreeg hij een lekke band, daarna besloot hij maar over te stappen op intermediates. Door de Mercedes hebben de McLaren-coureurs een goed beeld welke band het geschikst is voor de omstandigheden. Toch kiezen ze voor verschillende strategieën: Luis laat de profielbanden omleggen, net als de titelkandidaten, maar Button rijdt door. "It has stopped raining", observeert de slimmere van de twee McLaren-coureurs. Achter hem doet Hülkenberg hetzelfde. De Duitser verkleint langzaam maar zeker zijn achterstand op Button.
 
Op dat moment zijn de intermediates iets sneller dan de droogweerbanden en worstelen de titelkandidaten zich door het middenveld heen. Terwijl Massa op slicks terugvalt, hebben de koplopers daar niet veel last van. Wel gaat Hülkenberg Button sensationeel voorbij en leidt de race. Achter hen loopt Luis mondjesmaat in, maar als de baan opdroogt gaan zijn banden naar de knoppen en moet hij opnieuw naar de pits - ditmaal voor droogweerbanden. Alonso en Fattle doen hetzelfde en liggen na hun tweede bandenwissel vierde en vijfde, vlak achter elkaar. Fattle heeft de schade van de openingsronde al bijna ongedaan gemaakt. Ondertussen zijn Hülkenberg en Button bezig de rest van het veld te deklasseren: ze hebben een voorsprong van driekwart minuut op Luis, die twee - achteraf gezien - onnodige pitstops had gemaakt.
 
Die voorsprong wordt ongedaan gemaakt als Rosberg zijn band lekrijdt op een brokstuk van het ongeluk in de eerste ronde. Pas nadat het kalf Rosberg verdronken is, wordt de put gedempt: de safetycar komt de baan op, zodat de rotzooi kan worden opgeruimd. Hülkenberg en Button maken van de gelegenheid gebruik om nieuw rubber te halen, waarna ze in de file achter de trage Mercedes aansluiten. Vervolgens mogen de achterblijvers hun ronde achterstand ongedaan maken, waardoor de safetycar nog een paar ronden langer op de baan blijft. Ergens wel raar: in Japan kreeg Webber niet eens de tijd om na een reparatie bij de staart van het veld aan te sluiten, maar nu werden de achterblijvers wel schadeloos gesteld.
 
Bij de herstart gaat Hülkenberg er als een haas vandoor. Fattle komt wel in de problemen: hij ziet Co Biaggi binnendoor passeren. Teamgenoot Webber probeert zijn teammaat ook een oor aan te naaien, maar zijn inhaalpoging aan de buitenkant resulteert in een uitstapje naast de baan, waardoor de Australiër ver terugzakt. Co Biaggi is op stoom geraakt en even later gaat hij ook Alonso voorbij. De Japanner moest even laten zien wat hij in zijn mars had om nog een teambaas te overtuigen: hij zit momenteel nog zonder contract voor volgend jaar. Een ronde later zijn de rollen omgedraaid en passeert Alonso de Sauber weer.
 
Vooraan is Luis voorbij zijn teamgenootje gegaan en maakt Hülkenberg in de moeilijke omstandigheden zijn eerste foutje van de middag: hij spint en ziet Luis passeren. Hij is niet de enige die zijn auto niet altijd de baas is: teamgenoot DRS'ta doet hetzelfde en ook Webbers jacht naar voren wordt gehinderd door een hevig overstuurmoment in de laatste bocht. Het bondst maakte Räikkönen het, die na een spin dacht via een "escape-road" de baan weer op te rijden. De weg liep dood en dus moest Räikkönen zijn auto weer keren. Hij verloor er zeeën van tijd mee.
 
Ondertussen neemt Red Bull een dappere beslissing door Fattle binnen te roepen voor een nieuw setje droogweerbanden. Dapper, want de atmosfeer staat op ontploffen. Dat blijkt wel, want een paar minuten later vallen de druppels weer uit de lucht en moet Fattle als een haas terug naar de pits voor banden met wat meer profiel. Door een radioprobleem valt die pitstop volledig in het water. Op datzelfde moment besluit Alonso eigenwijs een ronde langer op slicks door te rijden en moet dat bijna met een fatale schuiver bekopen.
 
Toch is dat leed nog heel gering vergeleken de pech van Luis. Hülkenberg probeert de koppositie te heroveren, maar neemt iets te veel hooi op zijn vork. Het resultaat: bij het aanremmen verliest hij de achterkant van zijn bolide en verbrijzelt Luis' voorwielophanging. De Brit kan uitstappen en sluit zijn periode bij McLaren in mineur af. Door de ellende gaat Button naar de leiding, terwijl Hülkenberg een drivethroughpenalty krijgt voor de botsing.
 
Door de vele gebeurtenissen is Massa weer naar de tweede plek opgerukt, voor Alonso, Webber, Hülkenberg en Shoeface. De Duitser is in zijn afscheidsrace mooi opgeklommen, profiterend van de safetycar en de fouten van anderen. Fattle ligt zevende en is daarmee nog net virtueel kampioen, ook nadat Massa Alonso laat passeren. Shoeface bewijst Fattle even later ongeveer eenzelfde dienst: hij laat zijn jongere landgenoot eenvoudig voorbij, waarmee de titelstrijd wel beslist is - mits de Red Bull heel blijft.
 
