31-10-11

De botsing van Luis en Massa

In de GP van India hadden Luis en Massa het weer een keer met elkaar aan de stok. Luis probeerde de Braziliaan in te halen, maar die smeet de deur dicht, waardoor de actie in tranen eindigde. De reactie van Rowan A., die zijn landgenoot kwam aanmoedigen, zegt alles over de crash. Zelfs tijdens de vakantie is hij een begenadigd acteur.

30-10-11

Golvend circuit, vlakke race

Sinds dit weekend is de formule 1 ook bekend in India. Hermann Tilke had een (voor zijn doen) veelbelovend circuit getekend, met de nodige hoogteverschillen, lange rechte stukken en snelle bochten. Het circuit was in sneltreinvaart uit de grond gestampt, want een jaar geleden was diezelfde locatie niet veel meer dan een hoop rode klei. De veelbelovende vooruitzichten ten spijt, de race werd eigenlijk nooit leuk. Fattle won, zoals eigenlijk altijd, met drie vingers in de neus, terwijl Luis en Massa het weer eens met elkaar aan de stok kregen.

RTL had voor de verandering een verslaggever op locatie: Allard Kalff was naar de eerste Indiase GP gekomen. De man met die oneindige glimlach kreeg het voor elkaar de man met de niet-passende bril voor de camera te krijgen, namelijk de 81-jarige Bernie Ecclestone. In zijn uiteenzetting over de expansiedrift van de formule 1 beweerde de geldwolf van de formule 1 dat er eigenlijk wel vijf of zes GP’s in Amerika zouden moeten zijn. Vreemd genoeg herinnerde Kalff hem niet aan het slechte huwelijk tussen de formule 1 en de Verenigde Staten. Een geavanceerde wereldwijde sport als de formule 1 is niks voor het land van de lijvige hamburgervreters die geen enkel benul hebben van de wereld buiten hun eigen continent. Daarnaast heeft de formule 1 ook geen beste beurt gemaakt in de Verenigde Staten, zoals het bandenfiasco in 2005 duidelijk aantoonde. Ecclestone bralde wat over McLaren-teambaas Martin W., die alleen in Europa wilde racen, wat hij dus een belachelijk idee vond. Vervolgens veranderde hij, in een opzichtige poging de Nederlandse pers tevreden te houden, het onderwerp ineens naar Zandvoort. Kalff hapte toen wel vrolijk toe, waarna hij met een bot antwoord enorm gedisst werd. Wat een leeghoofd…

Merkwaardige crash Massa
In de kwalificatie bleken de topteams redelijk aan elkaar gewaagd. In de beslissende sessie staat Luis netjes tussen de Red Bulls in. Helaas voor hem kreeg hij drie startplaatsen straf, omdat hij in een vrije training de snelste tijd had gereden terwijl er een ongeluk was gebeurd. Fattle piekt wel op het juiste moment: hij staat weer op pole. Massa komt minder goed voor de dag: in zijn laatste kwalificatieronde rijdt hij te wild over een kerbstone, waardoor de ophanging breekt en de Braziliaan crasht. Button moet inhouden door de gele vlaggen en rijdt slechts de vijfde tijd, die door de straf van zijn teammaatje wordt omgezet in een vierde startplaats. Alonso is derde, terwijl Rosberg na de topteams de “best of the rest” is. Subtiel en de beide Toro Rosso’s sparen banden in de derde kwalificatiesessie, waar hebben we dat eerder gezien…

Chaos in de middenmoot
Bij de start komt iedereen goed weg. Alonso probeert Webber wel in te halen, maar komt daardoor op het vuile gedeelte en ziet Button passeren. Die kent juist een opvallend agressieve openingsronde, want hij vliegt op het rechte stuk vervolgens voorbij Webber, waardoor hij tweede ligt. Achter hen gaat het echter mis. Barrichello, die bezig is aan zijn afscheidstournee, klapt boven op zijn teammaatje, waarna her en der auto’s achterstevoren gaan. Uiteindelijk moet Co Biaggi opgeven, terwijl Glock het na een paar pitstops ook voor gezien houdt.

Ondertussen rijdt Fattle fluitend weg bij de achtervolgers. Button staat een Red Bull-gevecht in de weg. Webber zet hem in de openingsfase flink onder druk. Als de Brit slecht uit de bocht voor het lange rechte stuk komt, zet Webber de aanval in. Dankzij DRS komt hij aan het eind van het rechte stuk langszij, maar hij zit aan de buitenkant, waardoor hij weer moet inbinden. Het zou de enige keer zijn dat Webber in de buurt van de tweede plaats kwam, want hij had meer last van de bandenslijtage, waardoor hij gaandeweg terrein verliest. Terwijl Button na verloop van tijd sneller is dan Fattle, komt Webber steeds meer onder druk te staan van Alonso.

De bandenstrategieën zijn saai te noemen voor de race. De bandenslijtage op de zachte band valt mee, zoals eigenlijk al vanaf de zomer het geval is. Sommige coureurs, zoals DRS’ta en Petjerov, hebben voor een andere tactiek gekozen: ze zijn gestart op de trage harde band en hebben die al snel ingewisseld voor de zachte band, zodat ze niet in de slotfase nog een verplichte pitstop naar de harde banden moesten maken. Een interessant idee. Vooraan is dat niet aan de orde. Webber komt al in de zestiende ronde binnen, wat aan de vroege kant was. Alonso en Luis volgen hem. Alonso zit na de pitstop vlak achter Webber, maar tussen hen in rijdt nog Shoeface. Zijn banden zijn al op racetemperatuur en hij probeert Webber nog een oor aan te naaien, maar als Webbers banden zijn opgewarmd, rijdt hij snel weg. Alonso zit vervolgens nog anderhalve ronde klem achter de Mercedes. Massa stopt een ronde later dan zijn teammaat en rijdt nog vlak achter hem. De koplopers gaan als laatsten van de kopgroep naar de pits.

Steenezels
Luis heeft zich in de openingsfase van de race koest gehouden. Pas na de pitstops kan hij de Ferrari’s bedreigen en vanaf dat moment gaat het mis voor Massa. Hij maakt een fout in de eerste bocht, waardoor Luis vlak achter hem zit. De eerste keer levert de inhaalpoging niks op, maar een ronde later ziet het er beter uit. Hoewel het Luis niet lukt om op het rechte stuk in te halen, komt hij de haarspeldbocht beter uit dan Massa, waardoor hij het een bocht later opnieuw kan proberen. Massa laat wat ruimte in de binnenbocht, maar stuurt wel gewoon in, waardoor de twee elkaar voor de zoveelste keer dit seizoen raken. De Ferrari-coureur spint van de baan, terwijl Luis met een gebroken voorvleugel naar de pits komt en terugvalt tot achter de Mercedessen. Ditmaal wordt Massa echter aangewezen als schuldige voor de botsing. Dat was opmerkelijk te noemen, want de meningen over wie schuld had aan het ongeval waren verdeeld. Luis probeerde op een onmogelijk punt in te halen en Massa smeet wel erg bot de deur dicht. Die twee gunnen elkaar het licht in de ogen niet. De wedstrijdleiding was wel consequent met het straffen: degene die de ander schade berokkent, krijgt straf. Massa dus.

Massa sluit zijn weekend vervolgens in stijl af. Hij stapt meteen na zijn drivethroughpenalty over naar de harde banden, waardoor hij nog verder terugvalt. Een vonkenzee door een te flexibele flexibele voorvleugel is het laatste vuurwerk wat we van ‘m te zien krijgen, want even later hobbelt hij met een gebroken linkervoorwielophanging rond. De oorzaak was precies dezelfde als in de kwalificatie: te vol over de kerbs gereden. Het liefst had de Braziliaan een zak over z’n hoofd getrokken, maar een helm niet afzetten sorteert hetzelfde effect.

Pitstopduels
Vooraan is de race ongelooflijk saai, totdat Webber tijd verliest op zijn versleten banden. Hij stapt over naar de harde banden, die niet zo traag blijken als gedacht. Desondanks is hij een prooi voor Alonso, die twee ronden later stopt en de derde plaats behoudt. De Ferrari blijkt verrassend goed te presteren op de harde banden, want Webber ziet zijn achterstand alsmaar verder oplopen. Dat hij ook nog af en toe wat foutjes maakt, helpt hem daar niet bij.

Ondertussen kan Luis niet meer naar voren komen. Zijn auto heeft blijkbaar toch een knauw opgelopen door de botsing, waardoor hij de Mercedessen niet kan bedreigen. Het onderlinge duel tussen de twee grijze bolides is het volgen waard. Zo wordt Rosberg met nog vijftien ronden te gaan binnengeroepen. Shoeface stopt vijf ronden later en komt precies voor de deur bij zijn teammaatje weer op de baan. Rosberg, die in de kwalificatie nog de vloer had aangeveegd met zijn teammaat, kon ook niet erg blij zijn met de tactiek van zijn team.

Fattle onbedreigd
Vooraan komt Button na de laatste serie stops nog even in de buurt van Fattle, maar daarna is de tweevoudig Wereldkampioen duidelijk de snellere. De ene na de andere snelste ronde rijdt hij op weg naar de finish. Met een pole, snelste raceronde en een van start tot finish geleide race, was hij weer ongelooflijk dominant. Juist het feit dat Red Bull geen voorkeursbehandeling geeft (of zegt te geven) aan een van beide coureurs, maakt deze dominantie zo knap. Daarnaast was Button nooit heel ver weg, hoewel hij nooit echt een bedreiging vormde, maar het was niet zo dat Fattle een seconde per ronde sneller was dan de rest, wat in het Michael Schumacher-tijdperk wel vaak het geval was.

In de strijd om het podium doet Webber er in de slotfase nog een schepje bovenop. Hij probeert Alonso nog op de valreep van het podium te verstoten, maar die geeft geen krimp. Op bijna een halve minuut achterstand komt de Australiër gebroken aan de finish. Het is misschien niet meer voor te stellen, maar vorig seizoen maakten hij en Alonso het Fattle het leven meer dan zuur. Nu rommelden ze slechts in de marge.

Op ruim een minuut achterstand kwamen de Mercedessen binnen, terwijl Luis nog net in dezelfde ronde als de winnaar aan de finish kwam. Het was een waardeloze race voor Luis, die onder het toeziend oog van zijn grote fan (en McLaren-coureur) Rowan A. weinig presteerde om trots op te zijn. Niet zijn botsing met Massa was het hoogtepunt van de race, maar de reactie van Mr. Bean op de botsing.

Alguersuari kende een puik weekend: goede kwalificatie, sterke race. Hij sprokkelde met een achtste plaats weer de nodige punten. Force India pakte met Subtiel nog twee puntjes voor eigen publiek, terwijl Perez de eer voor het kwakkelende Sauber redde met een tiende plaats. De Renaults kwamen in de knoei met hun banden en eindigden buiten de punten, net als DRS’ta. Co Valainen bleef Barrichello nog voor en finisht knap als veertiende. De Virgin en hrt’s zaten vooral de snellere coureurs in de weg, maar ze finishten nog wel voor pechvogel Truly.

Geen indruk
Zo eindigde de eerste Indiase GP. Hoewel het circuit veelbelovend leek, viel de race toch wel erg tegen. Fattle is te dominant, de vete tussen Luis en Massa kennen we nou wel, Webber is geen schim meer van de persoon die vorig jaar om de titel streed, en de bandenslijtage speelt ook nauwelijks meer een rol. De formule 1 maakte geen beste beurt in India en daarmee is het seizoen een beetje als een nachtkaars uitgegaan. We kunnen nu wel stellen dat DRS en de Pirelli-banden alleen voor een verrassingseffect hebben gezorgd en niet voor een permanente verbetering van het spektakel. De races worden alsmaar saaier. Op naar 2012 dan maar!

BSG en de klokken verliezen van Rotterdam

Eerherstel. Dat was het doel van BSG voor de thuiswedstrijd tegen subtopper Rotterdam. De missie slaagde gedeeltelijk, want ondanks het ontbreken van een aantal bepalende spelers, werden er toch maar mooi vijf remises gepakt. Het mindere nieuws was dat de ander partijen geruisloos verloren gingen, waardoor BSG toch weer met grote cijfers klop kreeg. Toch werd er een halfje meer gehaald dan in de vorige wedstrijd en dat biedt hoop voor de toekomst.

Zes weken zaten er tussen de eerste en tweede competitieronde. Inmiddels vallen de blaadjes massaal van de bontgekleurde bomen en gaat de klok een uur achteruit. Het leek wel alsof de klokken sneller liepen in het langste weekend van het jaar, want bijna iedereen kwam in tijdnood. Gelukkig leven we nu in het digitale tijdperk, waarin de bedenktijd tot op de seconde nauwkeurig kan worden afgelezen. Dat was drie seizoenen geleden nog wel anders. Destijds werd de wedstrijd Rotterdam-BSG met op het oog vooroorlogse klokken gespeeld, die in de speelzaal net zo verdwaald waren als de BSG'ers in de meesterklasse.

Hoewel we nu thuis wel met de professionele klokken speelden, waren we nog net zo zwak als bijna drie jaar geleden. De reden hiervoor was dat Berelowitsch en Borm helaas verhinderd waren. Hun vervangers waren spelers uit het tweede en derde team, namelijk Bert en Bert. Dat bracht de gemiddelde rating van BSG terug op een zelfs nog lager niveau dan drie seizoenen geleden. Bij Rotterdam zal teamleider Ton de Vreede ongetwijfeld graag willen benadrukken dat zijn team ook met een invaller speelde: bij hun speelde Etienne Goossens voor Pascal Vandevoort, hoewel dat maar een kleine verzwakking was. In ieder geval moest BSG tegen een ratingtekort van bijna tweehonderd elopunten per bord opboksen.