Vooraan liggen de posities wel vast en bloedt de spanning om het wereldkampioenschap dood. De strijd om de laatste punten is veel spannender. Zo probeert Co Biaggi Shoeface nog in te halen, maar gaat zelf in de rondte. Hij valt terug van de achtste naar de tiende plaats, maar doordat DRS'ta zijn bolide met nog een paar ronden te gaan tegen de muur plakt, rukt hij een plekje op. Het ongeval zorgt voor de tweede safetycarfase van de race, die daarmee beslist is. Dat is triest voor Maroussia, dat in de slotfase de tiende plek in het constructeurskampioenschap verspeelt aan Caterham: in de slotfase pakt Petjerov Pic de cruciale twaalfde plek af - die door het uitvallen van DRS'ta wordt omgezet in een elfde plaats, net buiten de punten. De laatste ronden worden achter de safetycar gereden, waardoor de stand bevriest. Button wint, maar Fattle wordt dankzij zijn zesde plaats kampioen. Alonso en Massa staan samen op het podium en verzekeren Ferrari daarmee van de tweede plaats in het constructeurskampioenschap - een prestatie van formaat. Webber wordt nog vierde, voor Hülkenberg. Shoeface sluit zijn loopbaan af met een zevende plaats, voor Vergne, Co Biaggi en Räikkönen.
 
Het was een lang en enorm spannend seizoen. Fattle heeft het dit jaar echt niet cadeau gekregen en dat is de verdienste van Alonso, die in bijna alle races maximaal presteerde. Ze zullen bij Ferrari nog wel terugdenken aan Canada, toen ze de verkeerde strategie kozen, en Japan, waar ze veel punten verloren door een startongeval. Maar de rest van het seizoen heeft Alonso bijna onmenselijk gereden. Dat hij mensen als Luis, Button en Webber op een achterstand van bijna honderd punten heeft gereden, zegt genoeg. En Fattle: die kwam met de schrik vrij en mag zich nu de jongste drievoudig wereldkampioen noemen. Het was een lang en zwaar jaar, waarin Red Bull aanvankelijk niet de snelste auto had, maar door handig teamwork en een hoog ontwikkelingstempo toch weer de overhand kreeg in de titelstrijd. In Abu Dhabi hebben we gezien waarom Fattle de titel verdient: hij koppelde er een enorm racetempo aan het vermogen de tragere deelnemers overtuigend en zonder brokken te passeren. Hopelijk wordt 2013 ook zo'n leuk seizoen en krijgen we weer zo'n briljante finale als dit jaar.

BSG de mist in tegen Groningen

Degradatiezorgen na onnodig verlies

Het was geen beste wedstrijd, de wedstrijd van BSG tegen Groningen vorig jaar in de meesterklasse. Dit jaar had BSG het tegen de Groninger Combinatie, een samenraapsel van de teams van Groningen en Unitas, beter voor elkaar. Desondanks eindigde de wedstrijd na zes uur zwoegen toch weer in een overwinning voor de noorderlingen, het werd 5½-4½.
 
Aanvankelijk verliep de schaakdag voorspoedig voor BSG: de heenreis naar de kantine van arbeidsontwikkelingsbedrijf Iederz verliep zonder problemen en de ontwikkelingen op de borden waren goed te noemen. Vooral de absentie van Tiviakov werd met genoegen gadegeslagen, al zorgden de Unitas-versterkingen ervoor dat het team in de breedte sterker was dan tijdens de vorige ontmoeting. Groningen hanteerde wel grofweg dezelfde tactiek als toen: de grootmeesters met wit en de rest moest de poort maar dicht zien te houden. Dat laatste lukte nu minder goed, want BSG kwam al snel op voorsprong. In recordtempo brachten Frank Erwich en Jorden van Foreest de zetten op het bord. Jeugdige overmoed? Feit was dat Frank even later gefeliciteerd werd.
 
Op dat moment ging het met mijn eigen stelling echter snel bergafwaarts. Het tactische concept van Groningen voorzag in het meespelen van Jasper Geurink aan het laatste bord. Daar was de arme zwartspeler, ook nog belast met een vervelend uitcomplex, niet tegen bestand. In twintig zetjes was hij over de lange diagonaal weggeblazen.
 
Beter ging het helemaal aan de andere kant: Alexander Berelowitsch brak de "Rots van Buffalo", Hendrik Pieter Hoeksema, beter bekend als Erik, zonder al te veel moeite af. Meestal kan Hoeksema zich zo taai als een schoenzool verdedigen, maar ditmaal had hij weinig in te brengen. Een meevaller en zodoende stond BSG weer op voorsprong.
 
We gingen naar de eerste tijdcontrole en dat is altijd een spannend moment. Zo werd de partij van Michael Riemens tegen Ton van der Heijden gereconstrueerd. Had de witspeler nou wel of geen veertig zetten gedaan? Uiteindelijk bleek hij bij het uitvoeren van zijn negenendertigste zet door de vlag zijn gegaan dus gingen de felicitaties naar Ton. Vorig jaar was het nog andersom. Toch smaakte de vin blanc er bij MJR niet minder om.
 