Wedstrijd
De wedstrijd begon wat later, daar de Rotterdammers last hadden van de files. Sommigen hadden vijf kwartier (!) verprutst in een file bij Utrecht, dus eigenlijk was het nog knap dat ze maar een kwartier te laat aankwamen... Ondanks de ongemakken van het filerijden op de heenreisen de vele aanstellerige hoest- en proestgeluiden (het leek wel alsof iedereen verkouden was), waren de eerste partijen beslist in Rotterdams voordeel.

Ton van der Heijden trof in Jan Willem van de Griendt een oude bekende. Twee en een half jaar geleden werd hij hardhandig van het bord gezet, nu overkwam hem eigenlijk hetzelfde. Al bij de vijfde of zesde zet ging het fout, verzuchtte de verliezer. Leon Pliester liep eveneens tegen een lelijke nul aan. Volgens een expert versmaadde hij tegen Bart Michiels een vrij eenvoudige remise, waarna hij minder kwam te staan en ook geen remise meer kon maken. Ook Robert Ris wacht dit seizoen nog op zijn eerste resultaat. Tegen Frans Cuijpers had hij een goede stelling door zijn vingers laten glippen en daar werd-ie niet bepaald vrolijk van.

De invallers lieten een goede indruk achter. Oude Bert verloor dan wel van Bonno Pel, maar stille Bert wist af te ruilen naar een saaie remisestelling, waarin er voor zijn tegenstander Michiel Besseling wel erg weinig aanknopingspunten waren voor een winstpoging. Een prima meesterklassedebuut, Bert!

Gelegenheidskopman Large liet ook een goede indruk achter. Eerlijk gezegd was hij niet zo onder de indruk van het spel van Luc Winants. Het zwaargewicht (rating: 2541 KNSB, 2540 FIDE) dreigde te bezwijken aan de druk op zijn stelling, maar de dringende tijdnood (tien zetten in een minuut of zo) deed Large besluiten tot een grootscheepse afruil, waarna hij niet verder kwam dan remise in een ongelijkelopereindspel met een pluspion.

Daarmee was de tussenstand alweer opgelopen tot 1-5 en was de wedstrijd dus eigenlijk gespeeld. De resterende stellingen boden echter nog heel wat kansen voor dagsuccesjes. Ewood kwam in de tijdnoodfase heel dicht bij de overwinning. In gierende tijdnood deden hij en zijn tegenstander Etienne Goossens bijna "at random" wat zetten, waarna wits vlag viel en de partij moest worden gereconstrueerd. Hierin bleek dat er dankzij een zetherhaling 41 zetten waren gespeeld, waardoor de partij werd hervat. Ewood wist de stelling met een pion minder te verdedigen, waardoor hij topscorer van BSG bleef. Na afloop mopperde hij over de kansen die hij eerder in de partij had gemist.

Het spektakelstuk van de dag was de partij van Lenaard. Hij heeft wel mazzel met zijn tegenstanders, want net als in de wedstrijd tegen Groningen speelde hij tegen een lekker ding. Toen speelde hij tegen Iozefina Paulet, nu speelde hij tegen Lekker Ding, ofwel de in de schaakwereld beruchte Marinus Kuijf. Ze maakten er een bizar schouwspel van, waarin sommige zetten de wenkbrauwen van menig schaakamateur zullen doen fronsen. Op een gegeven moment kon de Nederlands schaakkampioen van 1989 mat in een paar zetten geven, maar toen hij het verkeerde stuk koos om schaak mee te geven, kon Lenaards koning weer ontsnappen, waarna er een eindspel overbleef dat de roodharige witspeler goede winstkansen bood. Enkele zetten later was het remise.

Ondergetekende kwam ook een oude bekende tegen. Tegen Martin Martens had hij goede herinneringen: een halfje na een spectaculaire partij. Nu ging het er veel saaier aan toe. De witspeler probeerde zijn openingsspel van de eerdere ontmoeting te verbeteren. De door Merijn van Delft gehanteerde openingsopzet werd vrolijk gekopieerd en zwart speelde vol plezier hetzelfde als in de stampartij. In de analyse bleek waarom: hoewel wit zijn stukjes mooi in het centrum had, kon zwart via de f-lijn veel tegenspel creëren. Na een kans op (groot?) voordeel te hebben gemist, werden de dames geruild, waarin zwart het op de damevleugel niet heel handig speelde en behoorlijk onder druk kwam te staan. Ondergetekende wist de knock-out niet te vinden. Juist toen hij in alle macht remise dacht te moeten maken, kreeg hij een enorme winstkans. Helaas zagen de toeschouwers meer dan de witspeler, die remise maakte in een ongelijkelopereindspel met een pion minder, in plaats van dat hij een stuk won.

FM Henk redde het niet tegen Maarten Solleveld. Toen het centrum geblokkeerd werd, liep zijn offensief vast en werd hij langzaam overspeeld. Daarmee werd de eindstand 2½-7½, wat gezien het spelbeeld wel een juiste indicatie van de krachtsverhoudingen was, hoewel BSG ook een paar kansen voor open doel miste. Wel is duidelijk dat dit BSG niet in een grootse vorm steekt. Hopelijk is dat over vier weken, tegen LSG, wel anders.

BSG (2214) - Rotterdam (2389) 2½-7½
1. Lars Ootes (2375) - Luc Winants g (2541) ½-½
2. Leon Pliester m (2381) - Bart Michiels m (2489) 0-1
3. Robert Ris m (2386) - Frans Cuijpers m (2431) 0-1
4. Henk van der Poel f (2259) - Maarten Solleveld m (2502) 0-1
5. Ewoud de Groote (2286) - Etienne Goossens f (2304) ½-½
6. Jesper de Groote (2137) - Martin Martens m (2436) ½-½
7. Ton van der Heijden (2289) - Jan Willem van de Griendt f (2327) 0-1
8. Lennart Ootes (2209) - Rini Kuyf m (2412) ½-½
9. Bert Kieboom (1957) - Bonno Pel f (2306) 0-1
10. Bert Balke (1859) - Michiel Besseling (2146) ½-½

27-10-11

Weer terug

Jo blogpuppy's,

De afgelopen dagen heb ik weinig van me laten horen. Dat had alles te maken met het tentamen van vandaag. Ik wil niet de schijn wekken dat ik drukker ben met artikeltjes schrijven dan met het leren van een belangrijk tentamen, dus vandaar deze radiostilte.

Zoals gezegd had ik vandaag dus tentamen. Het was het tentamen van Micro-economie (officieel Microeconomics for spatial policy), het enige vak wat ik nog moest herkansen. Met een beetje geluk ben ik straks dus afgestudeerd, anders moet ik vlak voor de kerstvakantie opnieuw aan de bak.

Het was geen makkelijk tentamen. Dat wist ik al voordat ik aan dit vak begon; ik had het niet voor niets niet gehaald. Dit jaar begon ik weer van voor af aan met het vak: dat werd dus zes weken lang bikkelen op de bewerkelijke opdrachten. Of het nou lag aan het missen van Advanced methods (het andere vak dat in deze periode wordt gegeven), of aan de betere chemie in het groepje, ik begreep er in ieder geval veel meer van dan vorig jaar. Geregeld dacht ik dan: "heb ik me hier vorig jaar nou zo druk om gemaakt?" De opgaven liepen erg goed, we hadden een mooie 8,8 als eindcijfer. Daardoor had ik een buffer voor het tentamen.

Voor het tentamen moest natuurlijk nog flink gescoord worden. Ik herinner me een grappig (of pijnlijk?) moment met Rolex in de hoofdrol. Iets met goede werkcollegecijfers en dan op het tentamen "nat gaan". Dat wilde ik natuurlijk niet, maar er zit natuurlijk wel een verschil tussen werkcollege-opdrachten die je thuis in alle rust en met alle beschikbare naslagwerken kunt maken. Op het tentamen moet je alles dus zelf doen, een heel verschil.

Om het nog leuker te maken, werd in de laatste lesweek bekend dat het tentamen in de Emergohal werd gehouden. Hoewel deze hal in Amstelveen bleek te liggen, had ik er nog nooit van gehoord. Het lag ook helemaal aan de rand van het dorp (of stad?), in het polderlandschap bij het dorpje Nazz aan de Amstle. Doodleuk werd er verteld dat het 25 minuten lopen was vanaf de dichtstbijzijnde metrohalte. Niemand die er vrolijk van werd. Op het laatste werkcollege werd er wanhopig gevraagd of het tentamen niet elders gehouden kon worden. Van mijn part had het nog liever in die stomme TenT gehouden mogen worden. Uiteindelijk stierf het idee een stille dood, ondanks zielige verhalen van mensen die meteen daarna een tentamen op de VU hadden. De economische fuckelteit had de sporthal natuurlijk al afgehuurd, dus dan moest-ie wel gebruikt geworden. En zo geschiedde.

Na anderhalve week leren, ging ik gisteren op tijd naar bed, zodat ik uitgerust wakker zou worden. Mooi niet. Pas om een uur of drie ging het licht langzaam uit en tot een uur of zes heb ik lekker geslapen. Toen zat ik zo te stressen om voor de wekker wakker te zijn, dat ik daarna ook amper meer heb geslapen. Om zeven uur toog ik naar beneden, waar ik wat boterhammen naar binnen propte. Het ochtendritueel ging sneller dan verwacht en ik moest m'n best doen om niet voor half acht op de fiets te zitten.

Doordat ik maandag de route al had verkend, wist ik hoe ik moest rijden. De vraag was of ik het ook in het donker kon herkennen. Dat bleek goed te doen. Nog voor achten kwam ik aan. Ik zette m'n stalen ros maar weg op het ongezellige parkeerterrein naast de sporthal, hopend dat-ie niet zou worden gejat. Vervolgens was het wachten, wachten en nog eens wachten...

Er waren geen studiegenoten te zien. Wel kreeg ik gezelschap van een Indonesische half-studiegenoot, waarna ik in m'n beste donderdagochtend-Engels wat informatie probeerde uit te wisselen. Geen gemakkelijke taak, zeker niet omdat het café, dat al redelijk vol zat toen ik aankwam, steeds voller raakte. Het was een groot kippenhok: vier verschillende economische disciplines hadden tentamen. We zouden allemaal in één enorme sportzaal tentamen hebben. Ik denk dat Stefann Hoch-Gürtel in een klap van zijn ochtendhumeur af zou zijn, als hij de beteuterde gezichten zag.

Om half negen mochten we dan eindelijk de zaal in. Wij STREEM-studenten zaten helemaal achterin. Er waren inmiddels al redelijk wat studenten aanwezig, maar lang niet iedereen. We hadden gek genoeg geen vaste plaats, wat meestal wel zo is. Dan moet je op zoek gaan naar een A4'tje waar je naam in miniletters is geschreven. Nu hoefde dat niet. Blij dat ik was. Ik haalde m'n etui uit m'n jas en ging aan de rand van het voor ons toegewezen gebied zitten.

Het tentamen bestond uit twee delen: het eerste deel hadden we gezamenlijk met studenten van een andere economische Master, het tweede deel was speciaal voor ons bedacht. Het eerste deel, gegeven door de eerdergenoemde Hoch-Gürtel, zou een zware beproeving worden. Toch denk ik dat ik met mijn speltheorie-opgave wel de nodige punten moet hebben gescoord. De andere opdracht kostte erg veel tijd. Bovendien liep ik vast, waardoor ik maar snel naar het tweede deel ging. Dat heb ik vervolgens ook maar afgeraffeld. Hopelijk heb ik genoeg laaghangend fruit geplukt om het vak te halen.

Met nog enkele minuten op de klok heb ik nog het een en ander gecontroleerd, daarna werden de tentamens opgehaald. Na afloop bleek iedereen ongeveer hetzelfde gevoel te hebben als ik. Opmerkelijk vond ik dat Kasper, die juist erg goed was met de opdrachten, een beetje mismoedig was. Hij had zich als een van de weinige studenten op de opgave met het algemeen evenwicht o.i.d. gestort en dat was hem niet in de koude kleren gaan zitten. Dankzij de files kwam hij pas net op tijd aan, wat ook niet echt een lekkere binnenkomer was. Dat het voor de automobilisten niet heel erg goed toeven was, bewees Lee-sad wel. Zij stond ongeveer net zo lang in de file als Leon Pliester en Frans Borm eerder dit jaar (tijdens de gemeenschappelijke slotronde van de eerste klasse.) Ze was verbaasd dat ze ondanks de vertraging toch nog aan het tentamen mee mocht doen. Haar score beschouwde ze maar als bonuspunten.

Zo eindigde het laatste tentamen, want toen d'r sigaret op was, ging ze de terugreis aanvangen. Kasper deed hetzelfde. Het was een goed moment voor mij om mijn stalen ros op te zoeken. De bergfiets had de hele tijd trouw op me gewacht en ik beloonde het beestje door in een stevig tempo naar huis te fietsen. Inmiddels is het alweer avond en vraag ik me af wat ik - naast de badkamer schoonmaken - deze middag nou precies heb gedaan.

18-10-11

De botsing van Petjerov en Shoeface

Al sinds ruim een jaar ben ik op de hoogte van de site F1 Fanatic. Deze site biedt ongelooflijk veel cijfertjes, statistieken en data over de formule 1-races. Na iedere Grand Prix verschijnen objectieve verslagen over alle coureurs. Inhoudelijk wordt er veel dieper ingegaan op de strategische overpeinzingen van de coureurs dan wat ik ooit gewend ben. Zo kopiëren Nederlandse formule 1-sites bijvoorbeeld gewoon de informatie op de Engelse sites. Nederlandse formule 1-bladen geven hoogstens een oppervlakkige samenvatting van de race, waarbij vaak een soort vooringenomenheid jegens sommige rijders naar boven komt. Kortom: wie echt geïnteresseerd in de formule 1, heeft weinig aan wat de Nederlandse media aanbieden: je moet gewoon F1 Fanatic kennen.