Ondertussen waren er ook nog andere borden klaar. De uitslagen daarvan waren zonder meer teleurstellend: zo had Tea Lanchava verloren van Joost Wempe, terwijl toernooiganger Robert Ris de punten had gedeeld met Milan Mostertman. Dat waren niet de gehoopte resultaten aan de lage borden. Tea had niet haar gelukkigste dag en kwam nooit echt in haar spel, terwijl Robert de negatieve uitstraling van zijn stuntelende buurman als excuus kon aanvoeren.
 
Ondertussen had FM Henk de punten gedeeld met Grisja Kodentsov, die de zetten in vloeiend Russisch noteerde. Het evenwicht werd volgens mij nergens echt verbroken en dus eindigde de partij in zijn verwachte resultaat. Datzelfde gebeurde helaas aan de borden waar de Groningers hun grootmeesters hadden neergezet. Zo won Sipke Ernst vrij eenvoudig van Large, die met een stukoffer de nodige kansen dacht te creëren, maar dat viel in de praktijk wat tegen. Ook IM Alexander kwam niet in de buurt van een stuntje tegen Jan Werle. Hij leerde dat hij geen vergiftigde pion moest slaan, want na het accepteren van het geschenk werd hij aan alle kanten getruct.
 
Zo was de voorsprong omgeslagen in een achterstand en was de stemming bij BSG bedompt. Als laatste was Ewood nog bezig tegen Bonno Pel. Hij moest winnen om de wedstrijd in een gelijkspel te laten eindigen en hij was goed op weg: in het eindspel stond hij actiever en leek het slechts een kwestie van tijd voordat zwarts h-pion zou vallen. Dat viel tegen, want de seconden werden schaars en toen Ewood de h-pion eindelijk te pakken had, was hij de e-pion kwijt en moest hij z'n persoonlijke eer redden met een remiseaanbod. Zonde, maar het was hem na zijn krachtsexplosie in de vorige ronde wel vergeven.
 
Het betekende wel dat de wedstrijd in de kleinst mogelijke nederlaag uitdraaide voor BSG. Wat de ongelukkige nederlaag extra zuur maakte, was dat de thuisploeg BSG daardoor op de ranglijst passeerde. Geen goede beurt dus, zeker niet met de duels tegen Voerendaal (volgende ronde) en En Passant (zevende ronde) nog op het programma. Het degradatiespook begint weer de kop op te steken, dus zal BSG de komende ronden beter voor de dag moeten komen dan nu. Het team wil maar niet echt vlammen en dat baart zorgen.
 
Groningen (2343) - BSG (2333) 5½-4½
1. E Hoeksema m (2354) - A Berelowitsch g (2565) 0-1
2. S Ernst g (2552) - L Ootes (2358) 1-0
3. B Pel f (2302) - E de Groote (2354) ½-½
4. J Werle g (2513) - A van Beek m (2307) 1-0
5. J van Foreest (2298) - F Erwich f (2361) 0-1
6. M Riemens (2241) - T van der Heijden (2280) 0-1
7. G Kodentsov f (2278) - H van der Poel f (2242) ½-½
8. J Wempe (2297) - T Lanchava m (2320) 1-0
9. M Mostertman (2252) - R Ris m (2388) ½-½
10. J Geurink (2344) - J de Groote (2150) 1-0

22-11-12

De bal misslaan

Ieder mens heeft een sterke drang de wereld om zich heen te begrijpen. Bijvoorbeeld: FC Twente speelt kut in de Europa-League, want hun trainer vindt het een onbelangrijk evenement. Schakers doen graag mee aan het Cultural Village-Schaaktoernooi, omdat je daar zonder te spelen een paar leuke scores voor jezelf in kunt vullen. Michael Schumachers rentree in de formule 1 is geflopt, omdat Mercedes ieder jaar middelmatige bolides bouwt. Het doel van deze generalisaties is om de enge toekomst enigszins te voorspellen: het is immers fijn als niet alles als een volslagen verrassing komt. Toch kun je ook dan de plank, nee de bal, flink misslaan.
 
Miljoenen TV-kijkers en 65.000 toeschouwers in het stadion zagen hoe Ajax op 18 september van dit jaar een puntje leek te veroveren tegen Boroussia Dortmount. Een stuntje leek in de maak, want het punt was niet eens zo onverdiend, gezien het spel van Ajax eerder in de wedstrijd. Des te zuurder was dat de Duitse kampioen vlak voor tijd toch de winnende treffer maakte. Zo stonden de pubers van Ajax toch met lege handen na het openingsduel in de Champions' Leag. De zworen bloedwraak in de ArenA, om in ieder geval het onderlinge duel gelijk te trekken - geen onbelangrijk gegeven in de strijd om de tweede of derde plek in de poule.
 
Ook ik had Boroussia niet erg hoog zitten. In de poule van Ajax stak er één ploeg met kop en schouders bovenuit: Real Madrid, de beste ploeg ter wereld - op enige afstand gevolgd door Barcelona en dan een hele tijd niks. Na de ondergang van het Engelse voetbal is de Spaanse competitie veruit de sterkste van Europa. Dat bewees Manchester City wel, de kampioen van Engeland, dat er in het duel tegen Madrid totaal niet aan te pas kwam, al suggereerde de 3-2-eindstand anders. Van de Duitse competitie ken ik eigenlijk alleen Bayern München. Tegen de andere Duitse ploegen hebben de Nederlandse clubs bovendien een prima track-record, dus was er voor mij geen reden om heel erg onder de indruk te zijn van de voetbalcompetitie van onze Oosterburen.
 