Een nadeel is natuurlijk wel dat het in het Engels is. Mijn Engels is zo matig dat ik de vertaalfunctie vaak nodig heb. Ook moet ik m'n uiterste best doen om een tekstje te construeren waarin ik mijn gebrekkige grammatica kan verdoezelen. Toch vind ik het reageren op artikelen het leukste wat er is. Zo kon ik het niet laten om Alonso als kwade genius achter de botsing tussen Petjerov en Shoeface weg te zetten. Het leukste vond ik dat iemand er nog op reageerde:

Ik:
I was wondering if Alonso deliberately missed his braking point in order to seduce Petrov to outbrake himself too, so he would smash into the cars in front of them. But maybe that’s too funny to be true.

Iemand anders::
That would be fitting retribution for Abu Dhabi 2010!

Beoogde vertaling:
Ik vroeg me af of Alonso opzettelijk zijn rempunt miste, om Petjerov te verleiden hetzelfde te doen, zodat hij boven op de wagens voor hen zou knallen. Maar misschien is dat te grappig om waar te zijn.

-Dat zou een passende vergelding zijn voor Appie Dappie 2010 (waar Alonso de wereldtitel verspeelde doordat hij na zijn pitstop niet langs Petjerov kon komen.)

Ik vraag me nu af of ik hier weer een reactie op moet plaatsen, of dat ik nu beter m'n kop kan houden, nu ik mijn punt heb gemaakt.

Negende ronde Eredivisie

In het weekend waarin het voetbal in Nederland gevoelig gezichtsverlies opliep ten opzichte van honkbal, werden er in de Eredivisie weer negen duels gespeeld. Feitelijk draaide het maar om één wedstrijd: Ajax-AZ, hoewel ze het daar in de regio Arnhem-Nijmegen niet mee eens waren. Waar de regerend landskampioen een punt pakte uit een verloren wedstrijd, kwam de kampioen van 2013 als winnaar uit de bus in de slachtpartij in Nijmegen. Ondertussen walsten Twente, PSV en Feijenoord over hun kansarme tegenstanders heen.

Beproeving
Ajax kende een zware seizoenstart: naast de Championsleague-wedstrijden tegen Olympique Lyonnais en Real Madrid, speelden ze in de nationale competitie ook nog eens tegen PSV en Twente. Nu kwam koploper AZ op bezoek. De Alkmaarders maakten hun status in de eerste helft volledig waar, want binnen de kortste keren stond het 0-2. Zouden ze dan eindelijk gaan winnen in de hoofdstad? Het antwoord was nee, want al direct na rust gaf AZ in de persoon van Marcellis dom een penalty weg. Daarna hadden beide ploegen kunnen scoren, maar waar AZ klungelig bleef missen, spong Janssen veel beter om met de kansen. Met tien man scoorde Ajax de niet eens geheel onverdiende gelijkmaker. Met een kop als een oorwurm verliet AZ-trainer Verbeek het stadion.

Kneuzen
Ondanks het punt dat Ajax pakte, werd het ingehaald door onder andere Feijenoord. De Rotterdammers hebben een relatief licht programma achter de rug, waardoor ze met de nodige punten en herwonnen zelfvertrouwen de topploegen aankunnen. In PVVV troffen ze met afstand de zwakste ploeg van de Eredivisie. Dat beek wel uit het commentaar waarmee de 4-0-zege werd begroet: iedereen vond het maar een waardeloze wedstrijd. Feijenoord voetbalde dus weer als vanouds en daar was het publiek niet blij mee. Opmerkelijk was dan ook dat het boegeroep vooral voor Cabral was bestemd.

Boven zijn stand
FC Twente ging op bezoek bij RKC, dat het dit jaar verrassend goed doet. De promovendus hikt nu al tegen het puntentotaal aan waarmee het twee seizoenen geleden degradeerde. Tegen Twente bleek echter dat het ploegje flink boven zijn stand had geleefd: kinderlijk eenvoudig tikte Janko zijn doelpuntjes binnen. Voor trainer Co Adriaanse was het niet alleen een zoete, maar ook een broodnodige overwinning: de achterstand op AZ werd gereduceerd tot twee punten.

Lelijk
Dapper betraden de FC Utrecht-spelers de Eindhovense weide. Wie in een roze shirt durft te spelen, verdient respect. Toch was het contrast tussen de Domstedelingen en PSV’ers qua tenue niet al te groot. Qua spel was het verschil groter: het was PSV dat de klok sloeg. Toch kreeg Utrecht dankzij geklungel van Isaksson een levensgrote kans, maar die werd talentvol om zeep geholpen. Pas diep in de tweede helft wist Toy Vonen de enige treffer van het matte duel te maken, waardoor zijn club weer drie punten rijker was en met Twente de tweede plaats in de tussenstand blijft delen.

Arm NEC
Al sinds mensenheugenis leveren NEC en Vitesse een felle onderlinge strijd om zich tot beste ploeg van Gelderland te kronen. Deze strijd brengt soms het beste in beide ploegen naar boven, maar desondanks zijn de supporters van beide clubs de laatste jaren niet heel erg verwend met goede resultaten. Inmiddels ligt het ambitieniveau van Vitesse wat hoger dankzij hun kapitaalkrachtige geldschieter, maar op het veld is er nog steeds niet heel veel van te merken. In Nijmegen leek het wel alsof de derby het slechtste in beide teams naar boven haalde. In een onvriendelijke wedstrijd moest matchwinner Chanturia van het veld na een dramatisch slechte imitatie van een bokswedstrijd met Con Boy, die ook mocht vertrekken. Aborah bracht de stand op 2-1 voor Vitesse wat betreft rode kaarten. NEC probeerde met man en macht de gelijkmaker te forceren, maar doordat Sheune zijn vizier niet op scherp had staan, wist Piet Felthuizen tegen alle verwachtingen in zijn doel schoon te houden. Dus was het feest in Arnhem. Hoewel NEC een hoop respect had gewonnen met hun dappere optreden, hadden ze waarschijnlijk honderd keer liever een punt gehad.

Recht op het doel af
Twee weken terug won ADO nog met 0-3 van Feijenoord. Roda was dus gewaarschuwd. Blijkbaar deden de spelers het bij de aftrap in hun broek, want de bal werd onhandig meegegeven aan de ADO-spelers, die vrolijk richting het vijandelijke doel oprukten. Kersje drukte vervolgens rustig af en bracht zijn ploeg al na negen seconden op voorsprong. Het compromisloze Roda, dat nog geen enkele remise had gespeeld, rechtte de rug. In de overige 89 minuten en 51 seconden van de wedstrijd liet ADO werkelijk waar niets zien. Zelf kregen ze naast vier tegentreffers ook nog een rode kaart te zien. Bovendien zagen ze zichzelf op de ranglijst gepasseerd worden door de thuisploeg.

Sloom
Heracles was goed op stoom tegen FC Groningen. De Noorderlingen, die twee weken geleden nog knap van Ajax wonnen, kwamen nauwelijks in het stuk voor, de intensieve kunstgrastraining ten spijt. Het veldoverwicht resulteerde in de 1-0, die door Slooms in de tweede helft wel heel stom teniet werd gedaan. Hij had de taak de counter na een afgeslagen corner in de kiem te smoren, maar door een enorme mispeer gaf hij een assist op Zoek, die oog in oog met Pasfeer de gelijkmaker produceerde. Desondanks maakte Overtoom er even later met een fraai schot 2-1 van. Ondanks dat Groningen slechts wist te scoren door een “unforced error”, was coach Pieter H. erg tevreden over het vertoonde spel van zijn ploeg.

Leeuw met kunstgebit
Dat Heerenveen onder Ron J. niet bepaald een hoogvlieger is, is een understatement te noemen. De ploeg heeft een voerhoede waar zelfs Ajax bijna jaloers op is, maar desondanks winnen ze er amper wedstrijden mee. Tegen de door blessures verzwakte laagvlieger Het Graafschap kwamen de Friezen niet verder dan 1-1. Kort voor de theepauze werd de “bevrijdende” 1-0 gemaakt, maar desondanks stond de eindstand bij het rustsignaal al op het scorebord. In de tweede helft slaagde Dost er niet in om zijn marktwaarde op te vijzelen: ook nu blonk hij vooral uit in het missen van kansen, waardoor Heerenveen zijn vijfde remise van het nog prille seizoen boekte.

Hekkensluiter blijft laatste
De laatste wedstrijd van de speelronde werd gespeeld tussen NAC en Excelsior. Wie had gedacht dat het gelijkspel in Enschede de Rotterdammers vleugels zou geven, kwam bedrogen uit. Zielig in een hoekje wachtte de ploeg op het onvermijdelijke: de fraaie 2-0 van Lurling. Waar NAC aanhaakte in de middenmoot, bleef Excelsior laatste met slechts twee punten.

16-10-11

Eén jaar Fattle-dominantie

Het rijderkampioenschap was al beslist voordat de teams aankwamen in Zuid-Korea. Dat kleine ventje was het hele jaar nagenoeg onaantastbaar. 12 polepositions en 9 overwinningen harkte hij bij elkaar tegen de tijd dat hij onbereikbaar werd voor de concurrentie. Nu was hij terug op de piste waar vorig jaar zijn titelkansen in rook op leken te gaan: in leidende positie blies hij zijn motor op. Zijn reactie: een zorgeloos lachje. Door de laatste twee races te winnen, won hij alsnog op het nippertje het kampioenschap, om in 2011 vervolgens de vloer aan te vegen met de rest.

Luis op pole
Dat Fattle het na het behalen van de wereldtitel niet rustiger aan ging doen, bleek al in zijn kampioensrace in Japan, waar zijn team hem tot rust moest manen, zodat hij niet die derde plek zou verspelen. De eerste slag is ditmaal niet voor Red Bull. De McLarens zijn het hele weekend al snel en Luis eist knap de pole op. Een primeur: voor het eerst geen Red Bull op pole. Luis is als een kind zo blij met de unieke prestatie die hij heeft geleverd. Als een kind dat om zeven uur naar bed moet. Of als een kind met kiespijn, want veel wil hij niet over het behalen van zijn eerste pole van het jaar kwijt. Fattle weet Button nog voor te blijven, terwijl Webber er met een vierde plek voor zijn doen ook goed bij zit. Bij Ferrari begint er ondertussen een vertrouwd beeld te ontstaan: Massa heeft Alonso opnieuw afgetroefd, waardoor de Spanjaard niet vanaf zijn gebruikelijke vijfde plaats start, maar vanaf de zesde plaats.

Agressie bij de start
Dat de poleposition in 2011 van weinig waarde is, blijkt ook nu weer. Hoewel de McLarens goed van hun plek komen, handhaaft Fattle zijn tweede plaats en zet hij meteen druk op Luis. Die is voorzichtig gestart en komt zwaar in het defensief. Al na een paar bochten neemt Fattle de leiding over. Achter hen komt Button in het nauw en verliest opeens drie plaatsen. Een opportunistische uitremactie van Massa was hier debet aan.

Vooraan lopen Fattle en Luis weg bij de rest. De vraag is hoelang de superzachte banden het zouden houden. Pirelli had namelijk aangekondigd dat ze voor deze race, aangezien het kampioenschap was beslist, een beetje hadden gegokt met de banden: de twee zachtste samenstellingen waren meegenomen. Vooraf werd de verwachting uitgesproken dat de coureurs drie of vier pitstops zouden moeten maken. Misschien wel vijf. Wat een pitstopspektakel zou dat opleveren! Het is dat Paul DRS’ta klaagt over onderstuur, maar ondertussen gaan de rondetijden vooraan nog steeds omlaag.

Ondertussen begint Mark Webber een steeds grotere groep wagens achter zich aan te krijgen. Massa en Alonso jagen hem op. Achter hen komt Button opzetten en zelfs Rosberg loopt in. Als DRS’ta in de elfde ronde stopt, geeft hij daarmee het sein aan de mannen vooraan dat ook zij kunnen stoppen. De besluiteloosheid van McLaren brengt Button daarbij in de problemen. Hij wil verder naar voren komen door een vroege stop, maar als hij eindelijk naar binnen wordt gehaald, doet Rosberg hetzelfde. Door een bliksemstop van Mercedes rijden de twee zij aan zij door de pitstraat, met de Finse Duitser voorop. Hij verremt zich echter bij het uitrijden, waardoor Button zijn plekje herovert. Hij wordt echter slachtoffer van het DRS-systeem, waardoor Rosberg hem op het rechte stuk voorbijvliegt. Het duurt vervolgens weer een paar ronden voordat Button de Mercedes definitief voorbij is.

De list van Alonso
Vooraan gaan de koplopers naar de pits. Bij Ferrari heeft Massa een trage stop omdat hij op Shoeface moet wachten, terwijl Alonso tijd verliest door een late stop. Op de baan moeten ze daardoor eerst zien af te rekenen met Petjerov en diezelfde Shoeface. Alonso is niet blij met de situatie en als Petjerov hem op het rechte stuk inhaalt, zet hij een even briljante als gemene val: hij remt later dan laat en hij hoopt Petjerov te verleiden om hetzelfde te doen. Dat gebeurt ook. Hulpeloos schiet de Renault rechtdoor en knalt bovenop de ongelukkige Shoeface. De Duitser heeft terminale schade aan de achterkant, de Rus schendt zijn aangezicht en moet in de pits opgeven met een gebroken voorwielophanging. Alonso rijdt met een big smile via de uitloopstrook om het plaats delict. Paybacktime!

Neutralisatie
Op dat moment is er bij de wedstrijdleiding nog niets bekend over het ongeluk. Er werd slechts melding gemaakt dat Shoeface een bocht had gemist. Toen de ravage aan het licht kwam, werd meteen de safetycar ingezet. Voordat deze de juiste Red Bull heeft gevonden, zijn we weer een paar ronden verder, waarna de marshalls de baan paniekerig brokstukvrij maken.