De rest van de Champions' Leag wees anders uit. Zo verloor Barcelona van de gedoodverfde Schotse kampioen Celtic. En Real Madrid werd in het onderlinge duel geklopt door Dortmount, maar niet voordat ze Ajax op eigen veld hadden gekleineerd. Het contrast tussen die wedstrijden kon niet groter. Toch begon Ajax nog vol goede moed aan het duel tegen de Duitsers: ze hadden het lamlendige Manchester City in de duels daarvoor de oren gewassen en plaatsing voor de knock-outfase van de Champions' Leag was zelfs nog mogelijk als ze van Dortmount en Real Madrid zouden winnen.
 

Ajax-spelers druipen af na weer een 4-1-nederlaag in de Champions' Leag. Foto: nu.nl.
 
Het liep even anders dan gedacht: op een Louis van Gaal-achtige wijze was de ploeg tegen opnieuw een zware thuisnederlaag aangelopen, die door de eretreffer van Hoesen in de slotfase een beetje dragelijk werd gemaakt. Ajax had twee keer zo vaak als Dortmount de bal, maar ze deden er vier keer zo weinig mee. Het is hard maar waar: iedere ploeg die een beetje kan voetballen, neemt de drie punten zonder problemen mee uit de ArenA. Ajax kan redelijk voetballen, maar juist de dingen waar het om draait, scoren en verdedigen, kunnen ze totaal niet. Nog steeds niet.
 
Met weemoed verlangen de Ajax-supporters naar de tijd onder Van Gaal, toen ze nog de Champions' Leag wonnen. Toen iedereen bang voor Ajax was. Toen de club nog geen beursgenoteerd bedrijf was. Ondertussen gaat het alsmaar slechter met Ajax, de hand van Cruijff wordt steeds beter zichtbaar. Nog altijd wordt Ajax geleid door romantici, die nog leven in de tijd dat de Eredivisie niet veel meer was dan potjes campingvoetbal en je doorgaans met 9-4 won. De tijd dat een verdedigende miskleun nog werd gecompenseerd door een verdedigende miskleun van de tegenstander. Die tijd is voorbij. Maar Ajax gaat niet met zijn tijd mee, dus zullen ze in de toekomst nog veel onnodige tegentreffers moeten incasseren.
 
Het is de vraag of Frank de Boer zijn langste tijd niet heeft gehad: na Ronald Kuhmann heeft geen enkele trainer het langer dan twee jaar bij de club uitgehouden. De Boer is sinds december 2010 de trainer en onder zijn leiding heeft de club voor het eerst in lange tijd weer landstitels behaald. Maar is het medicijn uitgewerkt? Feit is dat Ajax er dit jaar zowel binnens- als buitenshuis niet veel van bakt en daar is de naïeve Cruijffiaanse spelopvatting debet aan. Ajax had het spel niet hoeven te maken tegen Borussia, want de Duitsers wilden ook dolgraag winnen om aan kop te blijven in de poule - ze waren er voor het gemak van uitgegaan dat Real Madrid zou winnen van City. In plaats daarvan liep Ajax voor de zoveelste keer in het mes.

Toch was De Boer na afloop opvallend mild over zijn spelers, tenminste, als je het vergelijkt met hoe hij reageerde na de gewonnen wedstrijd tegen Manchester Unighted of het tegendoelpunt van NEC bij een 4-0-voorsprong. Dat was psychologisch misschien wel slim, maar didactisch niet. Zo leert Ajax nooit verdedigen. Het zou goed zijn als De Boer de spelers de komende dagen strafregels laat schrijven, of voor een straftraining laat opdraven. Eventueel kan hij hun loon inhouden om de toeschouwers in de ArenA schadeloos te stellen.

Maar goed, misschien wint Ajax op de dag voor Sinterklaas wel van Real Madrid en blijkt dat ik, net als in mijn beschouwingen over Boroussia Dortmount, de bal overtuigend heb misgeslagen. Dat heeft soms ook zo zijn charmes.

20-11-12

Mateloos verrassend

Wat een succes! Na dertien jaar was het raadsel van de even traumatische als overbodige moord op Marianne Vaatstra opgelost. Waar eerdere sporen doodliepen, was een grootschalig DNA-onderzoek een schot in de roos: men had eindelijk de (vermoedelijke) dader gevonden.
 
De verdachte was een 45-jarige boer, genaamd Jasper S., die overigens in geen enkel opzicht verwand is aan de alom geprezen presentatrice van Boer zoekt Vrouw. Hij is herkenbaar aan zijn baard, kalende voorhoofd en het zwarte balkje voor zijn ogen:
 
 
Een afbeelding van de vermoedelijke dader. Foto: Een Vandaag.
 
De buurt reageerde geschokt: hoe kon zo'n normaal ogend persoon - niet eens een allochtoon - zoiets gruwelijks doen? "'n Boor met 'n groot stuk laant, daar verwaacht je 't gwoon niet faan!", aldus een omwonende, die het sentiment in zijn omgeving mooi verwoordde. Ook vroeg iedereen zich af hoe een vader van twee jonge kinderen nou zelf een kind kon vermoorden.
 