De grote winnaar van de eerste serie pitstops is Button, die is opgerukt naar de vierde plaats. De Ferrari’s zijn slechts zesde en zevende, nog achter Rosberg. Ondertussen heeft Alguersuari zijn pitstop tijdens de neutralisatie gemaakt en is opgeklommen naar de achtste plaats.

Het gevecht gaat beginnen
Bij de herstart treden er vooraan geen positiewisselingen op. Fattle profiteert van zijn voordeel in de snelle bochtensectie aan het eind van het circuit en raakt zodoende al snel buiten bereik van Luis. Om dezelfde reden kan Button niet aanhaken bij Webber. De Australiër had voor een afwijkende bandenstrategie gekozen: in tegenstelling tot de koplopers was hij overgestapt op de hardere banden, waardoor hij de race eventueel zonder verdere pitstop kon uitrijden. Opmerkelijk is het dan ook dat Button niet kan aanhaken. Blijkbaar is hij zijn banden aan het sparen, want hij verliest alleen maar tijd. Even later loopt Webber ook in op de koplopers. Het signaal is duidelijk: de hardere band is in feite superieur aan de zachtere band.

Ondertussen zijn de Ferrari’s als twee leeuwen hun prooi aan het besluipen: de op de vijfde plaats rondrijdende Rosberg. Deze verdedigt zich met hand en tand, maar als hij zich verremt, moet hij zich overgeven aan beide rode bolides. De Ferrari’s liggen nog steeds in dezelfde slagorde als na de start: Massa voor Alonso. Ditmaal krijgt Massa van het team niet de bekende boodschap te horen dat Alonso sneller is, dus verdedigt hij zich uit alle macht tegen zijn snellere teammaatje. Vechtend tegen het onvermijdelijke.

Op dat moment lijkt het ook onvermijdelijk dat Webber Luis voorbijgaat. De Red Bull probeert op alle mogelijke plekken naast de McLaren op te duiken, maar desondanks komt hij er maar niet aan voorbij. Dan moet het dus maar via de pitstops.

Strategische klunzen
Vooraan heeft Fattle weinig bandenproblemen. Doordat Luis zijn handen vol heeft aan Webber, kan hij bovendien een comfortabele voorsprong nemen. Tot zover geen problemen bij Red Bull. Teamgenootje Webber heeft meer reden tot klagen: hij wordt precies op hetzelfde moment als Luis binnengehaald. Het is een beetje het verhaal van dit seizoen: de timing van Webbers pitstops is niet altijd even gelukkig. Aan de andere kant had hij natuurlijk ook ongehoorzaam zijn team voorbij kunnen rijden… Er vinden geen positiewisselingen plaats door de pitstop, maar Webber zit nog steeds vlak achter Luis om ieder foutje af te straffen. Als Luis dan ook daadwerkelijk een foutje maakt, moet hij zich bochtenlang in allerlei onmogelijke bochten wringen om de Australiër achter zich te houden, maar het lukt hem wel.

Een ronde later kan Fattle rustig zijn laatste pitstop maken. Door de pitstops van Button en Massa gaat Alonso aan de leiding. Hij rijdt de ene na de andere snelste ronde. Na zijn pitstop blijft hij Massa voor en loopt hij in op het trio dat om de tweede plaats vecht: Luis, Webber en Button. Iedere ronde loopt hij meer dan een halve seconde in op de vechtersbazen, waarmee hij aangaf hoeveel tijd hij in het begin van de race had verloren.

Pollute Button!
In de slotfase wordt het gevecht om de tweede plaats steeds heftiger. Webber lijkt de tweede plaats dan eindelijk over te nemen, als hij Luis bij het aanremmen voor de eerste bocht te grazen heeft. De Australiër profiteert ten volle van de betere wegligging in de laatste sector, waardoor hij vlak achter de McLaren op het rechte stuk van start/finish opduikt. Helaas voor hem kan Luis zijn plekje op het volgende rechte stuk weer innemen. Met dank aan DRS. Het foefje leidde niet zozeer tot meer positieveranderingen, maar vooral tot veel inhaalacties die meteen daarna weer ongedaan werden gemaakt.

De teams sporen hun rijders aan, om alles te geven. Luis wordt zelfs opgedragen om zijn teammaatje te bevuilen, terwijl Alonso met een zo rijk mogelijk brandstofmengsel gaat rijden. Hij rijdt naar de staart van Button toe, maar met nog twee ronden te gaan, deelt hij plotseling mede dat hij opgeeft. Is het weer een list, of hangt hij echt de witte vlag uit? Het lijkt op het laatste.

Van opgeven wil landgenoot Alguersuari niets weten. In de slotfase zit hij vlak achter de jammerlijk teruggevallen Rosberg. In de een-na-laatste ronde zeilt hij de Mercedes op topsnelheid voorbij, om vervolgens de bocht te missen. In de laatste ronde is het wel raak, waardoor de Spanjaard een fantastische zevende plaats behaalt. Doordat Bümi als negende eindigt, kan Toro Rosso helemaal aan de taart.

Dat Luis niet op de pijnbank wil blijven liggen, blijkt als hij in de een-na-laatste ronde de snelste raceronde verbetert. Daardoor bloedt de strijd om de tweede plaats in de slotfase helemaal dood. Vooraan rijdt Fattle onbedreigd naar zijn tiende overwinning van het seizoen. Dat belet hem niet om in de laatste ronde nog even de snelste ronde van de race te rijden, waarmee hij zijn zege nog meer glans geeft. Hij breekt records alsof het porseleinen borden zijn.

In de uitloopronde zetten Alonso en Rosberg hun auto's naast de baan. Alonso had kennelijk veel brandstof gebruikt voor zijn slotoffensief en stopte daarom maar, zodat er nog genoeg brandstof over was voor het brandstofmonster. Iets soortgelijks deed Button vorige week ook. Het toont aan hoe krap de brandstofmarges zijn, want ondanks de brandstofbesparende safetycarfase was er niet genoeg brandstof over voor een eervolle uitloopronde.

Kampioenschap
Doordat de Red Bulls de McLarens op een voor hun gunstige manier sandwichten, trokken ze ook het constructeurkampioenschap naar zich toe. Het gaf wel aan hoe groot de dominantie is van Fattle en Red Bull dit jaar: met nog vier races te gaan werd Fattle kampioen en met nog drie races te gaan werd Red Bull kampioen. Ondertussen kan Webber maar niet overtuigen. Waar zijn teammaatje dit seizoen al tien zeges pakte, staat Webber al veertien maanden droog.

Het zusterteam van Red Bull, Toro Rosso, deed eveneens goede zaken voor het constructeurkampioenschap: door de acht punten van vandaag komt de zevende plek van Sauber, dat weer een weekend kende om snel te vergeten, wel heel erg dichtbij. Nog maar drie puntjes moeten Alguersuari en Bümi goedmaken. Zelfs Force India, dat met DRS’ta toch nog een puntje pakte, komt in zicht, hoewel het gat van twaalf punten waarschijnlijk wat te veel van het goede is.

10-10-11

Verwachte wereldtitel Fattle

Wat bof je als je in Groot-Brittannië ter wereld komt. Je krijgt meteen een wereldtaal aangeleerd en je zit ook nog eens in het epicentrum van de formule 1. De meeste teams zijn gestationeerd in Engeland en de Engelse coureurs zijn ook oververtegenwoordigd in de formule 1. Aan de andere kant van de Noordzee hebben we dan nog Duitsland, dat vooral motoren en wereldkampioenen levert. Wij Nederlanders zitten precies tussen die twee grootmachten in, maar helaas is alles wat Nederlanders doen in de formule 1 gedoemd te mislukken. Denk aan Jos Verstappen, denk aan Christijan Albers, denk aan Spyker.

Nee, over de grens kunnen ze nu aan de taart. De langverwachte titel van Fattle is eindelijk binnen. Na twee races werd het al duidelijk dat weinig hem meer kon afstoppen. In het land van de tsunami’s, aardbevingen en tyfonen wist hij een vrij bleke derde plaats te bemachtigen, wat ruimschoots voldoende was voor het kampioenschap. De enig overgebleven titelkandidaat, Button, deed wat hij moest doen en won, maar dat maakte dus ook niet meer uit.

Kwalificatie
Door de vele snelle bochten zou het circuit van Suzuka de Red Bulls op het lijf geschreven moeten zijn. Mis. De zesde plaats van Webber geeft wel aan hoe groot de concurrentie is die de blauwe bolides te wachten staat. Fattle eist de pole op, met een minieme voorsprong op Button. Luis werd derde, maar er werd gespeculeerd dat hij Fattle van de pole had kunnen verstoten. Dat zou een unieke prestatie zijn: een keer geen Red Bull op pole. Helaas werd zijn plannetje op een even unieke als sullige manier verijdeld: terwijl Luis zich opmaakte voor zijn ultieme ronde, reed hij zo traag, dat Webber en Shoeface in de laatste bocht om hem heen moesten rijden. Door het oponthoud werden de drie afgevlagd op het moment dat ze nog een snelle ronde wilden rijden. De Ferrari’s zijn vierde en vijfde; Massa is opnieuw sneller dan Alonso. Zonder een geklokte ronde te rijden in de laatste sessie, kwalificeert local hero Co Biaggi zich als zevende, voor Shoeface en de opgeleefde Renaults.

Race
Dat Fattle de race graag wil winnen, blijkt al bij de start. Hij heeft geen zin om door een berekenende zesde plaats de wereldtitel op te eisen, hij wil het met een overwinning doen. Button komt namelijk goed weg bij de start en probeert zich langs de Red Bull te wurmen. Fattle gebruikt een truc die hij heeft afgekeken van Shoeface: hij duwt Button het gras op. De lange Engelsman moet van het gas en ziet zijn landgenootje passeren. Button is not amused.

Verder achterin komt Co Biaggi slecht van zijn plaats, waardoor hij in één keer zijn goede werk van zaterdag verknolt. Ondertussen probeert Rosberg vanuit de achterhoede (hij kon in de kwalificatie niet in actie komen) naar voren te komen. Gestart op de harde banden is hij echter niet in staat echt naar voren te komen. De Loti blijven in de openingsfase van de race buiten zijn bereik.

Vooraan lopen Fattle en Luis snel weg bij Button. Achter hen laat Massa teammaatje Alonso eenvoudig voorbij. Waar Alonso’s race een opwaartse lijn zou vertonen, ging het voor Massa—zoals gewoonlijk—bergafwaarts. Vooraan lijkt alles nog op rolletjes te gaan, maar opeens verliest Luis zeeën van tijd. Heeft hij zijn banden over de “cliff” gejaagd? Al snel kan aan het hobbelen worden opgemaakt dat er een band lek was. De hoge bochtensnelheden hadden blijkbaar hun tol geëist en anders dan anders, was het loopvlak opengebarsten, wat voor potentieel gevaarlijke situaties kon zorgen. Misschien had het ook wel te maken met het kwalificatie-incident, waardoor Luis op oudere banden moest starten dan de rest, waardoor hij eerder in de problemen kwam.

Hoe het ook zij, Luis liet snel de banden vervangen, waarna hij zich weer vanuit het middenveld naar voren mocht vechten. Bij Fattle gaat het ook niet meer naar wens. Ook hij verliest ineens veel terrein op de versleten banden. De Japanse regie slaagt erin het spannende gevecht om de koppositie te missen. Na Fattles pitstop rijdt Button aan de leiding, maar wordt Alonso steeds groter in zijn spiegels. Tot een direct gevecht komt het niet, want de twee gaan samen met Webber naar de pits, waardoor Massa even aan de leiding rijdt.

De enige uitvaller van de race zou Bümi worden. Na zijn pitstop rolt er een wiel af. Opmerkelijk detail: eerder dit jaar overkwam teamgenootje Alguersuari precies hetzelfde. Het wrak komt tot stilstand in een grindbak vlak langs de baan, maar er wordt verder niks gedaan. Vooraan kunnen de koplopers weer zo’n tien rondjes voort met de banden. Fattle ligt nog steeds aan kop, voor Button en Alonso. Luis is teruggevallen naar de vierde plaats, met Massa en Webber vlak achter hem.

De Red Bulls trappen af voor de tweede serie pitstops. Fattle en Webber duiken achter elkaar de pits in. Hoewel Webbers stop vertraagd is omdat hij even op zijn teammaatje moet wachten, heeft hij er meer profijt van. Button heeft minder bandenproblemen en dankzij een goede pitstop blijft hij Fattle voor, terwijl Webber voorbij Luis en Massa komt.

Luis rijdt namelijk al een tijdje rond met versleten banden. Zijn grote vriend Massa is veel sneller in de beruchte 130R-bocht en hij probeert buitenom de McLaren te gaan. Luis ziet hem niet en drukt hem bijna van de baan. Bij het contact breekt een deel van een barge-board af en dat blijft op de baan liggen. Luis haalt meteen nieuwe banden, overigens net als Alonso. Massa rijdt een rondje langer door en blijft Luis voor.

Safetycar
Webber duelleert ondertussen met Shoeface, die nog niet voor de tweede keer is gestopt. Shoeface maakt zich breder dan breed, maar delft wel het onderspit en valt terug naar de vijfde plek. Shoeface krijgt een prachtmoment om zijn tweede bandenwissel maken: uit het niets komt het bericht dat de race wordt geneutraliseerd. De reden is het brokstuk van Massa’s auto en wat rommel op de plek waar Bümi uitviel. Het zal allemaal best. De marshalls gaan de stukken schroot paniekerig te lijf en pas na vier (!) ronden wordt de race weer vrijgegeven.

Button spuit meteen weg bij zijn achtervolgers. De ene na de andere snelste ronde brengt hij op zijn naam. Fattle kan slechts toekijken. Al snel komt hij voor de derde en laatste keer aan de pits. Ditmaal moet hij overstappen naar de hardere banden, waarmee hij de race kan uitrijden, hoewel de banden niet erg snel zijn. Tot overmaat van ramp komt hij ook nog eens in het “verkeer” op de baan.

Webber komt een ronde later binnen voor het voorzorgstopje. De Ferrari’s en McLarens rijden langer door. Op de zachte banden zijn Button en Alonso in staat sneller te rijden dan Fattle, die zich langs Rosberg en Subtiel moet knokken. Koploper is Shoeface, die lang doorrijdt. Fattle moet zijn vroege pitstop uiteindelijk bekopen met het verlies van een plaats aan Alonso. Dat is een beetje het loon van de angst, maar in het geval van Red Bull was het wel begrijpelijk.

Luis verrast vriend en vijand door kort na de pitstops Massa netjes voorbij te rijden. Een inhaalactie met gevolgen, want hij worstelt zich even later ook nog langs Rosberg en blijft Shoeface net voor als die uiteindelijk ook nieuwe banden haalt.

Achterblijvers
Ondertussen staat Alonso zwaar onder druk van Fattle. Hem kan de stand in het kampioenschap weinig schelen. De 25 punten des te meer. Al waren het er maar achttien. Maar vijftien? Dat was toch wat te weinig voor de man die dit hele jaar al zo geweldig in vorm is. Boos is hij dan ook op een achterblijver die zich niet op tijd uit de voeten maakt.

De interessantste gevechten spelen zich af rond plek tien. Een grote groep bolides vecht voor de laatste WK-punten. Co Biaggi, die normaal altijd erg snel is in de slotfase, heeft nu amper banden meer over en wordt ingehaald door Subtiel, die uiteindelijk weer wordt ingerekend door Petjerov en Rosberg. Beter vergaat het Co Biaggi’s teamgenootje Perez, die zich opwerkt naar een fraaie achtste plaats.

Vooraan heeft Button een comfortabele voorsprong op Alonso, als hij in de slotfase ineens tijd verliest. Alonso geeft zijn Ferrari de sporen en loopt razendsnel in. Waren Buttons banden naar de knoppen, of had hij te weinig benzine? Het feit dat hij zijn bolide na afloop meteen naast de baan parkeert, doet vermoeden dat het met dat laatste te maken heeft. Toch is het raar: er was immers een safetycarfase. Misschien was het wel een bewuste tactiek, want als Alonso te dicht nadert, geeft Button weer eens flink gas en vergroot zijn voorsprong weer.

Wel krijgt hij een paar bochten voor de finish de schrik van zijn leven als een trage hrt (sorry, een pleonasme) opeens voor hem opduikt en hij er maar net langs kan. Een paar bochten verderop ligt de finish en die passeert hij als eerste voor de 53e keer. Fattle komt vlak daarna als derde aan de finish en is wereldkampioen. Man van de race is echter Alonso, die optimaal gebruik had gemaakt van de mogelijkheden die zijn bolide hem bood. Het leek alsof hij minder last had van bandenslijtage, terwijl hij desondanks een goed tempo had op de harde band. Webber wordt toch nog mooi vierde, Luis vijfde en Shoeface blijft Massa voor. Superdebutant Perez pakt een zeer sterke achtste plaats, voor Petjerov en Rosberg.

Spraakzaam
Na afloop lijkt Fattle niet heel blij te zijn met het behalen van de titel. Een zege had hem meer plezier verschaft. Rare jongens, die Duitsers. Hij maakte het weer een beetje goed door bij de persconferentie een heel lang lulverhaal te houden, waarin hij iedereen bedankte behalve de man waaraan hij zijn succes echt te danken had: Adrian Newey. Racewinnaar Button was minder spraakzaam. Hij had graag geruild met die snotneus aan zijn linkerhand: hij had wel liever de wereldtitel gewonnen dan de race. Bovendien kon hij het niet nalaten om Fattle nog eens te vragen naar zijn gedrag bij de start. Fattle deed alsof hij Oost-Indisch doof was, of hij dacht serieus dat Button het over de herstart had. Na afloop haalde Massa weer eens uit naar Luis, die ditmaal een nederige houding had aangenomen en daarmee in ieder geval heel wat sympathieker door overkwam dan in eerder dit jaar. Zo zie je maar weer: hoewel de titel al lang vergeven is, strijden de overige coureurs op het scherpst van de snede om de resterende pepernoten. Met nog vier races te gaan is de strijd om de tweede plaats in het rijderkampioenschap volledig open. Fattle kan de komende races echter vrijuit rijden. Hoeveel dagsuccessen zal hij zijn tegenstanders gunnen?

Een dagje Enschede

Open Rapidtoernooi Dr. Max Euwe

Hoe vier je een academische mijlpaal? Door de dag erna aan een rapidtoernooi mee te doen! Zo zal Ewood wel hebben gedacht. Nadat hij eindelijk (mag ik "eindelijk" zeggen?) zijn propedeuse had gehaald, wilde hij graag als clubkampioen schitteren in het rapidtoernooi, waar ook leuke geldprijzen waren te verdienen.

De propedeuse-uitreiking komt op de UT slechts één keer per jaar voor, had ik begrepen. Terwijl ik met de trein bijna in Enschede was aangekomen, probeerden Ewood en Jean Loulou van de campus af te komen, samen met de (families van de) andere studenten. Toen dat eindelijk gelukt was, werd ik van het station geplukt en gingen we een hapje eten. Vervolgens gingen we weer naar de campus, waar Loulou ons bij Ewoods appartement afzette.

Die avond zaten we een beetje naar de slechte wedstrijd van het Nederlands Elftal te kijken. Vervolgens gingen we proberen te slapen en dat ging ons niet goed af. Ik had het idee drie seconden te hebben geslapen, Ewood dacht twee seconden te hebben geslapen tot de wekker ging. Hij klaagde over een vreemde entiteit die bij hem op de grond sliep...

Het toernooi werd bij DGT (bekend van de externecompetitiewedstrijd tegen Dr. Max Euwe van vorig jaar) gespeeld. Hoewel de campus eigenlijk aan dezelfde weg zit, was het toch te ver lopen, dus namen we de bus. Ik hoopte nog genoeg saldo te hebben op mijn OV-Chipkaart, maar in de bus werd het ding ongeldig verklaard. Dus moest ik maar dokken. Bleek het ineens € 2,20 te kosten en dat had ik niet contant. Gelukkig kon Ewood bijspringen, zodat de niet al te vrolijke buschauffeur eindelijk kon vertrekken.

Het toernooi ging eigenlijk nog wel voorspoedig. In de eerste twee ronden versloeg ik twee kneuzen (mag ik "kneuzen" zeggen?), maar daarna ging het mis. Eerst redde ik een halfje uit een verloren stelling tegen Kambiz Sekandar, daarna verloor ik weer eens van Tim. In een slappe Philidor kwam ik voor m'n gevoel goed te staan, maar mogelijk deed ik te weinig profylactische zetjes, waardoor hij ineens m'n e-pion won. Ik probeerde nog wat terug te doen, maar daarbij schoot ik vooral mezelf in de voet. Ewood had in diezelfde ronden ook een inzinking: hij verloor twee keer.

Gelukkig sloten we het toernooi af met drie overwinningen. Ik bofte dat ik in de laatste twee ronden wit had. Tegen Renze Rietveld kwam ik in een Siciliaan (!) wel lekker te staan. Hij probeerde met ...g5 f2-f4 te voorkomen, maar toen die zet even later toch kwam, had ik een sterke aanval. Ik schaam me een beetje dat ik de partij uiteindelijk op tijd won in een onduidelijke stelling. Het zal de spanning wel zijn geweest, want met vijf tegen één minuut en een prima stelling zat ik behoorlijk te klooien. Gelukkig won ik wel en werd ik met 5½ uit 7 gedeeld tweede achter Tim. Ik eindigde gelijk met drie andere spelers, waaronder Floris van Assendelft, die in de vijfde ronde verrassend (snel) had verloren van Sekandar. Daardoor werd de prijzenpot gedeeld door vier personen, wat ons ieder 25 euri opleverde. Toch een leuke beloning voor de moeite.

Clubkampioen Ewood eindigde nog op 5 uit 7. Het viel hem niet eens tegen, hoewel de prijzen aan zijn neus voorbij gingen. Wel was hij verbaasd dat ik ondanks zijn eindsprint nog boven 'm was geëindigd. :P De Dr. Max Euwe-spelers gingen na afloop nog uit eten en ze nodigden ons er ook voor uit. Ewood sloeg het aanbod af; hij ging weer richting zijn eigen kamertje en ik ging weer met de trein naar het westen. Op het station gingen we een frietje halen, waarna ik nog precies op tijd was voor de trein. Het schaaksuccesje had een goede uitwerking op mijn humeur. Hopelijk is hiermee de teleurstellende serie die halverwege het Wenen Open is ontstaan, weer verbroken!

09-10-11

Fattle doet het licht uit

Dit artikel gaat over de GP van Singapore van 25 september jl.

Nog vijf overwinningen moet Button scoren in de overige vijf races. Tegelijkertijd moet hij ervoor zorgen dat Fattle geen punt meer scoort. Alleen dan voorkomt hij dat de jonge Duitser zijn titel prolongeert. Voor de overige titelkandidaten ging het licht wel uit in de nachtrace in Singapore. Op grote achterstand kwamen Webber, Alonso en Luis binnenhobbelen. Zij zullen volgend jaar weer niet met startnummer 1 rondrijden.

Kwalificatie
Op het stratencircuit van Singapore wordt het krachtsverschil tussen de verschillende “merken” genadeloos blootgelegd. In de top tien bezetten vijf teams ieder een startrij. De Red Bulls zijn weer eens dominant. Fattle eist rustig de pole op en Webber kwalificeert zich als tweede. Bij McLaren verslaat Button zijn teamgenootje, die een lekke band krijgt en daarom in de beslissende sessie slechts één vliegende ronde aflegt. Alonso is vijfde, bijna een seconde sneller dan Massa. De Mercedessen en Force India’s dringen knap door tot Q3. Daarin rijdt alleen Rosberg een rondje. De rest spaart banden.

De Renaults zijn stuitend traag, net als de Toro Rosso’s. Bümi is zijn jonge teammaat dit keer wel duidelijk de baas, terwijl Petjerov Q2 niet eens haalt. Een duidelijk teken dat de gouden bolides totaal niet uit de voeten konden op de vijf kilometer lange piste. Zelfs Senna is tot weinig meer in staat dan wat Hidefeld zou kunnen. Het geeft wel te denken, want in het begin van het seizoen behaalde het team nog twee podiumplaatsen. Co Valainen is maar een seconde trager. Overigens wonnen de andere loserbakken het gevecht tegen de 107-procentlimiet maar net.

Race
Onder gunstige omstandigheden kon Fattle het kampioenschap al binnenhalen als hij zou winnen en zijn directe concurrenten niet in zijn buurt zouden finishen. Luis was al op zo’n achterstand gezet, dat hij bij een overwinning van Fattle hoe dan ook kansloos was. Bij de start gaat ook alles mis voor hem: Webber zoals altijd weer een slechte start en houdt Luis op. Button rukt op naar de tweede plaats en Alonso ziet zich terug op de derde plaats. Webber weet de schade te beperken tot een vierde plaats. Achter hem duwt Massa Rosberg opzij, die de chicane afsnijdt en zijn plaatsje teruggeeft aan de Braziliaan. Luis ziet het voor zijn snufferd gebeuren en laat zich vervolgens ook nog passeren door Shoeface.

Vooraan loopt Fattle meteen gigantisch weg bij Button, die moeite heeft met het rijden met volle tanks. Luis baant zich een weg langs de twee Mercedessen. Met behulp van DRS is het inhalen een peulenschil. Al gauw meldt hij zich achter de Ferrari van Massa. Webber zit in de Ferrari-sandwich. Doordat zijn DRS niet goed werkt, komt hij ook niet snel uit de verdrukking. Pas als Alonso’s banden naar de knoppen gaan, raapt hij al zijn moed bij elkaar om de Spanjaard buitenom te passeren. Alonso gaat meteen naar de pits, net als de Mercedesrijders, die duidelijk last hadden van de hoge bandenslijtage.

De vroege pitstops dwingen de andere toppers om ook over te stappen op nieuwe banden. Massa en Luis komen achter elkaar binnen. Waar Massa harde banden krijgt, krijgt Luis de zachte banden. Eenmaal terug op de baan, komt hij meteen met een optimistische inhaalpoging op de proppen, waarbij hij zijn voorvleugel onhandig stukrijdt op de rechter achterband van de Ferrari. Met een lekke achterband sukkelt de woedende Massa terug naar de pits, terwijl Luis nog een rondje door probeert te rijden zonder voorvleugel. Als hij eindelijk stopt, krijgt hij om de een of andere reden nieuwe banden, waarna hij zich weer naar voren moet zien te werken.

De winnaar van de eerste serie pitstops is Alonso. Hij rijdt weer voor Webber, die na zijn pitstop ook niet erg snel is. Op hetzelfde moment krijgt Luis een drive-throughpenalty. Het licht gaat uit voor de man die op “first name terms” is met de Stewards. Ondertussen doet Truly van zich spreken. Hij heeft nog geen pitstop gemaakt en ligt elfde. Die Resta is om dezelfde reden naar voren gekomen. Hij ligt op een fraaie derde plaats door zijn gok om op de hardere band te starten. Als Alonso hem voorbijrijdt, bezoekt ook hij de monteurs.