Dat waren interessante vragen, maar zeker niet de enige. Er klopte immers iets niet: waarom zou een moordenaar vrolijk aan een DNA-onderzoek meedoen, wetende dat hij dan tegen de lamp zou lopen? Sociale druk? Misschien, maar onwaarschijnlijk, wetende dat elf procent van de opgeroepen mannen niet aan het onderzoek meewerkte - dat waren er ongeveer 900.
 
De verklaring voor dit niet al te snugger ogende gedrag was dat de dader aan een vreemde psychische aandoening leed, genaamd dissociatieve vlucht, waardoor hij mogelijk niet eens wist dat hij de moord had gepleegd. Dus hielp hij vrolijk mee aan zijn eigen ontmaskering - al wordt er ook beweerd dat hij dat deed vanwege zijn schuldgevoelens.
 
Ik vind het maar een vreemde zaak, al kan verdere informatie de zaken verduidelijken. Nu is het nog een aaneenschakeling van vreemde wendingen. Desondanks zorgde de aanhouding voor hoop dat er nog andere verjaarde moordzaken, zoals de Zaanse moordzaak, opgelost konden worden met behulp van een grootschalig DNA-onderzoek. Natuurlijk is dat mogelijk, maar de kans dat de volgende dader achteloos het ziekenhuis binnen komt wandelen, acht ik niet zo groot. Ook lijkt me de kans dat de verdachte überhaupt wordt opgeroepen niet erg groot, gezien de mogelijkheid dat hij al lang verhuisd is. Nee, dit was gewoon een mazzeltje. Geniet er maar van mensen, maar ga niet te veel dromen.

18-11-12

Awesome Austin

Niet voor het eerst probeerde de formule 1 een poot aan de grond te krijgen in de Verenigde Staten. Erg succesvol waren de eerdere pogingen niet: een afschuwelijke parkeerplaatsrace, een stratencircuit in Manhattan-patroon die minder bijkijks trok dan een struisvogelrace en dan had je nog het beroemde circuit van Indianapolis, waar de formule 1 door het bandenfiasco definitief uit de gratie geraakte. Maar in Texas ging het een stuk beter: het raceweekend verliep zonder wanklanken en de race was misschien wel de beste van het jaar. De formule 1 liet zich van zijn beste kant zien.
 
Aanvankelijk zag het er niet naar uit dat het spannend zou worden op het glooiende Hermann Tilke-circuit bij Austin: klassementsleider Fattle was in alle sessies heer en meester. Daar kon rivaal Alonso bitter weinig tegenoverstellen. In de kwalificatie komt hij ook niet verder dan de negende tijd, terwijl Fattle zoals verwacht de poleposition pakt. Toch is Luis maar amper langzamer. De Brit moest echter vanaf de vuile kant starten en dat kon hem wel flink opbreken. Alonso, die zelfs nog door teamgenoot Massa geklopt werd, zag de bui al hangen: door de versnellingsbakwissel van Grosjean promoveerde hij naar de achtste plek op de grid, aan de verkeerde kant van de baan dus. Ferrari loste het probleem op een even slimme als doortrapte manier op: ze wisselden Massa's versnellingsbak, waardoor de Braziliaan van de zesde naar de elfde plek terugviel en Alonso naar de zevende plek oprukte, aan de goede kant van de startopstelling.
 
Bij de start toont Alonso al direct het gelijk van zijn team aan: hij rukt op naar de vierde plaats, pal achter Luis, die bij de start door Webber (!) wordt gepasseerd. Achter het leidende kwartet ligt Shoeface, die zijn een-na-laatste race uit zijn carrière met een positief gevoel begint. Dat gevoel duurt niet lang, want al binnen een ronde zijn de koplopers uit het zicht verdwenen en is het dringen geblazen achter de grijze bolide. Precies één ronde kan Shoeface de vijfde plek vasthouden, want dan is Hülkenberg hem voorbij en is de veteraan aangeschoten wild. Grosjean profiteert het meest en gaat zowel de Duitser als teamgenoot Räikkönen voorbij, waarna hij jacht maakt op Hülkenberg. Hij spint echter knullig van de baan en komt weer in de file achter Shoeface terug. Tot overmaat van ramp gaat iedereen hem daarna voorbij.
 
Vooraan passeert Luis Webber en maakt jacht op Fattle. De twee rijden gestaag weg bij Webber, die op zijn beurt niet echt bij Alonso weg kan rijden. Achter hen wordt Hülkenberg flink aan de tand gevoeld door Räikkönen. De Fin gaat de Duitser in een snelle bocht buitenom voorbij. Ondertussen wurmt Massa zich voorbij de andere Force India, die van DRS'ta. Ook Button, die in de kwalificatie pech had en niet verder kwam dan een twaalfde plek kwam, werkte zich op de hardere banden geleidelijk naar voren. Achter hem probeerde Rosberg hetzelfde te doen. Hij ligt vlak achter zijn teamgenoot en alleen Vergne zit tussen de twee in. In een duel met de grijze bolides breekt de stuurstang van de Toro Rosso, waardoor Vergne de eerste uitvaller is. Shoeface gaat direct naar de pits voor nieuwe banden. Hij zou de rest van de race in de achterhoede blijven rondsukkelen.
 