Vooraan gebeurt er niet veel, maar in het middenveld proberen Massa en Luis naar voren te komen. Ditmaal komt Luis de Braziliaan wel voorbij, die kort daarna weer nieuwe banden haalt. Datzelfde doet Shoeface. Op nieuwe banden is hij loeisnel, al ligt hij ver achter de koplopers. Wel moet het genoeg zijn om verder te komen in de subtop. De Force India van Subtiel is het voornaamste doelwit, nadat hij zijn snellere teamgenootje had laten passeren. Rosberg jaagt fanatiek op zijn landgenoot, maar komt in de laatste bocht naast de ideale lijn terecht en verliest veel snelheid. Perez ziet zijn kans schoon en haalt de Mercedes in. Rosberg gaat meteen in de tegenaanval en beslecht het duel dankzij een flinke por in zijn voordeel. Vervolgens krijgt Perez het aan de stok met Shoeface. Die duikt er als een jonge hond op af en wordt verrast door het snelheidsverschil. Het resultaat: Shoeface wordt gelanceerd en komt met een behoorlijke vaart tegen de muur tot stilstand.

Verkeer stopt Button
Het ongeluk zorgt voor een safetycarperiode. Shoeface blijkt ongedeerd te zijn en terwijl zijn wrak wordt weggesleept, komen de koplopers binnen voor hun derde setje banden. Als de race na enkele ronden wordt vrijgegeven, is er nog bijna een halve race te gaan. In tegenstelling tot de rest, heeft Fattle geen last van de achterblijvers en daardoor bouwt hij meteen weer een grote voorsprong op. Als Button eindelijk voorbij de tragere deelnemers is, kijkt hij tegen een achterstand aan van tien seconden, ongeveer de helft van wat het was voor de safetycar. Ondertussen ontdoet Webber zich definitief van Alonso.

Verder achter in het veld vliegt Luis voorbij de Force India’s en Rosberg, waardoor hij op de vijfde plek komt te liggen. Ook hij kijkt tegen een grote achterstand aan, maar kon hij het gat met Alonso nog dichtrijden? Vooraan maakt Fattle zich een beetje zorgen om Button. Zou de Brit nog een pitstop moeten maken, of kon hij de race uitrijden met deze banden? Met nog een kwart wedstrijd te gaan, komt Webber voor de derde keer bij zijn team op bezoek. Hij keert terug tot vlak achter Luis. Hoe zou Luis de rol als verdedigende partij bevallen, na wat hem vorig jaar gebeurde? Van enige tegenstand is echter geen sprake. Luis’ banden zijn erg ver heen en na een langzame ronde, komt ook hij binnen voor nieuwe banden. Ondertussen is Button ook gestopt, waardoor Fattle een ronde later met een gerust hart hetzelfde kan doen.

Tot dat moment is Co Valainen, die bij zijn pitstop roekeloos wordt weggestuurd door zijn team, de enige die Fattle bang kan maken. Een paar ronden later blaast teamgenoot Truly zijn motor op. Kon iemand Fattle nog tegenhouden? Terwijl Luis het door de pitstop verloren terrein terugwint, beginnen Fattles rondetijden in te storten. Hij verliest ineens twee seconden per ronde op Button, die Webber al op grote achterstand heeft gezet. In de slotfase gaat hij er goed voor zitten. Fattle moet zich nog langs een hele kluit achterblijvers zien te werken en dat kost hem zichtbaar moeite.

Button ziet het handenwrijvend aan, maar ook hij moet de slakken nog voorbij. Hij heeft de pech dat de Williamscoureurs net op dat moment met elkaar in gevecht zijn. Als die zijn uitgevochten, is Buttons achterstand met twee volle seconden gegroeid en moet er een wonder gebeuren, wil hij de race nog kunnen winnen.

In de laatste ronden gebeurt er nog genoeg. Zo gooit Alguersuari, die ditmaal niet alleen zijn kwalificatie, maar ook zijn race opofferde, zijn wagen in de muur. De safetycar komt gelukkig niet op de baan. Daardoor moet Fattle in de laatste ronde opnieuw een groep bolides inhalen. Dat zijn niet de minsten: achtereenvolgens worden Perez, Massa, Subtiel en Rosberg op een ronde gezet. Zij komen desondanks nog in de punten. Button weet het gat nog bijna te dichten, al komt hij aan de finish nog anderhalve seconde tekort om het kampioenschap nog een heel klein beetje spannend te houden.

Op een halve minuut achterstand kwam teamgenoot Webber aan de finish. Alonso werd op bijna een minuut achterstand als vierde, terwijl Luis niet verder kwam dan een vijfde plaats, wat gezien zijn snelheid teleurstellend was, maar gezien zijn tegenslag wel vrij normaal. Die Resta haalde een erg knappe zesde plaats binnen, nog net in dezelfde ronde als de leider. De rest was op een ronde of meer achterstand gezet. Treffender kan de dominantie van de topteams over de rest niet in kaart gebracht worden. Des te opmerkelijker is Fattles dominantie. Alleen door een wonder wordt hij over twee weken in Japan geen kampioen.

Stand
In de strijd om de vijfde plaats in het constructeurkampioenschap deed Force India goede zaken. In deze vorm zal Renault nog moeten vrezen. Of Renault dit jaar nog punten gaat scoren, is na deze race twijfelachtig. Petjerov presteerde het om nog achter de Lotus van Co Valainen te finishen. Senna deed het met een vijftiende plek nauwelijks beter. Ook Sauber is de laatste tijd niet erg goed op dreef. Gelukkig pakte Perez nog een puntje, want Co Biaggi viel in de kwalificatie alleen op door zijn domme crash en in de race als-ie de leiders in de weg zat. Doordat Toro Rosso ook een weekend had om snel te vergeten, is de zevende plaats in het constructeurkampioenschap nog niet meteen in gevaar. Williams grijpt het hele jaar al net naast de punten. Ditmaal was het met een elfde (Pastoor) en dertiende (Barrichello) plaats niet anders.

Valse start BSG

De externecompetitiewedstrijd van 17 september jl. tegen Groningen zal ons nog lang heugen. Bij gebrek aan een beter medium, heb ik destijds een verslag op de BSG-site gezet.

De KNSB-competitie is weer begonnen! Na twee jaar ploeteren in de eerste klasse, mocht BSG het weer een keer in de meesterklasse proberen. Plankenkoorts? Een slechte dag? Sterke tegenstanders? Feit was dat BSG er helemaal niets van bakte tegen Groningen. Twee bordpunten was het schamele resultaat van 400 kilometer reizen. Kortom: BSG is ook nu weer degradatiekandidaat numero 1.

De laatste jaren heeft BSG een mooie achtbaanrit door de KNSB-competitie gemaakt. Twee jaar speelde het team in de tweede klasse, om vervolgens in twee seizoenen tijd naar de meesterklasse te stijgen. Sindsdien jojoot het team een beetje heen en weer tussen de twee hoogste klassen van de competitie. Waar de jaren in de eerste klasse zeer succesvol waren, was het jaar in de meesterklasse een sportief dieptepunt.

Sindsdien is er echter veel veranderd. De tieners en twintigers van destijds zijn aanzienlijk sterker geworden. Als klap op de vuurpijl werden in de tussentijd versterkingen als Alexander Berelowitsch en Robert Ris aangetrokken. Tegelijkertijd werd de meesterklasse een stuk zwakker. Sponsors trokken zich terug, waarna een groot aantal sterke spelers een andere club vond. Vreemd genoeg fungeerden vooral de lagere klassen als een “sterkespelersmagneet”. Goede voorbeelden van teams die zich hebben versterkt met weggelopen meesterklassers zijn de “eersteklassers” En Passant en De Kennemer Combinatie. Zij hebben de mogelijkheden om volgend jaar alweer in de meesterklasse te spelen. Kortom: BSG was net op tijd gepromoveerd, want in de huidige eerste klasses zou promoveren misschien nog wel lastiger worden dan niet degraderen uit de meesterklasse.

Niet degraderen is natuurlijk het doel voor dit seizoen. Heel onrealistisch is het niet: van BSG mag dit seizoen natuurlijk meer verwacht worden dan drie seizoenen geleden. De uitwedstrijd tegen Groningen was de eerste test voor het nieuwe BSG. Bang voor een dikke nederlaag als toen, hoefden we niet te zijn. Een gelijkspelletje zou niet eens zo vreemd zijn, gezien het geringe ratingverschil.

Toch kreeg BSG een week voor de wedstrijd een tegenvaller te verwerken. Robert Ris bleek in Amstelveen vooruit te hebben gespeeld tegen Sipke Ernst en had het punt aan zijn tegenstander moeten laten. Gelukkig had BSG nog wel alle kansen om op de overige negen borden wat terug te doen.

Een eindeloze polderweg voerde de overige acht Nederlandse BSG’ers naar het noorden des lands. Onderweg waren er de nodige positiewisselingen te bespeuren tussen de drie auto’s. Edwin Baart reed voorop, maar een pitstop wierp hem terug, waardoor FM Henk ruim op tijd als eerste op de parkeerplaats kwam. Het vinden van het juiste adres was dus geen probleem.

Voor de speellocatie moesten we echter niet bij de hoofdingang zijn, zo wees een wat knorrige portier. We moesten aan de andere kant zijn van de loods. Terwijl we zochten, kwam Edwin Baart aanrijden en hij parkeerde zijn auto aan de andere kant van het parkeerterrein, vlak bij de speelzaal. De speelzaal was vervolgens snel gevonden. Leon Pliester kwam als laatste aan. Hij trof echter geen portier meer aan, maar na enig zoekwerk wisten hij en Frans Borm de speelzaal ook te vinden.

Groningen speelde voor de verandering in het gebouw van arbeidsontwikkelingsbedrijf Iederz, een soort naar ziekenhuis ruikende loods met een kantine. Een pluspunt ten opzichte van het café waar we drie jaar geleden speelden, waren de prullenbakken. Het deed me in ieder geval denken aan de schuurtjes waar we in onze tijd als tweedeklasser nog in speelden. Met de wedstrijd Groningen 2 tegen Hardenberg herleefden de oude tijden weer. Destijds waren dat de kwelgeesten van BSG, nu waren beide ploegen weggezakt naar de derde klasse. Het toont aan hoe hoog BSG tegenwoordig speelt, maar als de eerste wedstrijd van het seizoen maatgevend is, is die luxepositie geen lang leven beschoren.

Wedstrijd
Dat brengt me dan toch bij de wedstrijd. Groningen had zich ten opzichte van hun basistiental versterkt met Sergei Tiviakov en Christofoor Baljon. Dat ging ten koste van Davit Lobzhanidze en Joost Wempe. Al met al schoot Groningen er ratingtechnisch niet heel veel mee op. BSG speelde wel met het basisteam, dat ook nog eens bijna op ratingvolgorde over de borden werd verdeeld. Groningen hanteerde een andere tactiek: hun grootmeesters speelden op de hoogste witborden. Dat zou al bijna genoeg kansen moeten geven om de voorsprong te consolideren. Als de zwartborden af en toe de poort zouden dichthouden, was het gedaan met BSG. Uiteindelijk pakte de Groningse tactiek geweldig uit. Laat ik de borden maar stuk voor stuk aflopen:

Op het eerste bord had Robert Ris dus al verloren. Op het tweede bord kreeg Berelowitsch Tiviakov tegenover zich. In een lange manoeuvreerpartij ging hij uiteindelijk ten onder. Onze grootmeester had het erover dat hij wits Td1 had onderschat, waarna de problemen hem boven het hoofd groeiden. Op bord 3 speelde Large tegen de rots van Buffalo, ofwel Erik Hoeksema. De afgelopen jaren is Large enorm vooruitgegaan. Inmiddels heeft hij twee IM-normen en twee NJK-titels achter zijn naam staan. In dat licht bezien was zijn remise ook wat teleurstellend. Na in de opening een kans op voordeel te hebben gemist, accepteerde hij in een wat mindere stelling graag de remise.

Leon Pliester was het langst bezig. Tegen Jan Werle keepte hij lange tijd een eindspel met een pion minder. Onuitputtelijk was hij met zijn gepointeerde verdediging. Helaas ging hij na bijna zes uur spelen toch in de fout, waardoor alle moeite alsnog voor niets was geweest.

Ton van der Heijden had een offday. Misschien was het een openbaring van het post-titelsyndroom, waar Leon Pliester alles van afweet. Want zijn eerste partij na het doorbreken van de 2300-grens, waardoor hij het recht heeft om de FM-titel aan te vragen, was niet veel soeps. Al snel kon zijn tegenstander aan een welverdiende vin blanc. Henk van der Poel speelde tegen de sterke Daan Brandenburg. In een c3-Siciliaan koos hij naar eigen zeggen het verkeerde plan, waarna hij werd opgebracht en Brandenburg een schoonheidsprijs rijker werd.

Ging er dan ook nog iets naar wens? Jawel! Ewood, die onlangs nog in Wenen een IM-norm scoorde, redde de eer van BSG met een krachtige overwinning. Daarmee doorbreekt ook hij de 2300-grens en dat was het enige lichtpuntje op deze regenachtige dag. De rest van het team ging echter door met prutsen. Zo werd Lenaard opnieuw door de teamleiders aan Iozefina Paulet gekoppeld. Jan Werle zal jaloers hebben toegekeken. Toch kreeg hij ook nu weer een nul te slikken, hoewel de partij spannender was dan het eindresultaat doet vermoeden. Helaas deden de onhandige beslissingen in tijdnood hem de das om.
Frans Borm bereikte een wat beter eindspel, maar meer dan dat werd het ook niet. Ondergetekende mocht aan het laatste bord de Bussumse eer verdedigen en deed dat niet met verve. In een suffe opening dacht hij lang na voor slechte zetten. Net toen hij dacht weer een beetje in de partij te zitten, miste hij een tussenzet, waarna echt niets hem meer kon redden. In de resterende uren speelde hij met de gedachte om zijn schaakbord aan de wilgen te hangen.

Vooruitzicht
Al met al verloor BSG met maar liefst 8-2, precies dezelfde score als drie jaar geleden in Groningen. Daarmee was de competitiestart net zo slecht als die van drie jaar geleden, toen LSG met dezelfde cijfers te sterk was. Het feit dat het huidige BSG bijna 100 elopunten sterker is dan toen, maakt deze nederlaag alleen nog gênanter. Destijds luidde die flater in de openingswedstrijd een loodzwaar jaar in, waarin iedere wedstrijd een gevecht was om enkele bordpuntjes bij elkaar te scharrelen. Hopelijk is BSG dat lot dit jaar niet weer beschoren, maar dan zullen de volgende acht wedstrijden veel beter gaan, wil het jubileumjaar niet al zijn glans verliezen.

De middag werd gelukkig nog afgesloten met een vrolijke noot van Ynte Visser, die vertelde dat hij eindelijk zijn roeping had gevonden: als jeugdtrainer haalt hij tegenwoordig zijn vreugde uit de prestaties van zijn pupillen. Misschien dat zo'n carrièreswitch ook wat was voor ondergetekende? Hij had er in de speelzaal misschien zelfs achter kunnen komen... Dat zijn "pupil" de enige BSG'er was die won, was in dat opzicht bemoedigend.

Tijdens de afsluitende teammaaltijd werden de vele nederlagen weggedronken. Er verschenen voor de verandering geen analysebordjes op tafel. Het ging over veel vrolijkere onderwerpen dan schaken, zoals de schuldencrisis in Griekenland en de discalculatie van Mark Rutte. De volgende wedstrijd is gelukkig nog ver weg.

Groningen (2347) - BSG (2317) 8-2
1. Sipke Ernst g (2584) - Robert Ris m (2386) 1-0
2. Sergei Tiviakov g (2629) - Aleksander Berelowitsch g (2564) 1-0
3. Erik Hoeksema m (2347) - Lars Ootes (2375) ½-½
4. Jan Werle g (2539) - Leon Pliester m (2381) 1-0
5. Michael Riemens (2216) - Ton van der Heijden (2289) 1-0
6. Daan Brandenburg g (2525) - Henk van der Poel f (2259) 1-0
7. Joop Houtman f (2183) - Ewoud de Groote (2286) 0-1
8. Iozefina Paulet wg (2305) - Lennart Ootes (2209) 1-0
9. Christofoor Baljon (2114) - Frans Borm m (2283) ½-½
10. Alexander van Pelt (2028) - Jesper de Groote (2137) 1-0

Fattle op topsnelheid naar het kampioenschap

Op 11 september werd de GP van Italië verreden. Hierbij alsnog het verslag van deze race!

Het zou niet gemakkelijk worden voor het team van Red Bull. Het team presteert traditioneel zwak op het hogesnelheidscircuit van Monza. De concurrentie maakte zich op om Fattle nog één keer dit seizoen te verslaan, om de titelstrijd nog een beetje spannend te houden. Het liep anders. Fattle won gemakkelijk, terwijl teamgenoot Webber zichzelf voor schut zette. Button pakte een zwaarbevochten tweede plaats, voor Alonso.

In 2008 presteerde Fattle het onmogelijke door in een Toro Rosso de GP van Italië te winnen. In de stromende regen gaf hij de titelkandidaten het nakijken. Vreemd genoeg lukte het het machtige team van Red Bull niet om die prestatie te evenaren. Een tekort aan topsnelheid was de oorzaak voor hun magere prestaties in 2009 en 2010. De Red Bull is namelijk ontworpen om veel neerwaartse kracht op te wekken, maar dat gaat ten koste van extra luchtweerstand. Monza is waarschijnlijk het enige circuit op de huidige formule 1-kalender waar de Red Bull niet in het voordeel is ten opzichte van hun directe concurrenten. Van Ferrari, dat een thuis-GP reed, kon het nodige worden verwacht, maar de Italianen hebben dit seizoen al zo goed als opgegeven. Meer gevaar kwam van McLaren, dat door Red Bull al tot favoriet werd gebombardeerd.

Kwalificatie
In de kwalificatie blijkt het inderdaad een gevecht te worden tussen de McLarens en Fattle. De Ferrari’s komen veel tekort en Webber is nergens. Zoals altijd rijdt Fattle weer een perfecte kwalificatieronde, in tegenstelling tot zijn concurrenten. Ondanks wat overstuur en een lage topsnelheid blijft hij de McLarens van Luis en Button ruim voor. Alonso is nog vierde, voor Webber en teamgenootje Massa, die de afgelopen races juist sneller was in de kwalificatie. Petjerov is knap zevende, voor de Mercedessen en teamgenootje Senna, die in de laatste kwalificatiesessie zelfs geen rondje rijdt om banden te sparen. Dit tot grote frustratie van Pirelli.

Race
Net als voor zijn thuisrace in Spanje in het begin van het seizoen, staat Alonso vierde. Voor hem staan weer drie “slow starters” en hij ruikt zijn kans schoon: door het gras vliegt hij voorbij de McLarens en Fattle, om zodoende als eerste de eerste bocht in te duiken, net als in Spanje. Briljant gedaan van de Spanjaard. Het zou in ieder geval betekenen dat het geen walk-over zou worden voor Fattle, die door zijn lage topsnelheid kwetsbaar was in de directe gevechten.

Voordat Fattle zich daar zorgen om hoeft te maken, wordt de race echter al geneutraliseerd. In de eerste bocht gaat het achter in het veld volledig mis als Liuzzi met een wiel op het gras rijdt en de auto bij het remmen verliest. Onbestuurbaar glijdt de bolide als een bowlingbal naar de eerste chicane, waar de ongelukkige Petjerov en Rosberg rijden. Zij worden vol in de flank aangereden en kunnen meteen uitstappen. Barrichello is op dat moment ingesloten door de wrakken en kan pas weer verder als de wrakken zijn weggesleept. Het ongeval zorgt in ieder geval voor een safetycarperiode.

Concentratie
Na drie langzame ronden wordt het veld weer vrijgelaten. Fattle zit meteen op de staart van Alonso. Achter hem let Luis niet op en wordt door Shoeface ingehaald. De Duitser rijdt een opmerkelijk goede race. Opmerkelijk, want de race wordt precies tien jaar na de 11-septemberaanslagen verreden. Destijds was Shoeface helemaal van de kook en reed hij een baggerrace in zijn Ferrari met een zwarte neus. Ditmaal profiteert hij van de hoge topsnelheid van zijn Mercedes om een nauwelijks te slechten horde te worden voor zijn achtervolgers.

Vooraan gaat Fattle met een gedurfde manoeuvre buitenom voorbij Alonso. Bij het uitaccelereren van de eerste chicane is hij beduidend sneller dan de Ferrari. Met twee wielen op het gras houdt hij het gas erop en pakt de koppositie. Wie durft er nog te beweren dat Fattle niet kan inhalen? Ironisch genoeg kan Luis, die bekendstaat om zijn talent voor inhalen, dat niet na-apen. Een met hand en tand verdedigende Shoeface blijft hem voor.

Achter Luis rijden Massa en Webber. Net als zijn teamgenootje probeert Webber de Ferrari te passeren. In de eerste chicane knalt hij er echter bovenop. Massa gaat achterstevoren en Webber verspeelt zijn voorvleugel. In zijn haast de auto naar de pits terug te brengen, remt hij veel te laat voor de laatste bocht en crasht. Het was een passend einde van een slecht weekend. Het was tevens de eerste uitvalbeurt van een Red Bull-rijder van dit seizoen. Kortom: Webber had veel uit te leggen.

Wie houdt Fattle tegen?
Door het ongeval komt Button, die een krankzinnig slechte start heeft gemaakt, weer terug op de vijfde plaats. Vooraan is Fattle bij Alonso weggereden. Alonso loopt op zijn beurt mondjesmaat uit op de vechtersbazen Shoeface en Luis. Button zit daar weer een eindje achter, maar hij loopt wel in. Het was duidelijk dat als de McLarens Fattle nog wilden bedreigen, ze snel voorbij Shoeface moesten zien te komen.

Hoe hoog Shoeface’ topsnelheid is, blijkt wel als Luis er zelfs in de slipstream en met behulp van het DRS-systeem niet voorbijkomt. Wel moet Shoeface al zijn trucs uit de kast halen om zijn jongere rivaal achter zich te houden. Toch is het leuk: eindelijk een gevecht tussen de man die in 2006 zijn afscheid aankondigde en de man die in 2007 zijn debuut maakte. Eén keer slaagt Luis erin de Duitser in te halen, maar op het volgende rechte stuk is hij kansloos op de tegenaanval. Een paar ronden later zitten beide McLarens in het kielzog van de Mercedes. Shoeface duwt Luis op het gras. Die “move” wordt uiteindelijk zijn ondergang: Button profiteert en passeert zijn teammaat. Bijna direct erna vliegt hij Shoeface aan het eind van een recht stuk buitenom voorbij. Waarom lukte hem dat wel? Buttons topsnelheid was wat hoger dan die van Luis.

Shoeface gaat direct naar de pits, klagend over versleten achterbanden. Button stopt een ronde later en blijft de Duitser voor. Luis slaagt daar niet in. Hij moet dus nog steeds voorbij de Mercedes zien te komen. Alonso stopt even later ook en Fattle besluit dat ook te doen. Hij rijdt controlerend. Massa rijdt wat langer door, maar na zijn stop is de volgorde vooraan weer hetzelfde.

Dat de McLarens snel zijn, blijkt ook nu weer. Luis weet zich na veel moeite voorbij Shoeface te knokken, terwijl Button inloopt op Alonso. Hij houdt zich rustig en wacht op de tweede serie pitstops. De verplichte overstap op de harde band is in het voordeel voor de McLaren-coureur. Kort na de pitstops gaat Button Alonso eenvoudig voorbij, waardoor hij de tweede plaats veiligstelt.

Vooraan consolideert Fattle een voorsprong van zo’n vijftien seconden. Zonder enige tegenstand wint hij de Italiaanse GP. Button wordt tweede en Alonso moet zich in de laatste ronde Luis van het lijf houden. Shoeface pakt een vijfde plaats, wat het maximale resultaat voor hem was, gezien zijn snelheid. Massa wordt zesde. Alguersuari pakt weer een zevende plaats na een beroerde kwalificatie, voor Die Resta, Senna en zijn beter gekwalificeerde teamgenootje Bümi.

WK-stand
Door de resultaten kan Fattle over twee weken al kampioen worden. Alonso rukte op naar een tweede plaats in het kampioenschap, ten koste van Webber. Wel kijkt hij tegen een achterstand van ruim honderd punten aan. Zelfs op de circuits die de Red Bull niet zouden moeten liggen, is Fattle een klasse apart. Eén troost: in 2012 kan het alleen nog maar spannender worden.

Fietsvakantie

Het is alweer een poosje geleden, maar ik vond dat ik (nu ik deze weblog heb) niet onder een artikel over de fietsvakantie uit kon komen. Ik had al een aantal foto's geplaatst op Facebook. Die ga ik niet nogmaals publiceren, nee, ik ga proberen een samenvatting te geven van de vierdaagse fietstocht.

Het idee voor de fietsvakantie ontstond vlak voor de zomervakantie. Rolex wilde graag op vakantie, om daar van een aantal rodelbanen af te glijden. Hij vond dat ik dat ook eens moest hebben ervaren. ;) Daar kon ik niks tegen inbrengen. Al snel hadden we een traject uitgestippeld. Met de trein (en bus) en de fiets zouden we van de ene rodelbaan naar de andere rijden. Het hele idee sprak mij wel aan, vooral omdat we langs het circuit Spa-Francorchamps zouden gaan en omdat we het Veldwerk Limburg zouden herbeleven. Ook wilde ik wel zien wat je met behulp van het openbaar vervoer en je eigen spierkracht kon afleggen. Bovendien leek het me (vanuit geologisch perspectief) een interessant gebied om in te fietsen. Wel wist ik (na mijn avonturen in Limburg) dat het zwaar zou worden.

Maandag 29-08
Vroeg in de ochtend vertrokken we naar het station. Een flinke treinreis zou ons via Limburg naar Duitsland brengen. Voor het zover was, kreeg ik problemen met de fietstassen. Ik had de dingen voor m'n verjaardag gekregen, speciaal voor deze reis. Toen ze leeg waren, gaven ze geen problemen, maar nu ik ze had gevuld met m'n bagage, kwamen ze steeds tussen m'n spaken. Dat rijdt inderdaad niet erg lekker. Al na twee bochten wurmde Rolex zich in allerlei bochten om de tassen beter vast te zetten. We haalden Naarden-Bussum, waar we onder het spoor door moesten met de fietsen. In de trein was ook niet al te veel plek voor de fietsen. Net toen we een plekje hadden gevonden, schudde de trein heen en weer door een wissel en meende ik een onheilspellend geluid te horen. Jawel: er was een fiets van ons omgevallen. Toen we het ding wat beter hadden verankerd, had iemand anders onze zitplaatsen ingenomen. :(

Op Utrecht Centraal moesten we overstappen. Op de een of andere manier had iedereen haast om eruit te komen en werd er flink tegen m'n fiets geduwd. Weer zat m'n tas tussen de spaken... Op het traject naar Duitsland zaten we naast het fietsenrek, bij een moeder en haar kindje. De twee uur durende reis duurde zo wel erg lang... We moesten er in Aken volgens mij uit, zij waren er al wat eerder uit. ;)

Op het station ging Rolex op zoek naar een goede kaart van het gebied. Het was de bedoeling om met de bus richting Monschau te gaan, waar we zouden overnachten. Terwijl we door de stad fietsten, op zoek naar een bushalte, ging die verdraaide fietstas voor de zoveelste keer tussen de spaken. Rolex stelde voor om te kijken of we het probleem konden oplossen. Het idee was om een klein koffertje met behulp van bagageriemen ("spinnen") vast te binden op de bagagedrager. Het was een groot succes: de koffer bleef zitten en al m'n spullen pasten erin.