Ondertussen is Webber in de problemen: zijn KERS is weer eens kapot. Het is alsof de Australiër vervloekt is met dat CURSE-systeem, dat vaker kapot dan operationeel is. Ditmaal is er een goede reden waarom het systeem niet werkt: de dynamo is kapot, hetzelfde probleem dat Fattle (en Grosjean) in Valencia de overwinning kostte. Dus kwam de tweede Red Bull aan de kant van de weg te staan en nam Alonso de derde plek over.
 
Aan kop heeft Fattle weer een voorsprong van een paar seconden op Luis genomen en na de pitstops blijft dat zo. Wel ligt Räikkönen tussen de twee in, maar de Fin kan Luis niet lang voorblijven en eenmaal gepasseerd, haalt hij ook nieuwe banden. Zijn stop is traag en hij komt achter Massa, Button, Alonso en Ricciardo weer op de baan. Massa komt even later binnen en wordt op de baan direct door Räikkönen gepasseerd. Het is duidelijk dat de harde banden moeilijk op temperatuur komen. Button is op zijn oude banden zelfs nog sneller dan Alonso. Hij weet zijn enige pitstop erg lang uit te stellen en kan daarmee de schade van de verprutste kwalificatie nog zo veel mogelijk beperkt houden.
 
Datzelfde doel heeft Alonso, die door zijn koude banden op een onoverbrugbare achterstand is gezet. Een derde plek is het hoogst haalbare, maar met Fattle aan kop verliest hij er wel weer tien WK-punten mee. Daarmee zou zijn achterstand in Brazilië twintig WK-punten bedragen, waardoor Fattle in de slotrace aan een zevende plaats al genoeg zou hebben voor de titel. Liever hoopte Alonso dat Luis nog wat kon doen aan Fattles koppositie. Hoewel de McLaren binnen een seconde zit van de Red Bull, lukken zijn inhaalpogingen steeds net niet. Totdat er een hrt opduikt die Fattle even ophoudt. Dan lukt het ineens wel en gaat Luis naar de leiding.
 
Teamgenoot Button werkt zich na zijn pitstop langs de Loti. De First Lap Nutcase moet er het eerst aan geloven, daarna Räikkönen. Button heeft DRS, the Iceman heeft gelukkig nog Rexona. Het helpt hem om de beproeving zweetvrij te doorstaan, maar de vijfde plek houdt hij er niet mee vast. Kort achter de Loti zit Hülkenberg. Hij weet de Williams' nog net achter zich te houden. Wel ruilen Senna en Pastoor in de slotfase nog van plaats.

Het is het laatste spektakel van de wedstrijd, want vooraan wint Luis met Fattle in zijn schaduw. De met successen verwende Duitser kon het niet laten om in de laatste ronde nog even de snelste ronde van de race te rijden. Op grote achterstand kwam Alonso binnenhobbelen. Ditmaal had de Spanjaard aan schadebeperking gedaan, maar hij had de winst van Abu Dhabi weer verspeeld. Met een achterstand van dertien punten wordt het een loodzware klus om volgende week alsnog wereldkampioen te worden. Maar het kan nog steeds. Meer hoeft Alonso niet te weten. In de schaduw van de grote man reed Massa naar een zeer knappe vierde plaats, voor Button, Räikkönen, Grosjean, Hülkenberg, Pastoor en Senna. Mercedes kwam voor de vijfde keer op rij niet in de punten (Rosberg werd dertiende, Shoeface' klassering durf ik niet eens op te noemen), maar doordat Sauber niet verder kwam dan een elfde (Perez) en veertiende plaats (Co Biaggi), komt de vijfde plek in het constructeurskampioenschap niet meer in gevaar. Een schrale troost voor het lachertje van de paddock.
 
Het lijkt erop dat de formule 1 eindelijk een goede beurt heeft gemaakt in Amerika. Het circuit was een schot in de roos en dankzij de leuke overtake-buttons was er ook het nodige spektakel te zien. Dit is het racen dat de Amerikanen graag willen zien. De formule 1 is eindelijk klaar voor Amerika.

11-11-12

Twaalfde ronde Eredivisie

Wat stonden PSV en FC Twente afgelopen seizoen op hun neus te kijken: uit het niets kaapte Ajax het kampioenschap voor hun neus weg. De oorzaak was volgens de provincieclubs wel duidelijk: het zware Europese programma, want waar Ajax al in februari werd uitgeschakeld in de Europa-League, ondergingen zij datzelfde lot pas een maand later. In de tussentijd eisten de zware Europese wedstrijden hun tol: door vermoeidheid en blessures werden er in de eigen competitie aan de lopende band punten verspeeld.
 
Dat mocht niet weer gebeuren en dus wordt er op het laagste Europese podium met de handrem strak aangetrokken gespeeld. Het liefst leggen Advocaat en McClaren nog een steen onder het gaspedaal. Als excuus voor het slappe spel wordt steevast als argument de gebrekkige entourage opgevoerd. Het resultaat mag er zijn: PSV Dinamo staat gedeeld laatste in hun poule met vier punten uit vier duels, FC Twente Zagreb staat een plekje hoger met een punt meer. Voor beide ploegen is plaatsing voor de volgende ronde bijna een onmogelijkheid geworden.
 