Vervolgens gingen we met de bus. Helaas waren de bussen niet gebouwd op fietsen. Toch konden we meerijden en terwijl Rolex het geld zat uit te tellen, raakte hij aan de praat met een vriendelijke meneer. Achter het stuur zat een Michael Schumacher-kloon, die als een maniak door het heuvelachtige gebied reed. Rolex was blij: door de bus te nemen, zouden we een heleboel vervelende heuvels skippen. Dat goede gevoel veranderde plotsklaps, toen de buschauffeur omriep dat de fietsers moesten overstappen. Gauw probeerden we de fietsen door het nauwe gangpad te krijgen, waarna we in de bus stapten die voor ons was geparkeerd.

Al gauw bleek dat we eigenlijk helemaal niet hadden moeten overstappen. We moesten weer uitstappen, omdat deze bus toch maar weer mooi de verkeerde kant (voor ons) op ging. Helaas nam het verhaal toen een treurige wending. Rolex zocht al zijn tassen door, maar hij kon zijn mobiele telefoon niet vinden. Hij rende dus gauw naar de bus, die nog steeds wachtte. Helaas lag zijn telefoon er niet. Dat betekende dat het apparaat nog in de andere bus lag. Even later was er nog meer slecht nieuws: de bus die wel de goede kant op ging, zat propvol en er was geen plaats voor onze fietsen. Dus moesten we zelf maar aan de bak. Ik kon er wel mee leven, want fietsen, daar kwamen we toch voor?

Na een barre fietstocht kwamen we uiteindelijk toch aan in Monschau. Onze jeugdherberg lag in het dal en via een enorm lange daling kwamen we dan toch in het dorpscentrum aan. Daar moesten we weer omhoog. De jeugdherberg, een mooi kasteel, was nog best lastig te vinden. Eenmaal aangekomen wist Rolex voor elkaar te krijgen dat we nog een lekker maaltje kregen. Verder probeerde hij via de jeugdherberg zijn telefoontje terug te krijgen. De chauffeur had het ding gevonden, dat was dus goed nieuws, maar desondanks zou het nog een hele klus worden om het ding terug te krijgen.

Dinsdag 30-08
Nog steeds was Rolex druk bezig om zijn telefoon terug te krijgen. Terwijl we naar de plaatselijke rodelbaan togen, werd de jeugdherberg gebeld door de chauffeur. Het behulpzame jeugdherbergpersoneel had echter ingestemd met het verzoek van de chauffeur om Rolex het mobieltje de dag erna te laten ophalen bij een bushalte, maar dat viel niet te rijmen met ons drukke reisschema. Rolex kon zijn oren ook niet echt geloven toen hij het hoorde.

Het was een eindje lopen naar de rodelbaan. Om tijd te winnen, besloot Rolex om een stuk af te snijden. Daardoor liepen we dwars door een soort weiland. De koeien keken ons een beetje stom aan. Gelukkig was er geen stier in de buurt. Bovenaan de heuvel was de ingang van de rodelbaan. Ondanks dat het ding in the middle of nowhere lag, zoefden er wel mensen naar beneden. Voorzichtig deed ik een "run" achter Rolex aan. Hij wilde nog wel een keer en het leek me wel een goed idee als hij een filmpje maakte van zijn stuurmanskunsten, zodat ik er wat van kon leren. Helaas had ik de camera in de fotostand aangeleverd, waardoor het filmpje een beetje in de soep liep. Zo kon ik er ook niet echt iets van leren, maar dat werd weer gecompenseerd door de aardwetenschappelijke kennis waarmee hij op de terugweg strooide.

We kwamen weer terug bij de jeugdherberg en nu was het de bedoeling om naar het plaatsje Malmedy te fietsen, voordat de nacht zou invallen. Doordat Rolex met zijn andere telefoon een vriend bijstond, deden we toch nog best lang over het venijnige stuk. Gelukkig waren de dertig kilometer uiteindelijk verdwenen en konden we in de volgende jeugdherberg uitrusten. Omdat we na de vakantiepiek kwamen, was het erg rustig en kregen we een achtpersoonskamer toegewezen. Naast ons was er alleen nog een oude man op de kamer. Het avondeten zat niet bij de prijs inbegrepen. Gelukkig was het maar een klein eindje rijden naar het stadscentrum, waar we voor niet al te veel geld konden eten.

Woensdag 31-08
Het werd een lange dag, de woensdag. Eerst gingen we naar de beroemde watervallen van Coo. We zetten de fietsen bij een kerkje neer, waarna we naar Plopsaland (ja ja) gingen. Ineens besefte ik dat dat Kufnun-filmpje met Samson en Geert echt ergens over ging. In het park waren die gare liedjes van Samson en Gert in het Frans nagesynchroniseerd. Daar sta je dan als 25-jarige tussen al die kindertjes en hun ouders. Het doel van het bezoek was om van de plaatselijke rodelbaan af te glijden. We gingen in een rij staan voor een onheilspellend hoge kabelbaan. Uiteindelijk bleek dat deze kabelbaan helemaal niet naar de rodelbaan ging, maar naar een of andere stomme toren. Terwijl ik angstig met m'n pootjes boven de steile helling hing, bleek dus dat het helemaal niet had gehoeven. Bovendien moesten we ook weer terug.

Na in de toren een paar foto's te hebben gemaakt van de omgeving, besloten we stiekem af te dalen. Dat was nog niet zo makkelijk, zo steil was de helling. Bovendien maakten de bladeren het af en toe behoorlijk glad. Gelukkig wist Rolex te vertellen dat je in zo'n geval het beste via de "oksel" van de heuvel kon afdalen. Uiteindelijk hadden we de afdaling van tweehonderd meter in iets van een uur afgelegd, daarbij nog een spoorweg overstekend.

De rodelbaan werd even later ook gevonden. Helaas was onze pretparkkaart al voor een groot gedeelte afgekruist door het mislukte kabelbaanavontuur. De 25 euro kostende kaart had niet meer genoeg lege vakjes om voor ons allebei een keertje van die rodelbaan af te glijden. In zijn beste Frans (en dat is best wat) probeerde Rolex de absurde situatie uit te leggen. Degene die onze kaartjes moest controleren, een jongen van ongeveer mijn leeftijd, zag er niet uit als iemand die daar in ging trappen. Maar hij vond het prima. Als we die kaart maar meteen weg zouden gooien. Zo zie je maar weer: Fransen zijn best aardig. Als je maar Frans praat...

Het glijden was ook nu weer een succes en zelfs onze fietsen stonden er nog. Wel kwam er nu een echte beproeving: we moesten in totaal zo'n 2 à 300 meter klimmen. Voor Rolex was dat niet zo'n probleem, ondergetekende had er meer moeite mee. De alsmaar stijgende weg deed hem de moed in de schoenen zinken. Rolex had daarentegen nog energie over. Hij was zelfs bereid om als locomotief te fungeren voor Behirder, die soms amper meer vooruit kwam. Ook was hij uitgeput van de lange reis en wilde hij wel iets eten/drinken. De prijzen in Plopsaland vonden we te duur, maar de gehuchten die we tegenkwamen hadden niks, dus zeker geen supermarkt. Dat werd dus afzien.

Uiteindelijk bereikten we dan toch de top van de heuvel, ofwel: Francorchamps, waar we ons sterk konden eten. Het circuit lag echter weer lager, dus konden we weer naar beneden. Eerst kwamen we uit bij Hotel La Source (bekend van de eerste bocht van het circuit), later vonden we een betere ingang. Via een camping daalden we af naar een parkeerplaats. Helaas was er geen rondleiding over het circuit, juist omdat de Grand Prix drie dagen voor ons bezoek was verreden. De grappen dat we drie dagen te laat waren gekomen, waren niet van de lucht.

Zelf wilde ik nog wel een kijkje nemen langs het circuit. Helaas gooide een onverklaarbaar gebrek aan richtingsgevoel roet in het eten. In plaats van dat we ergens bij het circuit uitkwamen, kwamen we nu bij een veldje met uitzicht op het circuit. Dat leverde mooie foto's op, al begreep ik niet waar we nou precies zaten. Thuis kwam ik erachter dat we helemaal verkeerd waren gefietst en dat het eigenlijk een wonder was dat we nog een glimp van het circuit konden opvangen, hoewel ik dat toen niet meer dan logisch vond...

Na de foto's van het circuit te hebben gemaakt, reden we naar het andere plaatsje waar het circuit zijn naam aan ontleent: Spa. We gingen alleen maar bergafwaarts. Zonder te trappen reed ik een tempo dat de auto's maar lastig konden evenaren. En Rolex was nog sneller beneden. Het was de (overigens vrij karige) beloning voor het afzien eerder die dag.

In de tijd dat we moesten wachten op de trein naar Luik, haalde Rolex nog een zak vette patatten. Waren dit de beroemde Vlaamse Frieten, of waren dit Waalse Vetstaven of zo? Erg smaakvol vond ik het niet, dus toen de trein naar Luik aan kwam hobbelen, voerde ik het maar aan de prullebak. Terwijl het langzaam donker werd, kwamen we op het supermooie station aan. Rolex was zo onder de indruk, dat hij bijna het rolletje van mijn digitale camera volschoot. Vervolgens gingen we door naar Maastricht. De streeftijd van zes uur zouden we niet meer halen. Nee, het zou eerder tien uur worden.

Eenmaal in Maastricht probeerden we de gebruikelijke route naar Berg en Terblijt te nemen. Helaas raakten we ergens het spoor bijster, wat leidde tot de beklimming van een of andere kutheuvel. Met de grootste moeite wisten we een weg richting het dorpje te vinden. Op een gegeven moment reed ik maar achter Rolex aan, in de hoop dat hij de weg zou volgen, want die zag ik niet meer. De weg bleef dalen en op een gegeven moment reden we een soort mist in. Het voelde koud aan en ik zag amper wat. De weg stopte en ging over in een verzameling stenen en keien. Met de grootste moeite wisten we de fietsen weer omhoog te krijgen. Rolex had er niet zo'n moeite mee, maar ik was op. Gelukkig was de jeugdherberg niet ver meer. Toen Rolex 'm gevonden had, fietste hij weer terug naar mij, waarna we om een uur of elf eindelijk konden uitrusten.

De jeugdherberg was dezelfde als drie jaar geleden met het veldwerk. Destijds zat ik nog in m'n eerste jaar en had ik nog een hele studentencarrière voor de boeg. Nu was ik bijna klaar. De jeugdherberg was echter geen spat veranderd. De eigenaresse ook niet. Zewas nog speciaal voor ons opgebleven, ondanks dat we zo enorm laat waren.

Donderdag 01-09
Op de laatste dag van de "vakantie" hadden we eigenlijk alle tijd. We sliepen lang uit, om na een laat ontbijt maar weer te vertrekken. Vroeg zo'n man of ik diegene was die tijdens het veldwerk een afvoer had verstopt. Ik heb daar weinig van meegekregen. Ik leerde dat het een "streek" was van klasgenoot B. Bierman.

Er waren nu geen deathlines meer. Nou ja, Rolex wilde voor zessen of zo in Utrecht zijn, maar dat zou niet zo'n probleem worden. Dus gingen we in alle rust op deze stralende dag (het weer viel op alle vier de dagen erg mee; ik had m'n regenjas/herfstjas aan, maar dat was achteraf gezien helemaal niet nodig, hoewel het weer in Nederland die dagen afschuwelijk schijnt te zijn geweest) naar Groeve 't Rooth. Er was niet heel veel van te zien vanaf de weg. Wel leek het erop dat ze inmiddels alweer een stuk verder waren dan toen ik er voor het laatst was.

De volgende etappe was de rodelbaan in Valkenburg. Tijdens de reis naar dit plaatsje raakte ik keer op keer uitgeteld. Misschien een kwestie van slecht slapen en daardoor niet goed herstellen. Eenmaal aangekomen lieten we onze eigendommen ook nu onbeheerd achter in de stad, terwijl we met de (minder indrukwekkende) kabelbaan naar boven gingen. Vanaf daar konden we een dubbele rit maken op deze korte rodelbaan: via circuit 1 werd je weer omhooggetrokken naar circuit 2. Zo had je dus twee korte ritjes voor de prijs van één.

We besloten de vakantie op het terrasje bij de kabelbaan, om vervolgens af te dalen naar de binnenstad. De fietsen stonden er nog en we gingen weer vrolijk naar Maastricht. De trein bracht ons weer naar het midden van het land. Toen ik uitstapte in Bussum-Zuid was dat irritante heuveltje naar de parkeerplaats geen probleem meer voor me. Het leek wel of de weg naar m'n huis afliep, hoewel helemaal niet zo is. Ik had hoogstens wat wind mee. Dat was toch vooral de winst van de vakantie.

Inmiddels zijn we een maand verder en is mijn conditie weer zo slecht als voorheen, maar dat neemt niet weg dat het een machtige ervaring was en ik heb geen moment stilgezeten. Toch denk ik niet dat ik het nog een keer zou doen. Fietsen op een omhooglopende 70-kilometerweg met een hele stoet auto's die je constant passeert, doe ik niet graag. Ook zijn de fietsen in de trein (of bus) een blok aan het been. Kortom: volgend jaar moet ik gewoon m'n rijbewijs hebben. ;) Mocht iemand zich nog afvragen hoe het is afgelopen met Rolex' telefoon, dan kan ik diegene geruststellen: het is uiteindelijk toch goedgekomen, maar vraag me alsjeblieft niet hoe.