Het voordeel is dat de spelers nog al hun energie over hebben voor onze eigen Mickey Mouse-competitie. Twente heeft bovendien geen verplichtingen meer in de nationale bekercompetitie. Als koploper gingen the Reds de wedstrijd in tegen Vitesse. De wedstrijd in de matig gevuld Gelredome was zo mogelijk nog saaier dan het Europa-Leagueduel tegen Levante, al was het resultaat hetzelfde: de brilstand bleef de hele wedstrijd op het scorebord staan. Het publiek werd in ieder geval niet verwend, al is het maar de vraag of verplicht een interview aanhoren van Wout Brama niet een nog grotere straf is. De welbespraakte Vitesse-trainer Fred Rutten was stiekem opgelucht dat hij niet weer van Steve McClaren verloor.
 
PSV profiteerde dankbaar van het puntverlies en veroverde de koppositie door een overwinning op Heerenveen. De Friezen bleven in de eerste helft aardig bij, om in de tweede helft open huis te houden, waardoor de Eindhovense ploeg de tiende competitiezege behaalde en tegelijkertijd flink aan zijn doelsaldo werkte. Ondertussen werkte Mark van Bommel aan aan zijn gelekaartensaldo: het was alweer zijn zevende prent in acht wedstrijden.
 
Verder bezorgde Ajax Zwolle opnieuw een thuisnederlaag, waardoor ze de schade op de ranglijst beperkt wisten te houden tot negen punten. Tegen alle verwachtingen in heeft de ploeg nog een kans om de poel des doods van de Champions' Leag' te overleven, wat betekent dat ze nog een hoop zware wedstrijden zullen spelen. Het Eredivisieseizoen is pas op een derde en nu lijkt titelprolongatie al een onmogelijkheid. Een vervelende zwakte in het Amsterdamse spel blijven de tegendoelpunten in de slotfase, al kostte dat ditmaal geen punten, daarvoor was de 0-4-voorsprong een te ruime marge.
 
Hoewel Feijenoord dit jaar niet zo stabiel is als vorig jaar, staat de ploeg wel gedeeld vierde. Tegen Roda, dat op een broodmagere vijftiende plek staat, voerden ze een waar spektakelstuk op. De andere wedstrijd tussen rood en geel eindigde in 5-2, waarbij Immers een hoop kansen miste, de keeper van Roda rood had moeten krijgen en Feijenoord een onterechte strafschop kreeg. Na afloop voelde scheidsrechter Braamhaar zich niet te groot om zijn fout toe te geven.
 
In de subtop zakte Utrecht terug door een blamage tegen het kwakkelende RKC, dat sinds het onverdiende gelijkspel in Alkmaar eind september al z'n wedstrijden had verloren. Utrecht was daarentegen nog ongeslagen op vreemde bodem. Aan beide reeksen kwam een eind: het werd 4-0 in Waalwijk aan de Maas.
 
Onderin deed VVV goede zaken door Willem II met maar liefst 4-1 over de knie te leggen, waardoor de Venlose ploeg naar de zestiende plek op de ranglijst klom. Kennelijk heeft de overwinning op AZ ze vleugels gegeven, want de laatste twee competitieduels leverden de Limburgers twee keer zo veel punten op als de tien eerdere.
 
AZ heeft het lek ondertussen nog steeds niet boven. Alles leek weer in orde na een puike overwinning op Vitesse, maar na een nederlaag tegen VVV en een mager gelijkspel tegen ADO is de euforie daarvan alweer getemperd. Ook nu blonk de ploeg van Gertjan Verbeek uit in het weggeven van doelpunten. Door de vele unforced errors blijft de ploeg maar achter de feiten aan lopen en is iedere tegenstander een onneembare hindernis, zelfs al heb je een balkunstenaar als Dzjozy Aeltidoor in je team. Ook nu redde hij slechts een puntje met zijn werelddoelpunt.
 
In de middenmoot won NEC in een levendig duel van Heracles, terwijl Groningen tegen de middenmoot aanschurkt na een overwinning op NAC, dat ook na het ontslag van John Karelse blijft kwakkelen.
 
Al met al was PSV de winnaar van de weinig enerverende competitieronde. Ze zijn goed begonnen aan hun missie om landskampioen te worden, zodat ze volgend jaar in ieder geval geen Europa-League hoeven te spelen. Het landskampioenschap is om dezelfde reden ook de inzet van FC Twente. De vraag is of Vitesse daar nog een stokje voor kan steken. Het doel was aanvankelijk om in 2013 kampioen te worden. Pas eind maart weten we of dat doel realiseerbaar is.
 

10-11-12

De ondergang van het SGS-Snelschaakkampioenschap

Vandaag werd het regionale snelschaakkampioenschap voor clubteams georganiseerd, voor de derde keer op rij in Bunschoten of Spakenburg. Wegens een teruglopend aantal inschrijvingen werd de toernooi-opzet aangepast: er waren minder groepen met minder teams. In de hoofdgroep werd er een dubbelrondig toernooi gespeeld: je kwam twee keer tegen dezelfde tegenstander. In de subgroep speelde men gewoon enkelrondig Zwitsers.
 
Het blijft me altijd een raadsel wat alle regionale toppers op een grauwe novemberdag naar die toren van schaakclub En Passant trekt. Dit jaar viel het deelnemersveld echter tegen, niet alleen in kwaliteit, maar ook in kwantiteit. Zo trok de winnaar van 2010, Utrecht, zich terug uit de hoofdgroep, omdat ze geen sterk team konden opstellen. Door dergelijke tegenslagen telde de hoofdgroep maar acht teams, twee minder dan vorig jaar en vier minder dan in de lang vervlogen tijden. Ook BSG deelde in de malaise: waren er vorig jaar nog vier BSG-zestallen, dit jaar waren het er maar twee.
 
Wie had gedacht dat de speelzaal van de hoofdgroep wat ruimer werd door het kleinere deelnemersveld, kwam bedrogen uit, want de ongebruikte tafels stonden in de zaal. En dus zat iedereen alsnog als sardientjes in een blik. Bij de subgroep was het overigens amper beter, al had dit vooral met een uiterst inefficiënte zaalindeling te maken - de zaal was ruim genoeg. Verder was het bij de bar weer ongemakkelijk druk en werden de tussenstanden bij de deur opgehangen, zodat iedereen elkaar constant in de weg zat. Some things never change.
 
Het schaken kwam een beetje op het tweede plan: thuisclub En Passant ging met Paul Keres voor het kampioenschap. De andere teams, waaronder BSG, waren veel en veel zwakker. De concurrentie was ook niet meer wat het geweest is. BSG kon zich nu met een veredeld B-team redelijk handhaven, dit in schril contrast met drie jaar geleden, toen BSG in Giessenburg, helemaal aan de andere kant van de SGS-regio, twaalfde werd van de twaalf teams. Ik weet niet op welke plek BSG dit jaar is geëindigd, hoewel me dat ook weinig interesseert. In ieder geval vermoed ik dat we een aantal teams onder ons gelaten hebben. Toernooiwinnaar werd overigens de thuisclub, die Paul Keres in het onderlinge duel een keer versloeg en daarna niet meer te achterhalen was door het Utrechtse team.
 
De schaakhoogtepunten van BSG waren op de vingers van één hand te tellen. Mijn beste prestatie was een overwinning op de X-man, de webmaster van Utrechtschaak. Maar die overwinning werd overschaduwd door een vervelend incident een ronde daarvoor. Het gebeurde halverwege het toernooi, in de vierde ronde. We speelden tegen de Christelijke Schaakvereniging Ons Genoegen en aan het derde bord was Chris Kooijman (BSG) een gelijke stelling tegen Laurens van Twillert aan het uitspelen. Het zag er goed uit: Kooijman had nog een minuut, zijn tegenstander had tien seconden. Van Twillert deed de zet ...Pc3-d5 en Kooijman deed direct Dc2-c5 en sloeg het paard, dat volgens hem dus (deels) op c5 stond, van het bord. "Onreglementaire zet!", riep zijn tegenstander triomfantelijk en eiste het punt op. Hij kreeg onmiddelijk bijval van zijn teamgenoten, het roerend met hem eens waren. Verbaal werd Kooijman aan alle kanten aangevallen. De wedstrijdleider wist niet wat hij met de zaak aanmoest en arbitreerde de zaak maar naar remise. Vervolgens laaide het Amersfoortse verbale geweld nog verder op ("Salomonsoordeel! Hak het kind in tweeën!") en kreeg Kooijman toch een nul. Naastenliefde, bah! Aangeslagen en verbitterd besloot Kooijman daarna maar het toernooi te verlaten. Zijn plek werd de rest van het toernooi opgevuld door Frits van Gelder, waardoor er geen lege stoel meer was, maar daarmee was alles ook wel gezegd.
 
Na afloop gingen we gauw weg. Mij zien ze er niet meer. Jaar in, jaar uit gaan dezelfde dingen mis en dan komt er een tijd dat het je echt tegen begint te staan. Gezien het dalende animo bij de andere teams, heb ik het idee dat het toernooi zijn ondergang tegemoet raast. Misschien is dat wel nodig, zodat er dingen ten goede kunnen veranderen: een ruimere locatie, beter meubulair en een strakkere organisatie zouden al heel wat uitmaken. Misschien komen de sterke spelers dan ook weer terug.

07-11-12

Geen geweldige partij, wel een mijlpaal

Het was geen beste partij, mijn partij tegen Geert van der Stricht in de wedstrijd BSG - HMC in de meesterklasse. Na in het middenspel te zijn overspeeld, kreeg ik de zaken in de eerste tijdnoodsfase weer op orde tegen de Belgisch Kampioen van 2003, om vervolgens onder toeziend oog van de overige achttien spelers en het trouwe publiek het eindspel te winnen. Misschien een hoogtepunt in mijn schaakcarrière, misschien smaakt het naar meer. Tijd voor een analyse van mijn tweede meesterklasse-overwinning in Chessflash!
 


Waar ik mijn score verbeterde naar 1½ uit 3 (wat vergelijkbaar is met de score van het team: 3 matchpunten en 14½ bordpunt), bleef mijn tegenstander staan op nul punten. Daar was hij natuurlijk niet blij mee, vooral omdat hij vorig seizoen nog ongeslagen bleef. Schaken blijft een grillig spelletje.